2. Kritiek prof. Rorsch op 'Degeneratie'
forum Ichthus Rotterdam
 
twijg.gif (3076 bytes)

wpe9.gif (4565 bytes)

de Rörsch-discussie:
Prof. A. Rörsch schreef een ingezonden brief in BIOnieuws; was opponent tijdens een forumdiscussie; correspondeerde uitgebreid; zond een 'laatste commentaar' in naar BIOnieuws. Dit is het relaas. Alleen de ter zake doende elementen zijn gebruikt.

al eerder verscheen een ingezonden brief van prof. Rörsch in BIOnieuws
groen_pootje.gif (933 bytes) 25-02-98     1. de inleiding van prof. A. Rörsch tijdens de forum-discussie van Ichthus te Rotterdam
groen_pootje.gif (933 bytes) 25-02-98   2. de kritiek van prof. A. Rörsch tijdens de forum-discussie van Ichthus te Rotterdam
groen_pootje.gif (933 bytes) 04-03-98   3. een brief met aanvullend commentaar van Rörsch op het boek Degeneratie
groen_pootje.gif (933 bytes) 05-03-98   4. een eerste kort weerwoord van Peter Scheele
groen_pootje.gif (933 bytes) 11-03-98   5. antwoord van Rörsch inclusief uitgebreide berekeningen voor enzym-evolutie
groen_pootje.gif (933 bytes) 19-03-98   6. uitgebreid weerwoord van Peter Scheele op tegenwerpingen van prof. Rörsch
Bijlage: de Geslachtsbepalende Systemen
groen_pootje.gif (933 bytes) 29-03-98   7. antwoord van Rörsch op weerwoord van Scheele
groen_pootje.gif (933 bytes) 21-04-98   8. begeleidend briefje van prof. Rörsch over concept artikel BIOnieuws
groen_pootje.gif (933 bytes) 29-04-98   9. openstaand commentaar van Peter Scheele op artikel BIOnieuws en overige zaken
groen_pootje.gif (933 bytes) 09-05-98   10. artikel in BIOnieuws: het 'bedrog' van de creationisten

de start van de belangrijkste
gespreks-onderwerpen:

Entropie
Enzym-evolutie
Cytochroom c
Alleen degeneratie
Ontstaan uit bestaan
Wetenschap & Religie
De Afrekening
Een zeester.gif (1231 bytes) in de tekst betekent
dat daarmee doorgeklikt kan
worden naar de eerstvolgende
bijdrage in een volgend artikel.

twijg.gif (3076 bytes)

INHOUD
Dit is de tekst van de tweede lezing van prof. Rörsch tijdens de forum-discussie van Ichthus te Rotterdam, waarin hij specifieke inhoudelijke kritiek uitoefent op het boek Degeneratie.

Cytochroom c
Haasje-Over-eiwit
Selectiedruk negeren
Het balletjes-experiment
Entropie
Degeneratie
Chaos-theorie
Onverklaarbare Creator

twijg.gif (3076 bytes)

SAMENVATTEND COMMENTAAR OP HET BOEK VAN SCHEELE

 

Scheele verwijt 'de wetenschap' (en in het bijzonder Midas Dekker); dat zou worden gesteld: wat niet is waar te nemen, bestaat niet.

Scheele maakt zich daaraan zelf schuldig. Hij meent, temporair, alleen maar degeneratie, hoogstens variatie binnen een soort waar te nemen en geen soortgrens overschrijdende evolutie; dus bestaat de laatste niet.

Hij ziet daarbij in de eerste plaats over het hoofd, dat er een goede verklaring is, waarom temporair geen soortgrens overschrijdende evolutie is waar te nemen. Het proces voltrekt zich op een tijdschaal van miljoenen jaren, die we niet kunnen overzien. In de tweede plaats negeert hij de indirecte waarnemingen, tracht die te bagatelliseren, van paleontologen en enzymologen, die vele aanwijzingen hebben opgeleverd dat er een familieverwantschap tussen de soorten zou bestaan.

Cytochroom c
Hij vervalst zelfs concrete gegevens over cytochroom C. (pag 95). Er zijn wèl zeer veel verschillende aminozuurvervangingen in dit enzym mogelijk, zonder dat dit de activiteit aantast. zeester.gif (1231 bytes)Aminozuurwijzigingen in Cyt c
De opmerking dat de 'active site' wel heel eenvoudig moet zijn, omdat het zo iets simpels als een electron overdraagt, is onverantwoord. Vrije electronen komen in een levende cel niet voor; wel grotere moleculen die een overschot aan electronen hebben; die noemt men radicalen. zeester.gif (1231 bytes)Electronentransport
De verschillen in aminozuurvolgorden in cytochroom C in uiteenlopende soorten zijn wel degelijk met elkaar te correleren als men wel een fylogenetische relatie tussen de soorten veronderstelt. En zelfs de snelheid waarmee die vervanging heeft plaats gevonden is goed in overeenstemming met de veronderstelde evolutie van soorten.
zeester.gif (1231 bytes)Fylogenetische relatie
En dit geldt niet alleen voor cytochroom C maar voor enige honderden andere enzymen. En steeds bereikt men de zelfde conclusie over de onderlinge relatie tussen de soorten, waardoor het wel heel moeilijk wordt om een fylogenetische relatie te ontkennen.

Haasje-Over-eiwit
Het ontstaan van het ingewikkelde haasje-over enzym, is niet zo raadselachtig als Scheele voorgeeft. Vele van de ingewikkelde functies zien we, van elkaar afgezonderd, terug in zogenaamde herstel-enzymen (knippen en lijmen), die in een vroeg stadium zullen zijn gevormd om de naakte eencelligen tegen de ultraviolette straling van de zon te beschermen. In een daarop volgende stap in de evolutie naar grotere complexiteit, zullen die functies, onder een selectiedruk, een eenheid hebben gevormd. We kennen meerdere van deze structuren in de cel; de membranen zitten er vol mee.

selectiedruk negeren
De computerproef die Scheele heeft uitgevoerd om aan te tonen dat enzymen (genen) uitsluitend degeneratie kunnen vertonen, is niet correct, omdat hij de selectiedruk negeert, die voortdurend (intern) wordt uitgeoefend door de interactie van het enzym met zijn substraat. zeester.gif (1231 bytes)Alleen degeneratie?
En omdat hij de replicatie van het genoom negeert.
Ik heb de proef herhaald met deze selectiedruk. Eerst toegepast op een primordial, primitief enzym, waarin berekenbaar ca. 10000 vervangen, nodig zijn om het enzym te optimaliseren. Dat kost evenzovele generaties van het organisme, waarin deze vervanging plaats vindt, in de orde van grootte van 1 tot 10 miljoen jaar.
Gaan we echter uit van een reeds geoptimaliseerd enzym, en willen dit veranderen in een ander, b.v. door maar slechts drie functionele aminozuren in de active site te veranderen, dan kost dat een overeenkomstig aantal vervangingen. Geen wonder dus, dat we temporair deze evolutie niet waar nemen want we moeten het hele evolutieproces als het ware, over een overeenkomstig tijdvak, opnieuw doorlopen.

het balletjes-experiment
Scheele vervalst veel meer, vooral door waarnemingen die van essentiële betekenis zijn, niet te noemen.
Op pag. 47 e.v. voert hij een balletjes experiment op, waaruit zou blijken dat orde slechts in chaos kan overgaan, en niet omgekeerd. zeester.gif (1231 bytes)Entropie
Eerlijkheidshalve zou hij een voorbeeld uit de natuur hebben moeten aanhalen, waarin het omgekeerde proces wel degelijk plaats vindt. Waterdampwolken, waarin de moleculen in volstrekte chaos verkeren, vormen bij afkoeling perfect geordende, en prachtige, sneeuwkristallen, of een zoutkristal dat spontaan, hoog-geordend, uit loslopende natrium- en chloride-ionen ontstaat.

Het biologisch equivalent is de keten van balletjes die een lineair geconstrueerd polypeptide, zeer spontaan en specifiek tot een perfecte ruimtelijke ordening (van een enzym) maakt. of de onderscheidende cellen, die na differentiatie in een bevruchte eicel, ten opzichte van elkaar, heel specifieke plaatsen gaan innemen.
Er zijn veel meer vertekenende voorbeelden uit zijn boek te halen. Is Scheele dus een beroepsvervalser? Ik denk niet dat de intentie tot misleiding in die mate aanwezig is.
Maar de verrekening die hij presenteert van goed uitgevoerde experimenten, maakt het wel verklaarbaar, waarom het merendeel van mijn collega's niet met hem in discussie willen treden. En dit in het bijzonder omdat hij van tenminste één volstrekt verkeerd uitgangspunt uitgaat, dat aan onwetendheid moet worden toegeschreven. Dat is het gedrag dat hij aan Koning Entropie toeschrijft.

Entropie
In hoofdstuk 5 haalt hij de natuurwet aan dat entropie slechts kan toenemen. Entropie is een maat voor orde. Hoge entropie, weinig orde. Lage entropie, hoge orde.zeester.gif (1231 bytes)Entropie
De veronderstelling dat entropie slechts kan toenemen, dus orde afnemen, is onzin. Dit zou namelijk betekenen dat elke chemische synthese, waarbij moleculen met een hogere organisatiegraad worden gevormd, onmogelijk zou zijn. Dat is niet het geval.
De regel: entropie kan slechts toenemen, geldt uitsluitend voor een gesloten systeem, dat is een systeem dat geen energieuitwisseling met zijn omgeving heeft.
Levende organismen zijn bij uitstek open systemen. Er vindt voortdurend energietoevoer uit de omgeving plaats. Die energie-toevoer maakt het mogelijk lage entropie te vermenigvuldigen (bij elke celdeling en molekuulreplicatie). De aarde is als geheel éen groot open thermodynamisch systeem, energetisch continue gevoed door de zon, dus bij uitstek een plek waar lokaal de entropie kan dalen, de orde dus toenemen. De mogelijkheden om orde te creeëren nam sprongsgewijs toe toen een zelfduplieerend, muterend en recombinerend molecuul was ontstaan.
Door de verkeerde opvatting van de Koning Entropie zoals door Scheele geschetst, gaat ook het hele verhaal over neutrale vervangingen in hedendaags niet-functioneel DNA geheel de mist in. De verwachting dat uit dit, entropisch neutrale proces, nooit iets functioneels zou kunnen voortkomen, is absurd. Het is wel een kwestie van afwachten, gedurende een miljoen jaar. De entropie neemt af, omdat energie (uiteindelijk van de zon afkomstig) wordt gespendeerd voor de vermenigvuldiging van informatie-bevattende moleculen.

Scheele ontgaat ook een belangrijke eigenschap van enzymen, namelijk dat ze ook iets NIET kunnen. Namelijk nieuwe chemische reacties bedenken. Enzymen zijn katalysatoren, die reacties slechts versnellen. Ze doen dat specifieker dan de anorganische katalysatoren die 4 miljard jaar geleden ontstonden. op papier, -bij wijze van spreken- bestonden alle reacties in de levende cel al, nog voor de aarde ontstond. Houdt men dit in gedachte, dan ontstaat er een heel ander denkmodel dan Scheele ons voor houdt.

Degeneratie
Vervolgens wil ik toch ook wel iets positiefs zeggen over het het boek van Scheele.
Terecht benadrukt hij de betekenis van degeneratie. Maar evolutie-biologen zien die zeker niet over het hoofd. De betekenis wordt wel even anders geïnterpreteerd dan door Scheele. En wel als volgt. Met de ongebreidelde zelfduplicering van biologische identiteiten is de neiging geïntroduceerd dat elke bestaande soort probeert de beschikbare milieugebruiksruimte volledig te bezetten. Door de gezamelijke actie van alle soorten, wordt die milieugebruiksruimte ook volledig benut. Met als gevolg dat, als de ruimte vol is, in principe iedereen aan de rand van het bestaansminimum moet leven. Degeneraten sterven dan uit; scheppen ruimte voor anderen. Is de uitsterving ten gevolge van een catastrofe massaal, dan wordt er ruimte geschapen voor evolutie van 'nieuwe' soorten. Op de geologische tijdschaal kunnen we dit verschijnsel elke 70 miljoen jaar waarnemen.

Chaos-theorie
Terecht becritiseert Scheele ook de voortdurende, en exclusieve referentie naar de door Darwin geformuleerde principes (van spontane variatie, gevolgd door onafhankelijke selectie) als zaligmakend, enig principe voor de verklaring van biologische evolutie. Terecht constateert hij dat Darwin bepaalde zaken niet wist, of niet kon weten. Darwin was niet op de hoogte van Mendel's bevindingen, van de thermodynamica, maar ook niet van de door zijn tijdgenoot Poincaré ontwikkelde wiskunde voor de beschrijving van gedragingen van niet lineaire processen, waarmee een eeuw geleden reeds de grondslag voor de chaos-(=orde-) theorie werd gelegd.

Hedendaagse onderzoekers van evolutieprocessen, zowel in de anorganische als de organische wereld, maar ook in de sociale en taal-wetenschappen, waarderen de observaties van Darwin noch steeds, maar zijn zich wel bewust dat er ook een paar andere observaties van belang zijn.
De belangrijkste daarvan is uiteraard dat uit een chaotische toestand wel degelijk een geordende kan voortkomen. Voor de biologie is voorts vooral relevant, dat geen enkel proces dat we temporair in een levende cel zich zien afspelen, in strijd is met de natuurwetten die ook in de anorganische wereld gelden. Op grond daarvan ligt het voor de hand de biologische evolutie te zien in het verlengde van de anorganische (van Big Bang naar elementaire deeltjes, naar electronen, protonen en neutronen, naar elementen, naar meer gecompliceerde verbindingen).

onverklaarbare Creator
Dat in de biologische evolutie een aantal overgangen voor komen, die we nog steeds moeilijk kunnen vatten (b.v. de vorming van de eerste zelfduplicerende cel en de ontwikkeling van het cascade regelproces bekend als cel-differentie), is vooralsnog onvoldoende aanleiding om te veronderstellen dat die in strijd met fundamentele natuurwetten zouden zijn. En onvoldoende aanleiding om die overgangen aan een buitenaardse, intelligente creator toe te schrijven. Want daarmee gaat Scheele in een overeenkomstige fout als hij Midas Dekker heeft verweten: Namelijk wat we niet kunnen waarnemen, schrijven we dan maar aan een wonder toe. zeester.gif (1231 bytes)Ontstaan uit bestaan af te leiden?

De huidige attitude in de wetenschap is anders: wat we niet kunnen waarnemen, interpreteren we niet. En, wat we kunnen waarnemen, moeten we volgens de regels van de logica interpreteren.
We nemen waar dat de variatie in aminozuursamenstelling van vele enzymen in de meest uiteenlopende organismen een zekere verwantschap tussen de soorten indiceert. Ik kan daarvoor geen andere logische verklaring bedenken dan dat die verwantschap fylogenetisch, via afstamming, is bepaald. Net zo, als ik binnen een soort, kan begrijpen dat kinderen eigenschappen van hun ouders overnemen.

 

   

 

geef hier je feedback over deze pagina of op de inhoud
copyright © 1997-2003, Peter Scheele
een project van WEBinSIGHTs