7. Antwoord van prof. Rorsch aan Peter Scheele
 

twijg.gif (3076 bytes)

wpe9.gif (4565 bytes)

de Rörsch-discussie:
Prof. A. Rörsch schreef een ingezonden brief in BIOnieuws; was opponent tijdens een forumdiscussie; correspondeerde uitgebreid; zond een 'laatste commentaar' in naar BIOnieuws. Dit is het relaas. Alleen de ter zake doende elementen zijn gebruikt.

al eerder verscheen een ingezonden brief van prof. Rörsch in BIOnieuws
groen_pootje.gif (933 bytes) 25-02-98     1. de inleiding van prof. A. Rörsch tijdens de forum-discussie van Ichthus te Rotterdam
groen_pootje.gif (933 bytes) 25-02-98   2. de kritiek van prof. A. Rörsch tijdens de forum-discussie van Ichthus te Rotterdam
groen_pootje.gif (933 bytes) 04-03-98   3. een brief met aanvullend commentaar van Rörsch op het boek Degeneratie
groen_pootje.gif (933 bytes) 05-03-98   4. een eerste kort weerwoord van Peter Scheele
groen_pootje.gif (933 bytes) 11-03-98   5. antwoord van Rörsch inclusief uitgebreide berekeningen voor enzym-evolutie
groen_pootje.gif (933 bytes) 19-03-98   6. uitgebreid weerwoord van Peter Scheele op tegenwerpingen van prof. Rörsch
Bijlage: de Geslachtsbepalende Systemen
groen_pootje.gif (933 bytes) 29-03-98   7. antwoord van Rörsch op weerwoord van Scheele
groen_pootje.gif (933 bytes) 21-04-98   8. begeleidend briefje van prof. Rörsch over concept artikel BIOnieuws
groen_pootje.gif (933 bytes) 29-04-98   9. openstaand commentaar van Peter Scheele op artikel BIOnieuws en overige zaken
groen_pootje.gif (933 bytes) 09-05-98   10. artikel in BIOnieuws: het 'bedrog' van de creationisten

de start van de belangrijkste
gespreks-onderwerpen:

Entropie
Enzym-evolutie
Cytochroom c
Alleen degeneratie
Ontstaan uit bestaan
Wetenschap & Religie
De Afrekening
Een zeester.gif (1231 bytes) in de tekst betekent
dat daarmee doorgeklikt kan
worden naar de eerstvolgende
bijdrage in een volgend artikel.

twijg.gif (3076 bytes)

 

Leiden, 29 maart 198

Waarde Scheele,

Hartelijk dank voor je uitgebreide brief van 19-03.

De tegenwerpingen die je maakt tegen mijn bezwaren van je tekst, zijn gedeeltelijk terecht. Als ik in tweede lezing je teksten bekijk, zie ik dat je je vaak, in detail, genuanceerder uitlaat dan bij de lezer is overgekomen. De oorzaak van dit effect is dat je SELECTIEF en op nogal hoge toon, daarna conclusies trekt, waarbij je niet alle overwegingen, evenwichtig betrekt.

En voorts is ernstiger nog, dat je gegevens weg laat. Typische voorbeeld in je boek is het 'balletjes experiment'. Op grond daarvan schreeuw je van de daken: entropie kan niet toenemen. Toegevoegd had moeten worden, het voorbeeld uit de anorganische wereld van de kristallisatie, uit de organische de specifieke vouwing van een enzym.
zeester.gif (1231 bytes)Computermodel

Over cytochroom c
Je wekt wel degelijk de indruk dat de variatie in cytochroom c, niet in een evolutiemodel zou passen.

Cytochroom c is een van de eerste enzymen waarmee het verhaal over de fylogenie van eiwitten is begonnen (begin jaren 1970). Ook heel snel werd duidelijk dat van meerdere cytochromen een super-family was te maken, hóe ze uit elkaar zijn voortgekomen. Het is niet zo gemakkelijk om een uitspraak te doen, of cytochromen onderling uitwisselbaar zijn. Zij maken altijd deel uit van een groter eiwitcomplex; zelfs in de meest primitieve soorten. Hun werking zal afhangen van de ondersteuning door het onderliggende membraan. Gezien het feit dat veel aminozuren klaarblijkelijk vervangen kunnen worden, zou men enerzijds kunnen veronderstellen dat uitwisseling wel goed mogelijk zal zijn. Maar anderzijds kan men ook argumenteren dat de volgorde in cytochroom c een relatie zal hebben tot de structuur van het onderliggende membraan.1.

Over alleen degradatie
Mijn bezwaar geldt hier de suggestieve mededeling dat 10 tot de zoveelste permutaties nodig zijn om een zinnige structuur te maken. Je wijst wel op selectie, maar negeert deze daarna wèl! 2.

Nogmaals het balletjes-experiment
OK, mijn toevoeging 'haalt hij de natuurwet aan dat entropie slechts kan toenemen', het 'slechts' is onvoldoende neutraal. maar nergens leg je uit wanneer de entropie wel toe kan nemen. En dat is essentieel in hedendaagse, gegeneraliseerde evolutietheorie. Daarom hou ik vol dat je je hier aan misleiding schuldig maakt.

De discussie over entropie is helemaal niet vaag. Je geeft onder diverse * aan dat je er best iets van hebt begrepen. Maar je hebt dat niet op een objectieve manier gepresenteerd.

Over het ontstaan verklaren van het bestaan
In bepaalde disciplines zijn we genoodzaakt 'ontstaan' uit 'bestaan' af te leiden, omdat we niet bij het ontstaan aanwezig waren om waarnemingen te doen. Vergelijk de astronomie. Natuurlijk zou je uit de verzameling van hedendaagse automomielen best hun fylogenie (vanaf de T-ford) kunnen afleiden, als daarin sporen van voorgangers bewaard waren gebleven. (zoals in eiwitstructuren). zeester.gif (1231 bytes)Nog meer onstaan uit bestaan

Conclusie
Dat ik je boek wellicht te oppervlakkig heb gelezen, is misschien juist. Het merendeel van de mensen in mijn omgeving verklaarden mij straal voor gek dat ik er al zoveel aandacht aan had besteed. Maar je conclusie dat ik 'gebruikelijk' verweer in stelling heb gebracht is onjuist. Ik sta bekend als éen van de onconventionele denkers in deze tijd en als iemand die altijd open staat voor de (Socratische) vraag: zijn de zaken werkelijk zoals ze lijken?

 

Brief 11 maart.
De afrekening
Je wilt niet dat ik de Quick tour aftikt?
Luister nu even. Mijn vorige geschriften waren oorspronkelijk niet voor publicatie bedoeld. Je mocht ze gebruiken omdat ik zei: het is wat ik gezegd heb of had willen zeggen in R'dam.
Maar als ik iets voor publicatie aanbied, dan laat ik de aangevallene dat zeker eerst lezen.
Juist omdat de uitspraken in de Quick tour nogal bout zijn moeten ze worden weersproken. Bijvoorbeëld over genengroei. Je zou eens wat diepgaandere literatuur dan meneer Voet moeten lezen, b.v. het klassieke werk van S. Ohno: Evolution by gene duplication (springer 1970). Ik heb 30 jaar geleden heel wat experimenten over genduplicatie in E.coli uitgevoerd. zeester.gif (1231 bytes)Begeleidend briefje

eiwitstambomen
Het klopt wat je zegt dat niet alle eiwitstambomen met elkaar overeenstemmen. Dat heeft alles te maken met de tolerantie die een enzym voor vervanging toestaat. Enzymen met grote tolerantie zijn alleen maar bruikbaar om op korte termijn verwantschappen te leggen. (Extreem voorbeeld zijn de AIDS enzymen). Voor langere afstanden, zoals schildpad en zoogdier mag men zich alleen verlaten op langzaam vervangende enzymen. Ik heb zelf in 1976 de evolutie van ferrodoxinen in planten bestudeerd. Die klopte ook niet met de gevestigde mening over afstamming. De ferodoxinen bleken een te hoge vervangingssnelheid te hebben.

Reden waarom ik na 20 jaar, de theoretische beschouwing weer heb opgepakt en (mede door jouw critiek geïnduceerd) modelberekeningen over de tolerantie ben gaan uitvoeren.
Reden ook, waarom ik wat laat op je vorige brief reageer. Je hebt me met je critiek weer heftig aan het rekenen gezet!

Het voorbeeld dat je aanhaalt: 6 enzymen kloppen wel met de fylogenie, 5 niet, is allerminst verwonderlijk en geen aanleiding om mijn uitspraak: de enzymfylogie is volledig in overeenstemming, te herzien.
Ik denk dat ik hierbij stuit op je experimentele onervarenheid wat spreiding in waarnemingen betreft. Laat me het met twee voorbeelden illustreren.
Als je een proef doet (die van Millikan) om de massa van het electron te bepalen, vind je een hele reeks van waarden. Toch heeft het electron (in rust) maar éen hele specifieke massa. Als je een statistisch onderzoek doet naar b.v. de gezondheidsbevorderende werking van het eten van spruitjes in verschillende soorten bevolkingsgroepen, zullen sommige groepen volstrekt toevallige uitkomsten opleveren die als niet significant zullen worden beschouwd.
Neem je een groep waar men weinig spruitjes eet (b.v. Chinezen), dan is er onvoldoende spreiding in de populatie om het gezondheidseffect te meten. Neem je een groep waar men heel veel spruitjes eet, dan treedt het zelfde op. Een conclusie is alleen gerechtvaardigd als binnen de sample-groep de spruitjes wel en niet eters van de zelfde orde van grootte is. Precies het zelfde geldt voor vervanging van aminozuren in eiwitten. zeester.gif (1231 bytes)Spruitjes

Wat ik op het ogenblik aan het doen ben, is het maken van modelstambomen van organismen, waarin enzymen met verschillende tolerantie bij de speciatiepunten, vervangingen fixeren. Vervolgens leid ik uit de 'hedendaagse' organismen (aan het eind van de stamboom) op grond van de verschillen in vervanging, de veronderstelde stamboom weer af en vergelijk die met het oorspronkelijke model. Aldus probeer ik vast te stellen waar de vervangingstolerantie grens in een enzym ligt, om de juiste stamboom af te leiden.

Nieuwe genen
Het voortdurend ontstaan van nieuwe genen door combinatie van mutatie+selectie. Je zou eens naar het immuun apparaat moeten kijken! zeester.gif (1231 bytes)Immuunapparaat

overigen
Eerst reperatiemechanismen.
Ik was 30 jaar geleden éen van de drie toponderzoekers in de wereld. Had 10 promovendi op dit gebied. De laatste 15 jaar heb ik de vorderingen niet meer zo precies gevolgd. ie zou mijn collega Jane Setlow die op 10 mei komt, er naar kunnen vragen. Zij is met haar zoon (hoogleraar in Yale) éen van de hedendaagse experts op het gebied van je noemt het haasje-overenzym. Zij deden ondermeer experimenten waaruit blijkt waarom bacteriesporen zo resistent tegen veranderingen zijn. Het reperatiemachanisme zal ook aan evolutionaire selectiedruk hebben blootgestaan. Veel repareren, betekent weinig mutaties, dus weinig mogelijkheid tot variatie en dus evolutie. Weinig repareren induceert grote stabiliteit. Interessante waarneming aan hedendaagse algen in de Zuidzee. Door 03 laag beschadiging neemt UVstraling daar sterk toe. Er verschenen snel algen met effectievere repair-mechanismen. zeester.gif (1231 bytes)Reparatiemechanismen

Waarschijnlijk ontstaat er steeds weer een soort evenwicht tussen snel en langzaam repareren. De idee dat dit gecorreleerd zou zijn met de organisatiegraad van organismen lijkt me voorbarig. Eéncelligen planten zich sneller voort dan sexueel reproducerenden, dus mag men snellere aanpassing verwachten.

Groepsvervangingen.
De aminozuurgroepen waarbinnen vervangingen in een bepaald enzym worden getolereerd, zijn niet zo gemakkelijk te definieren. Vooralsnog ga ik bij mijn berekeningen van een grote spreiding uit. Inserties en deleties heb ik in mijn modellen nog niet echt ingebouwd. Ik nummer de aminozuren 1 tot 20. En deleties geef ik het nummer 0.

Splicing, introns exons
Ik weet er eerlijk gezegd niet zo heel veel van. Ja natuurlijk kan ik er college over geven, maar dat betekent nog niet dat ik er echt over heb nagedacht wat de (evolutionaire) betekenis er van is.

Regulatie.
Is een hoofdstuk apart dat ik vier jaar geleden ben begonnen te bestuderen. Maar al snel raakte ik verward in de wiskundige behandeling. Chaos theorie zie je hier echt hard aan het werk. Ik denk eerlijk gezegd, dat alle gevestigde meningen over regulatie op enzym-niveau (niet op gen-niveau) omver geworpen kunnen worden. Maar ik ben nog niet in staat om dat goed onderbouwd te doen.

Religie en wetenschap
Mijn opmerking: ik kan moeilijk in een goedertierende god geloven, mag je niet plaatsen in mijn wetenschappelijke opstelling. Die opmerking slaat puur op sociale ervaringen, ihb tijdens WOII. zeester.gif (1231 bytes)Wetenschap & Religie

Nog meer ontstaan uit bestaan
Echte wetenschapsbeoefenaren willen wél het ontstaan uit bestaan verklaren. Zij die alleen het bestaan beschrijven, noem ik fenomenologen, analysten, geen echte wetenschapsbeoefenaren. Ik ben het geheel met je eens dat de wetenschap geen enkele belemmering hoeft te ondervinden door religieuse opvattingen. En ook dat wetenschapsbeoefenaren hardop moeten zeggen dat hun ontstaansmodel een theoretische mogelijkheid is, die geenszins alernatieven uitsluit.
Je zult mij nooit horen zeggen: ik geloof in Darwinistische evolutie of Complexiteitstheorie.
Ik denk wel dat wetenschapsbeoefenaren, bij onverklaarbare verschijnselen, nooit mogen vluchten in metafysische beschouwingen.

En voorts, wetenschapsbeoefenaren willen gevestigde theorien niet zien aangetast door flauwelkul argumenten (zoals: we zien heden ten dage overwegend degeneratie; die is altijd 'overwegend' geweest; zie de motto's in mijn afscheidscollege). Op mijn concept teksten en berekeningen krijg ik twee soorten commentaren van vakgenoten:

  1. Wat een onzin om nog eens over de fylogenie te beginnen. Hedendaagse biologiestudie is zinloos zonder een fylogenetische relatie tussen alle organismen te veronderstellen,
  2. Het is een goede zaak de verdraaiingen van conclusies, die wij als volstrekt logisch beschouwen, door creationisten op een rijtje te zetten.

 

Vriendelijke groeten,

Arthur Rörsch

 


Commentaar:

1. Dat is het merkwaardige in deze discussie. Rörsch verwijt mij, dat ik de suggestie wek in mijn boek dat cytochroom c geen mutaties toe laat. Nou ging het daar niet zozeer om op dat punt in het boek, maar ik trek wel degelijk de al te makkelijke conclusie in twijfel, dat deze mutaties mogelijk zouden alleen op basis van het gegeven dat ze tussen niet-verwante soorten verschillen. Ik doe dat gebaseerd op een uitspraak van Voet over de interactie van cytochroom c met andere moleculen. En nu trekt Rörsch hier vervolgens zelf ook in twijfel of cytochroom c wel uitwisselbaar is (en dus die mutaties toestaat!!), precies zoals ik zelf ook gedaan heb in mijn boek?!

2. Dat is gewoon niet waar. Ik geef duidelijk aan dat er mogelijkheden zijn onder selectiedruk dat een eiwit van de ene functionele top naar de andere kan 'muteren'.

 

   

 

geef hier je feedback over deze pagina of op de inhoud
copyright © 1997-2003, Peter Scheele
een project van WEBinSIGHTs