
Eindhoven, 29-04-97
Beste prof. Rörsch,
Bedankt voor het toezenden van de tekst voor het artikel in BIOnieuws,
en voor het bieden van de gelegenheid daar op te reageren, voor
publicatie. Dat staat in schril contrast met het heimelijke verzoek
van BIOnieuws om een 'afrekening'. Waarvoor mijn dank!
Artikel
BIOnieuws
Wat betreft het artikel voor BIOnieuws. Je drukt je krachtig
uit, maar je geeft ondertussen ook een paar complimenten. Met
de eerste helft heb ik geen problemen. Meer moeite heb ik met
het tweede deel. Hieronder een opsomming:
Hét motief tot 'fel
verzet'
- Je schrijft:
"Lezing van Behe's boek en ampele discussie met een
theoloog en een christelijk evolutiebioloog hebben mij duidelijk
gemaakt wat creationisten beweegt tot felle bestrijding van
de Darwinistische evolutietheorie. Dat is het onvermogen
om te leven met het onzekerheidsprincipe dat in de complexiteitstheorie
is vastgelegd."
Als ik naar mijzelf kijk wat mij "beweegt tot felle bestrijding
van de Darwinistische evolutietheorie", dan is dat de idee
dat er voor een scheppende (dat is geen 'toekijkende')
Schepper per definitie geen plaats is in de huidige wetenschappelijke
theorievorming over het ontstaan van het leven en de typen.
Ja, sterker nog, dat in de evolutietheorie de wetenschap misbruikt
wordt door mensen als Dawkins, Vroom en Dekkers om geloof in
een God mee te slaan. Dát leidt tot 'fel verzet'.
Creationisten
komen niet met een alternatief?
- Je schrijft verder:
"De theoloog merkte voorts op dat creationisten wel
degelijk terecht wijzen op lacunes in de evolutietheorie, maar
voor de opvulling van die lacunes geen enkel ander rationeel
alternatief aandragen, in de traditie van de westerse wetenschapsbeoefening."
(cursivering van mij)
Dat beaam ik. Maar dat is precies de reden voor het
schrijven van mijn boek geweest! Om een verantwoord alternatief
te bieden. De helft van mijn boek handelt daarover. Je
doet mij geen recht als je nu juist dít als argument tegen gebruikt.
Ik kom met een alternatief model voor de biologische verandering
die wij waarnemen: de degeneratie-theorie. Misschien zeg je:
het snijdt geen hout. Maar dan moet je daar de argumenten voor
geven en niet zeggen "ze komen niet met een alternatief".
Het klopt dat wij met name over de (on)mogelijkheid van evolutie
gesproken hebben en in het geheel niet over 'mijn' alternatieve
model, de typologische differentiatie. Daardoor kan je misschien
het idee hebben dat ik niet verder kom dan kritiek uitoefenen
op de evolutietheorie. Maar dat is dus niet zo.
Ik meen in zoverre in de "traditie van de westerse wetenschapsbeoefening
te staan", dat ik
- mijn bezwaren tegen de huidige theorie formuleer in deel 1
van het boek.
- een alternatief voorstel en uitwerk
- voorspellingen doe, die mochten ze uitblijken te komen het
model bevestigen, of weerleggen.
Ik heb me in die zin uiterst zwak opgesteld. Als mijn voorspellingen
niet uit blijken te komen kan mijn theorie in de prullenbak.
Tot nog toe is (een beetje overtrokken) vaak gezegd: "de
bijbel is waar, dus moet de wetenschap zich daar maar op aanpassen."
Ik doe dat dus niet. Ik geef een wetenschappelijk model, dat
falsificeerbaar is. Dit model is vervolgens niet in tegenspraak
met een vrij letterlijke uitleg van genesis, maar de 'waarheid'
voor het model wordt niet ontleend aan de bijbel, maar aan waarnemingen.
Daarbij moet je niet vergeten dat ik ook ten opzichte van sommige
creationisten behoorlijk vernieuwend ben. Ik zeg namelijk ronduit:
"Ja, er is biologische verandering, er is natuurlijke selectie,
mutaties kunnen op een bepaalde manier 'gunstig' zijn, er is
verschuiving van gen-frequenties, er kunnen nieuwe (onder)soorten
ontstaan, etcetera"
Een citaat uit het Nederlands Dagblad van 18 april - waar een
recensie in stond - laat dat zien:
"Peter Scheele keert zich met Charles Darwin tegen het
in orthodox-christelijke kring vaak aangehangen dogma van
de onveranderlijkheid van soorten."
Ik accepteer veel meer van de huidige wetenschappelijke bevindingen
dan Morris en Gish bijvoorbeeld.
Wij kunnen ons niet
voorstellen
- Verder:
"Meer zorgen baart mij echter wat de leidraad van de
gedachtegang is van mensen zoals Bruinsma en Behe, die geacht
worden wetenschapsbeoefenaren te zijn. Het enige argument van
hen dat prominent naar voren komt, luidt: wij kunnen ons
niet voorstellen dat de complexe structuur van de levende
cel zoals die recentelijk door moleculaire biologie is onthuld,
zonder de inbreng van 'een master' mind is ontworpen."
(cursivering van mij)
Hier geef je een onjuiste voorstelling van zaken, die je daarna
uiteraard alle gelegenheid biedt ermee af te rekenen. Het hele
sterke van Behe is nu juist dat hij niet zegt "ik
kan het me niet voorstellen"! Wat hij doet is op gedetaillieerde
wijze beschrijven hoe die systemen werken op biochemisch nivo.
Vervolgens zegt hij: dit is het nivo waarop 'evolutie'
verklaard moet worden, en niet op het nivo van Dawkins, namelijk
het nivo van de grove anatomische kenmerken. Waarom moet het
op dat lagere nivo verklaard worden? Omdat dat het nivo is waar
de mutaties en andere veranderingen plaatsvinden, en
omdat de graad van complexiteit daar ordes groter is.
Vervolgens laat hij zien dat al de voorgestelde mechanismes
voor de verandering van de informatie in het DNA tekortschieten,
omdat er zoiets is als 'onreduceerbare complexiteit'. Behe zegt
niet "ik kan me niet voorstellen dat
" (het vanzelf
is gegaan). Behe zegt "het is onmogelijk dat
"
(graduele evolutie zulke sprongen maakt). Behe heeft geen problemen
met dingen die waargenomen worden - zoals de voorbeelden
die je noemt - en nog niet verklaard kunnen worden. Behe heeft
problemen met de theorie die poogt het ontstaan
van die dingen naturalistisch te verklaren.
Ik gebruik zelf nooit het argument "ik kan mij
niet voorstellen
.", omdat dat een subjectief gevoel
is. Het is ook geen enkele basis voor een goede wetenschappelijke
discussie, want een ander zegt eenvoudig "ik kan het me
wel voorstellen" en het gesprek is over.
Ik zeg letterlijk: "macro-evolutie is een genetische onmogelijkheid,
omdat
" en dan som ik mijn argumenten daarvoor op.
Op basis van die argumenten kan dan gepraat worden.
- slot - Behe
Wat je vervolgens doet is Behe zwaar pakken (je noemt
het "volksverlakkerij") op een uitspraak van hem in
een toespraak op het internet. Daar drie opmerkingen over.
- Hoe kan je nou toch met iemand afrekenen op basis van één
zo'n uitspraak?
- Als je dat per se wilt, citeer hem dan letterlijk. Uit de
tekst zoals het er nu staat is niet op te maken wat Behe letterlijk
gezegd heeft.
- Nergens praat je over onreduceerbare complexiteit??!! Hét
onderwerp van zijn boek. Je valt hem niet op zijn hoofdonderwerp
aan, maar op bijzaken?
De meeste van mijn opmerkingen zijn, lijkt mij met wat kleinere
correcties wel in orde te maken. Echter, ik denk dat je de tekst
vanaf de zin "Wel, er zijn veel meer natuurlijke
.."
geheel moet herschrijven. Om genoemde redenen: het is helemaal
niet wat Behe zegt, of ik zou zeggen.
Reactie op brief van
29 maart.
spruitjes
Je schrijft over de 6 enzymen die wel kloppen met de fylogenie
en de vijf die niet kloppen:
"Ik denk dat je hierbij stuit op je experimentele onervarenheid
wat spreiding in waarnemingen betreft."
Hmmm. Je onderschat me. Ik zal proberen aan de hand van het voorbeeld
dat je zelf geeft duidelijker te zijn:
"Een conclusie is alleen gerechtvaardigd als binnen de sample-groep
de spruitjes wel- en niet-eters van dezelfde orde van grootte
is. Precies hetzelfde geldt voor vervanging van aminozuren in
eiwitten."
Als het spruitjes-onderzoek oplevert dat de 'eters' gezonder
zijn dan de niet-eters, dan lijkt de conclusie gerechtvaardigd
dat spruitjes-eten gezond is. Echter, nu blijkt dat die mensen
die gezond leven (sporten, niet-roken, etc.) juist ook spruitjes
eten, omdat ze denken dat dat gezond voor ze is. Deze mensen
zijn niet 'gezond' omdat ze spruitjes eten, maar ze eten spruitjes,
omdat ze 'gezond' (willen) zijn. Er blijkt dus een andere
reden te zijn voor het verband tussen gezondheid en spruitjes-eten.
Op dezelfde wijze heb ik geprobeerd duidelijk te maken dat er
ook een andere reden kan zijn voor het verband tussen de
aminozuursequenties, dat in eerste instantie op een fylogenetische
afstamming lijkt te wijzen. Dat verband heb ik 'parallelle progressieve
functionele verschuiving' genoemd. Dáár heb ik nog geen commentaar
op gekregen
Immuunapparaat
"Het voortdurend ontstaan van nieuwe genen door combinatie
van mutatie+selectie. Je zou eens naar het immuun apparaat moeten
kijken!"
Dat je met dit argument komt valt me van je tegen! Het immuun-apparaat
is een bestaand ingebouwd binnen nauwkeurige grenzen gereguleerd
mechanisme dat bedoeld is om 'indringers' te identificeren en
dan te neutraliseren. De veranderingen die daarin ontstaan worden
op geen enkele wijze doorgegeven aan het nageslacht. Het heeft
met erfelijkheid niets te maken. En dus ook niet met 'descent
with modification'. Het is het verwarren van zaken die niets met
elkaar te maken hebben. Zulke voorbeelden dienen alleen maar om
de evolutionistische fantasie te prikkelen.
overigen
"Interessante waarneming aan hedendaagse algen in
de Zuidzee. Door O3-laag beschadiging neemt UV-straling
daar sterk toe. Er verschenen snel algen met effectievere repair-mechanismen."
Dat is weer zo'n typische evolutionistische kijk op de zaak.
Er zijn altijd algen met effectieve repair-mechanismen geweest.
De degeneratie-wet zegt dat die eigenschappen verloren (dreigen
te) gaan die niet per se nodig zijn om te overleven. Als de noodzaak
tot repair niet groot is, kunnen algen met beschadigde, afgezwakte
of misschien zelfs uitgeschakelde repair-mechanismen net zo goed
overleven en op den duur misschien zelfs de overhand krijgen.
Als de omstandigheden echter wijzigen en 'repair' weer zeer noodzakelijk
is, dan zullen die algen waar het mechanisme nog werkzaam in is
zich snel vermeerderen. En dat is kennelijk wat er gebeurd is.
De kans dat de repair-mechanismes ooit geheel uit de algen-populatie
verdwijnen is zeer klein, omdat die populatie ongekend groot is.
Er zullen altijd nog wel ergens algen, of zelfs hele stammen van
algen geweest zijn met de correcte repair-mechanismen. Het feit
dat de algen zo 'snel' kunnen reageren op UV-toename, namelijk
binnen 150 jaar, laat zien dat hier niet sprake is van het ontstaan
van nieuwe genen door mutatie, maar op het overleven en zich succesvol
verspreiden van die individuen die de juiste genen voor die situatie
allang in zich hadden.
Openstaande
punten - de geslachtsbepalende genen
Ik had gehoopt dat je bij de bestudering van mijn artikel over
geslachtsbepalende systemen mijn bevindingen tegen zou komen en
zou becommentariëren. Dat is helaas nog niet gebeurd. Het blijkt
namelijk dat genen die dezelfde functie vervullen en zelfs
op dezelfde plek in het genoom zitten, toch een geheel andere
structuur hebben. Zelfs op zo'n manier dat op geen enkele
wijze te achterhalen is welk fylogenetisch verband daar zou moeten
zijn. Het gaat hierbij om de SRY-genen van zoogdieren. Bij schaap,
varken, bison, zijdeaapje, gorilla en de mens is een afstammingsboom
te maken die overeenkomt met de bestaande fylogenie. Bij muizen
en 'buidelmuizen' zien we echter iets totaal anders. Jouw
theorie van primordial naar optimal wordt hier wel ernstig omver
geschopt, als er in de afstammingslijn ineens zomaar genen blijken
te zitten die geen enkel verband houden met de overige!
En dit is geen uitzondering, zoals blijkt uit de vergelijking
van de geslachtsbepaling bij kippen en zoogdieren. Het zijn totaal
andere genen en ook totaal andere systemen, die echter hetzelfde
doen: het geslacht bepalen. Er is zelfs geen kans hier
ooit een reconstructie van te maken, want al die veronderstelde
voorouders leven niet meer en hebben hun genen niet nagelaten.
In regelrechte tegenspraak met het idee dat de meeste genen al
in een 'vroeg' stadium ontstaan zouden zijn.
Wetenschap
& religie
"Mijn opmerking: ik kan moeilijk in een goedertierende god
geloven, mag je niet plaatsen in mijn wetenschappelijke opstelling.
Die opmerking slaat puur op sociale ervaringen, i.h.b. tijdens
WOII."
Zou het niet zo kunnen zijn Arthur, dat je op persoonlijke
gronden niet wilt geloven in een goede God, zodat je er vervolgens
wetenschappelijk geen enkele rekening meer mee houdt?
Ik heb de tweede wereldoorlog niet meegemaakt, dus ik heb makkelijk
praten. Weet wel dat het bij Hitler de combinatie van antisemitisme
en evolutietheorie geweest is dat hem tot zijn daden aanzette.
Verder ben ik door WOII eerder geneigd mijn geloof in de goedheid
van de mens op te geven dan in de goedheid van God.
Bij
de brief van 21 april - tot slot
Werkhypothese
"Toch hoop ik enig begrip bij jou te hebben gevonden voor
mijn boodschap: evolutie-theorie is een werkhypothese en geen
'geloof'."
Akkoord. Maar is het ook waarheid? In die zin dat het
feitelijk zo gebeurd is? En verder: als wetenschapper kan je dat
wel zeggen, maar slechts een heel klein deel van de bevolking
is wetenschapper. Voor de meesten is 'evolutie' een religie waar
ze in geloven, op voorspraak van de wetenschapper, die een status
van betrouwbaarheid en objectiviteit geniet, omdat zij de mensheid
medicijnen, auto's, computers, maan/marslandingen en walkman's
gegeven heeft.
Geloof is datgene wat je voor waar houdt, waar geen directe
aanwijzingen voor zijn. Hoogstens indirecte. Een werkhypothese
kan in die zin wel degelijk iets zijn waar je in 'gelooft' en
wat op een bepaald moment zo 'waar' wordt, dat wil zeggen: algemeen
aanvaard, dat je zelf niet meer voor 'geloofwaardig' wordt gehouden
als je de hypothese verwerpt. Dat is met de evolutietheorie het
geval: als je de hypothese niet als 'waarheid' aanvaardt, 'tel'
je niet mee.
perfecte performance
"In die werkhypothese is weinig ruimte voor een 'intelligente
creator', omdat de levende natuur zoals die zich nu aan ons voordoet,
een verre van perfecte 'performance' geeft."
Dan is er met die werkhypothese iets mis, of met het beeld
van hoe, wie of wat die creator dan zou moeten zijn. Een alternatieve
werkhypothese (dat wil zeggen: eenmalige, kortstondige creatie,
ofwel ontwerp - typologie op familienivo - variatie door recombinatie
waarop selectie kan plaatsvinden - degeneratie door mutatie) kan
net zo goed tot interessante gedachten, speculaties en dergelijke
leiden. Sterker nog: vrijwel alle wetenschappers op wiens
schouders de huidige westerse wetenschap rust, hielden rekening
met, gingen uit van een Schepper, die de wereld zo gemaakt heeft
dat we haar kunnen onderzoeken.
En dat de natuur geen perfecte performance (meer) biedt is nu
juist beantwoord door het verschijnen van mijn boek Degeneratie!
Tot zover mijn commentaar.
Met vriendelijke groeten,
Peter Scheele
