6. Uitgebreid weerwoord van Peter Scheele
op tegenwerpingen van prof. Rorsch
 

twijg.gif (3076 bytes)

wpe9.gif (4565 bytes)

de Rörsch-discussie:
Prof. A. Rörsch schreef een ingezonden brief in BIOnieuws; was opponent tijdens een forumdiscussie; correspondeerde uitgebreid; zond een 'laatste commentaar' in naar BIOnieuws. Dit is het relaas. Alleen de ter zake doende elementen zijn gebruikt.

al eerder verscheen een ingezonden brief van prof. Rörsch in BIOnieuws
groen_pootje.gif (933 bytes) 25-02-98     1. de inleiding van prof. A. Rörsch tijdens de forum-discussie van Ichthus te Rotterdam
groen_pootje.gif (933 bytes) 25-02-98   2. de kritiek van prof. A. Rörsch tijdens de forum-discussie van Ichthus te Rotterdam
groen_pootje.gif (933 bytes) 04-03-98   3. een brief met aanvullend commentaar van Rörsch op het boek Degeneratie
groen_pootje.gif (933 bytes) 05-03-98   4. een eerste kort weerwoord van Peter Scheele
groen_pootje.gif (933 bytes) 11-03-98   5. antwoord van Rörsch inclusief uitgebreide berekeningen voor enzym-evolutie
groen_pootje.gif (933 bytes) 19-03-98   6. uitgebreid weerwoord van Peter Scheele op tegenwerpingen van prof. Rörsch
Bijlage: de Geslachtsbepalende Systemen
groen_pootje.gif (933 bytes) 29-03-98   7. antwoord van Rörsch op weerwoord van Scheele
groen_pootje.gif (933 bytes) 21-04-98   8. begeleidend briefje van prof. Rörsch over concept artikel BIOnieuws
groen_pootje.gif (933 bytes) 29-04-98   9. openstaand commentaar van Peter Scheele op artikel BIOnieuws en overige zaken
groen_pootje.gif (933 bytes) 09-05-98   10. artikel in BIOnieuws: het 'bedrog' van de creationisten

de start van de belangrijkste
gespreks-onderwerpen:

Entropie
Enzym-evolutie
Cytochroom c
Alleen degeneratie
Ontstaan uit bestaan
Wetenschap & Religie
De Afrekening
Een zeester.gif (1231 bytes) in de tekst betekent
dat daarmee doorgeklikt kan
worden naar de eerstvolgende
bijdrage in een volgend artikel.

twijg.gif (3076 bytes)

INHOUD
Peter Scheele levert uitgebreid weerwoord op de kritiek/beschuldigingen die prof. Rörsch in zijn tweede lezing in Rotterdam geuit heeft op het boek. Verder gaat de discussie over Rörsch's computermodel voor enzym-evolutie.

  1. Reactie op de tekst van de lezing tijdens het forum in Rotterdam
        OVER CYTOCHROME C
      
        Er zijn aminozuurvervangingen mogelijk.
           Electronentransport
           Fylogenetische relatie
        OVER ALLEEN DEGENERATIE?
        OVER ENTROPIE
        OVER HET ONTSTAAN VERKLAREN UIT HET BESTAAN
        CONCLUSIE

  2. Het onstaan van de genen in een ver verleden uit primordial versies
       ANTWOORD OP DE BRIEF VAN 11 MAART
            Quick Tour
            Het computermodel
            Honderden enzymen?
            Wetenschap & religie
           Overigen 

twijg.gif (3076 bytes)

 

Eindhoven, 19-03-98

Beste prof. Rörsch,

Bijgaand een heleboel commentaar. Allereerst naar aanleiding van de tekst van de 'aanval' op het forum in Rotterdam. Daarna over het ontstaan van eiwitten uit primordial versies.

 

Reactie op de tekst van de lezing tijdens het forum in Rotterdam

OVER CYTOCHROME C

Er zijn aminozuurvervangingen mogelijk.
Je schrijft:
Hij vervalst zelfs concrete gegevens over cytochroom C. Er zijn wčl zeer veel verschillende aminozuurvervangingen in dit enzym mogelijk, zonder dat dit de activiteit aantast.

Ik schrijf in Degeneratie:

Een interessante vraag is nu: is cytochrome c een van die eiwitten die geen enkele verandering toelaten? De enige manier om dat echt 100% zeker te weten zou zijn: elke mogelijkheid uitproberen binnen elke soort. Dat stuit op praktische problemen. Wat echter wél van cytochroom c gezegd kan worden is, dat (ook al zou een enkele aminozuurwijziging misschien mogelijk zijn) het niet dwars door alle soorten heen geëvolueerd kan zijn en in elke soort zijn 'eigen' versie achtergelaten heeft.
Degeneratie, blz. 95. (cursivering toegevoegd)

Óf de niet-verwante soorten hebben geen gemeenschappelijke afstamming en elke soort kreeg zo zijn eigen variant van cytochroom c, die daarna theoretisch (of door genetische manipulatie) zou kunnen veranderen. Óf cytochroom c staat, in combinatie met de eiwitten waar het mee reageert, geen mutaties toe, wat betekent dat de niet-verwante soorten geen gemeenschappelijke afstamming hebben.
Degeneratie, blz. 96. (cursivering toegevoegd)

Met andere woorden: ik zég niet dat cytochroom c geen vervangingen toestaat! In de tweede tekst is het of dit, of dat. Ik maak de keus daar niet. Ik zeg zelfs dat het misschien wél zou kunnen. Het argument waar het hier vrijwel alleen maar om draait is dat cytochroom c verschilt tussen niet-verwante soorten. En dat het een voorbarige conclusie is om te zeggen: cytochroom c verschilt tussen niet-verwante soorten, dus al die aminozuursubstituties zijn neutraal en dus mogelijk. Ik geef er vervolgens het argument bij, waarom dat niet zo zou zijn. Dat argument (+citaat) is ontleend aan Biochemistry van Voet. Het staat voor mij dus geenszins vast dat het om neutrale aminozuursubstituties gaat. Mijn berekening laat zien dat ik dat zelfs zeer onwaarschijnlijk acht.

Eigenlijk kom ik basis daarvan tot de conclusie dat cytochroom c meestal niet uitwisselbaar zal zijn tussen niet-verwante soorten. Als echter aangetoond kan worden (of misschien al aangetoond is?!) dat cytochroom c van verschillende soorten in vivo wel uitwisselbaar is, dan schrap ik het voorbeeld uit mijn boek, omdat het daarmee een fout voorbeeld geworden zou zijn.
Dat betekent dan echter in het geheel nog niet dat de argumentatie zelf vervalt. Het zou alleen betekenen dat cytochrome c niet langer het juiste voorbeeld is.

Electronentransport
Je schrijft:
De opmerking dat de 'active site' wel heel eenvoudig moet zijn, omdat het zo iets simpels als een electron overdraagt, is onverantwoord. Vrije electronen komen in een levende cel niet voor; wel grotere moleculen die een overschot aan electronen hebben; die noemt men radicalen.

Voet schrijft in Biochemistry:

Cytochrome c occurs in the mitochondrion as part of the electron-transport chain, a complex metabolic system that functions in the terminal oxidation of nutrients to produce adenosine triphosphate (ATP). The role of cytochrome c is to transfer electrons between an enzyme complex known as cytochrome c reductase and one called cytochrome c oxidase.
Biochemistry, Voet & Voet, blz. 125

Zelf schrijf ik:

Citochroom c is een klein eiwit van 104 aminozuren dat een rol speelt in electronentransport in mitochodrieën.
Degeneratie, blz. 95

Dit is zelfs een vrij letterlijke vertaling van wat Voet in Biochemistry zegt.
En verder schrijf ik:

Het punt met de verschillende versies van cytochrome c is dat ze allemaal hetzelfde doen: electronen vervoeren.
Degeneratie, blz. 95

Met andere woorden hier gaat het ronduit om een valse beschuldiging. Het woord 'active site' bezig ik niet, laat staan dat deze simpel zou zijn. Over vrije electronen spreekt ik nergens en het is daarentegen volledig correct dat ik beweer dat cytochroom c een rol speelt in electronen-transport.

 

Fylogenetische relatie
Je schrijft:
De verschillen in aminozuurvolgorden in cytochroom C in uiteenlopende soorten zijn wel degelijk met elkaar te correleren als men wel een fylogenetische relatie tussen de soorten veronderstelt. En zelfs de snelheid waarmee die vervanging heeft plaatsgevonden is goed in overeenstemming met de veronderstelde evolutie van soorten.

Ik heb nergens beweerd dat ze niet in een evolutiemodel te passen zouden zijn. Daar gaat het helemaal niet over in dat stukje. De vraag die daar centraal staat is of genen/eiwitten verschillen tussen niet-verwante soorten. Het antwoord op die vraag is eenvoudigweg JA. Op pagina 94 wordt dit JA, gebruikt in combinatie met een aantal andere gegevens, om te concluderen dat niet-verwante soorten geen gemeenschappelijke voorouders gehad kunnen hebben.

Met andere woorden: ik ben het helemaal met bovenstaande uitspraak eens en begrijp dan ook niet waarom het tegen mij gebruikt wordt! Het tot tweemaal voorkomende "verondersteld" verheugd mij verder enorm.

Mijn conclusie ten aanzien van je opmerkingen over cytochroom c is dan ook dat ik ze onterecht vind, met dit ene voorbehoud: als bewezen is dat cytochroom c uitwisselbaar is tussen niet-verwante soorten.

Ik denk daar als volgt over. Ik doe zelf geen onderzoek. Ik baseer mijn argumenten op gegevens van anderen. Soms trek ik daar wel eens conclusies uit die mensen zelf niet (geheel) trekken. Als de gegevens fout zijn, of andere gegevens aantonen dat mijn conclusies toch onjuist zijn, dan neem ik terug wat ik gezegd heb. Het is nog niet voldoende als mijn opvatting ingaat tegen een gangbare mening.

zeester.gif (1231 bytes)Over cytochroom c

OVER ALLEEN DEGENERATIE?
Je schreef:
De computerproef die Scheele heeft uitgevoerd om aan te tonen dat enzymen (genen) uitsluitend degeneratie kunnen vertonen, is niet correct, omdat hij de selectiedruk negeert, die voortdurend (intern) wordt uitgeoefend door de interactie van het enzym met zijn substraat.

Dit is weer een verkeerde lezing van de tekst. Die berekening was juist bedoeld om te laten zien wat er gebeurd zonder selectiedruk! Het moest juist aantonen dat selectiedruk een absolute voorwaarde is. Ik onderstreep het belang van selectie alleen maar en dan moet je mij niet gaan verwijten dat ik er geen rekening mee houd!
Verder leg ik in het hoofdstuk duidelijk uit hoe een gen van de ene functionele top naar de ander zou kunnen muteren, onder selectiedruk.

zeester.gif (1231 bytes)Alleen degeneratie?

OVER ENTROPIE
Je schrijft:
Scheele vervalst veel meer, vooral door waarnemingen die van essentiële betekenis zijn, niet te noemen.
Op pag. 47 e.v. voert hij een balletjes experiment op, waaruit zou blijken dat orde slechts in chaos kan overgaan, en niet omgekeerd.

En even verder
In hoofdstuk 5 haalt hij de natuurwet aan dat entropie slechts kan toenemen.

Weer een verkeerde lezing. Ik beweer niet "dat entropie slechts kan toenemen". Het woordje "slechts" is een subtiele maar misleidende toevoeging, die ik niet bezig. Daardoor wordt het wel erg makkelijk om mij van vervalsingen te beschuldigen!

Verder nog een paar herhalingen van zaken over entropie waarvan ik er ook enkele tijdens het forum genoemd heb:

  • De discussie over entropie zelf is te vaag en algemeen om er definitieve conclusies over te trekken ten aanzien van de mogelijkheid of onmogelijkheid van macro-evolutie.
  • Die discussie ben ik dus ook niet begonnen in mijn boek. Ik heb in hoofdstuk 5 alleen in grote lijnen geschetst wat er onder het begrip Entropie verstaan kan worden. Dit om het karakter 'Koning Entropie' een gezicht te geven. En that's it. De berekeningen en argumenten van hoofdstuk 6 staan verder op zichzelf.
  • Het ontstaan van kristallen bewijst op geen enkele wijze het spontaan ontstaan van leven.
  • Dat in een open systeem waaraan energie toegevoegd wordt de entropie kan afnemen, betekent geenszins dat dat ook altijd zal gebeuren. De manier waarop energie toegevoegd wordt speelt een enorm belangrijke rol.
  • Het begrip entropie en het begrip wanorde zijn niet zondermeer synoniemen van elkaar. Bij het opvouwen van een aminozuursequentie tot een proteďne kan je op een bepaalde manier zeggen dat de wanorde afneemt, maar toch neemt ook de entropie toe. Tijdens het proces wordt er namelijk energie of warmte afgestaan aan het water waar de reactie in plaatsvindt.

zeester.gif (1231 bytes)balletjes-experiment

OVER HET ONTSTAAN VERKLAREN UIT HET BESTAAN
Je schrijft:
Dat in de biologische evolutie een aantal overgangen voor komen, die we nog steeds moeilijk kunnen vatten … is vooralsnog onvoldoende aanleiding om te veronderstellen dat die in strijd met fundamentele natuurwetten zouden zijn. En onvoldoende aanleiding om die overgangen aan een buitenaardse, intelligente creator toe te schrijven. Want daarmee gaat Scheele in een overeenkomstige fout als hij Midas Dekker heeft verweten: Namelijk wat we niet kunnen waarnemen, schrijven we dan maar aan een wonder toe.

Er worden mij weer dingen in de mond gelegd. Wat ik op blz. 196 en 197 (in andere woorden) heb geprobeerd uit te leggen is dat een Schepper per definitie in overeenstemming met de natuurwetten schept, anders zou er van natuur'wetten' geen sprake meer zijn. Dat die Schepper een consistente wereld heeft gemaakt waarin de processen zich volgens vaste regels voltrekken, maakt juist dat we die wereld kunnen onderzoeken en beschrijven. Wat ik echter wél zeg, is dat het proces waardoor deze wereld en het leven tot stand kwam niet zomaar af te leiden is uit de processen die zich afspelen nu deze wereld bestaat.

Ik weet niet zeker of ik het voorbeeld tijdens het forum gebruikt heb, maar anders herhaal ik het maar: je kan een auto op een wetenschappelijke manier onderzoeken op de testbaan, maar de gegevens die je daarbij verzamelt (zoals over wegligging, benzineverbruik, remweg en dergelijke) zullen je niet helpen te begrijpen hoe die auto ontstaan is. Het is zelfs dwaas om de processen die zich afspelen tijdens het rijden te extrapoleren naar een ontstaansgeschiedenis.

Nu is een auto geen zichzelf-reproducerende entiteit, zoals een organisme, maar wat duidelijk mag zijn is dat het bestaan niet noodzakelijkerwijs leidt tot het ontstaan van iets.

Als je een marsmannetje zou vertellen dat melk van gras gemaakt wordt en dat dat door middel van een koe gebeurd, dan verklaart hij je voor gek als hij van koeien (en dergelijke) niet afweet. Als een marsmannetje gaat proberen de oorsprong van een hem toegezonden glas melk op een naturalistische manier te verklaren, dan komt uit dat onderzoek per definitie geen koe, omdat dat buiten zijn gezichtsveld ligt en hij zichzelf bij voorbaat de beperking opgelegd heeft om een en ander 'naturalistisch' te verklaren.

Wat ik wil zeggen is dat de wetenschappelijke methode bijzonder effectief is als het gaat om het onderzoeken en beschrijven van de werkelijkheid, maar dat ze op metafysisch terrein komt als ze de oorsprong van de werkelijkheid wil verklaren, wil afleiden uit het heden.

zeester.gif (1231 bytes)Ontstaan uit bestaan?

CONCLUSIE

Tot zover mijn weerwoord op je commentaar op mijn boek. Ik kom tot de conclusie dat je veel zaken oppervlakkig gelezen hebt en dat je bij het lezen van bepaalde sleutelwoorden misschien directe associaties gekregen hebt met eerdere discussies over dergelijke zaken. Daar heb je dan het gebruikelijke verweer tegen in stelling gebracht. Maar wel met als effect dat je me van sommige zaken volkomen onterecht beschuldigt. Dat ben ik echter wel gewend.

Dit neemt niet weg dat je me aan het denken gezet hebt en dat de materie die je aanreikt over primordial en optimal sequenties erg interessant is. Naar aanleiding daarvan en naar aanleiding van een discussie op de internetsite heb ik mezelf verdiept in de diverse geslachtsbepalende systemen en daarbij ook sequentie-vergelijkingen gedaan. Ik heb daar onder andere wat software voor geschreven om me het vergelijken eenvoudiger te maken. Een deel van de resultaten heb ik als artikel op de internetsite gezet en hier ook bijgevoegd. Het geeft in ieder geval voor mijzelf een veel concreter zicht op de argumenten die je aandraagt. Ik kom er straks op terug

zeester.gif (1231 bytes)Conclusie

Het onstaan van de genen in een ver verleden uit primordial versies

ANTWOORD OP DE BRIEF VAN 11 MAART

Quick Tour
Over je voornemen juist de Quick Tour van commentaar te voorzien ben ik niet zo enthousiast. Zoals je uit mijn commentaar hierboven gemerkt hebt, vind ik niet dat je mij zorgvuldig behandelt. Omdat de Quick Tour alleen maar de grote lijn aangeeft, is het erg gemakkelijk er allerlei dingen in te lezen die ik niet beweer. Ik zou liever zien dat je me letterlijk citeert uit het boek als je mij iets wilt laten zeggen waar je het niet mee eens bent. Ik vind van mezelf dat ik erg mijn best gedaan heb evolutionisten hun eigen zegje te laten doen in mijn boek, en zou het waarderen als met mij hetzelfde gedaan wordt. zeester.gif (1231 bytes)De afrekening

het computermodel
Voor wat betreft het computermodel voor de vijf enzymen in 16 organismen:
Ik begrijp de berekeningen, maar ben (nog) niet overtuigd. Waarschijnlijk komt dat door mijn onzorgvuldige formulering van het probleem. Ik schreef namelijk:

"Als er in tien verschillende oertypen dezelfde of een vergelijkbare sequentie gegeven is, waarna deze onafhankelijk van elkaar zijn gaan muteren, hoe kan dan met zekerheid vastgesteld worden welk model uitgesloten moet worden?"

De volgende vraag die ik mezelf zou moeten stellen is: hoeveel genen tussen niet-verwante typen zullen (vrijwel) exact gelijk geweest zijn bij creatie én daarna toch variabel. Ik weet wel van de histonen, maar die zijn invariabel, dus daarbij gaat het verhaal niet op. Misschien zou ik het volgende grove tabelletje kunnen maken:

  • Ongelijksoortigde genen hebben dezelfde functie maar zijn zeer verschillend
  • Gelijkde genen zijn (vrijwel) geheel identiek
  • Gelijksoortigde genen vertonen grote overeenkomsten maar verschillen wel
  • Progressief-gelijksoortige genen die 'parallelle progressie' vertonen met de soort-indeling

Voor elk van de categoriën geldt dat ze mogelijkerwijs non-variabel zijn via matig variabel tot zeer variabel (binnen het type dus!). Histonen zijn dan zondermeer gelijk - nonvariabel. De berekening zoals je die gemaakt hebt zou dan gelden voor genen die gelijk - variabel zijn. Slechts een beperkte categorie! Ik denk dat er echter genen zijn die (ik noem het nu maar even zo) 'progressief' zijn. Dat wil zeggen, bepaalde verschillen in aminozuurvolgorde zijn misschien niet essentieel (in die zin dat ze bij wijziging resulteren in een disfunctioneel eiwit) maar ze zijn ook niet functieloos. Of in andere woorden: een niet-lethale substitutie is nog niet meteen in alle opzichten een neutrale substitutie. Begrijp je wat ik bedoel? Jij gebruikt het woord 'neutrale substitutie' in de zin van 'niet-lethale substitutie', maar het hoeft daarmee nog niet onmiddelijk neutraal te zijn in de zin van een zekere functionele verschuiving.

Zo vertelde een professor in Groningen mij dat een lama een 'versie' van hemoglobine heeft dat het uitstekend doet in ijle lucht. Hier is dus sprake van een niet-lethale, niet-neutrale aminozuursubstitutie die dus een functioneel verschil maakt.

Een biologiestudent schreef mij een reactie waarin hij zei:

Bij ongewervelden is het ademhalingspigment hemocyanine met koper als zuurstof-bindend element. Dit is vrij in oplossing in het bloed. Bij gewervelden is het hemoglobine, wat ijzer gebruikt om zuurstof te binden en voorkomt in de rode bloedcellen. Ten eerste heeft er dus evolutie plaatsgevonden van koper naar ijzer als (beter) zuurstofbindend element. Verder is door het verpakken van het pigment in cellen een hogere concentratie in het bloed mogelijk.

Verschillen tussen zuurstofbindende moleculen zijn niet functieloos. Als ik het in jouw woorden zou moeten zeggen zou ik dat zo zeggen: in verschillende soorten zijn er verschillende 'optimal sequenties'. Deze 'optimal sequenties' komen echter sterker overeen naarmate de soort of het type zelf ook meer overeenkomt. Hemoglobine van zoogdieren zal altijd meer op elkaar lijken dan op dat van reptielen, omdat dat koudbloedigen zijn en ze daarmee ook een andere zuurstofhuishouding hebben. Het type stelt andere eisen aan verder toch overeenkomstige genen.

Dezelfde 'functionele verschuiving' waarvan sprake is in de bouw en organen van niet-verwante typen is dan ook waarneembaar in de eiwitten. Ofwel 'parallelle progressie'. Om het anders te zeggen: als we door naar de buitenkant te kijken tot de conclusie komen dat twee typen veel overeenkomsten vertonen, dan mag je verwachten dat een behoorlijk deel van de genen in de binnenkant ook vergelijkbare overeenkomsten vertoont. Als je op basis van overeenkomsten aan de buitenkant een indeling maakt van allerlei soorten en typen, dan mag je verwachten dat je dezelfde soort indeling krijgt als je naar de binnenkant (de genen) kijkt. Maar niet noodzakelijkerwijze altijd! Het zou net zo goed kunnen dat er op bepaalde terreinen (genen) van wordt afgeweken.

Ik zou dus zeggen: als er (ooit) eens een paar genen gevonden worden waarbij de verdeling behoorlijk random is, dan pleit dat tegen een gemeenschappelijke afstamming. Als er veel genen gevonden worden waarbij de stamboom precies dat oplevert wat het aan de buitenkant beoordeeld ook oplevert, dan zegt (mij) dat op zich nog niet genoeg.

Als er genen gevonden worden die dezelfde functie hebben, maar die verder zeer ongelijk zijn, dan lijkt mij dat een ernstig of misschien zelfs doorslaggevend bezwaar tegen macro-evolutie.

En eigenlijk is dat laatste wat ik in (o.a.) de geslachtsbepalende genen aangetroffen heb.
(Zie het artikel over de Geslachtsbepalende Systemen op deze site, dat Rörsch bij deze brief ook ontvangen heeft)

zeester.gif (1231 bytes)Nog geen commentaar op ontvangen
of het moet dit zijn: zeester.gif (1231 bytes)'bijzondere' interpretatie
Zie ook: zeester.gif (1231 bytes)Openstaande punten

honderden enzymen?
Je schrijft verder:
"Dit is dus precies het patroon dat we in de enzym-atlas aantreffen, voor honderden enzymen, hetgeen eenduidig op een fylogenetische relatie tussen alle organismen wijst."

Mijn antwoord luidt dus: niet noodzakelijkerwijs. Het kan ook duiden op overeenkomstige progressieve verschuiving van functionaliteit die (logischerwijze) parallel loopt met de progressie van de complexiteit. (Vergeef me dat laatste woord).

Nog een kanttekening daarbij. Ik lees op het internet over zoogdieren dat zij ouder zijn dan de schildpad in het KUnieuws het volgende:

De verschillende methoden (=computerprogramma's PMS) leverden alle hetzelfde resultaat op. De berekeningen werden vervolgens herhaald met elf andere eiwitten van schildpadden, zoogdieren, vogels, amfibiën en vissen, waarvan de aminozuurvolgorde al bekend was. In zes gevallen leidden de berekeningen tot dezelfde stamboom, bij de andere eiwitten was de aftakkingsvolgorde steeds wisselend.

Zo 'eenduidig' zijn de resultaten dus niet. Integendeel. Vijf eiwitten zijn random, zeven vertonen gelijke aftakkingsvolgorde. Dat is dan precies zoals je mag verwachten als er een Schepper aan de gang geweest is die elke soort het zijne heeft meegegeven met gelijke, gelijksoortige en 'progressieve' genen (ongelijke genen zullen hier niet vergeleken zijn met elkaar). zeester.gif (1231 bytes)Eiwitstambomen

Ik hoop niet dat je bovenstaande ziet als een 'uitvlucht'. Mijn eigen gedachten over deze zaken moeten ook nog definitieve vorm krijgen. Je bent de eerste geweest tijdens mijn rondgang door het land die met iets 'nieuws' aan kwam zetten! Tot nog toe beweert iedereen dat er ook nu nog voortdurend nieuwe genen ontstaan door de combinatie mutatie + selectie.

 

Overigen
Er is nog een mogelijk element waar rekening meegehouden moet worden: de reparatiemechanismen. In Biology op blz. 1045 staat:

Bij zoogdieren en vogels zijn de reparatiemechanismen (die sommige mutaties kunnen corrigeren) waarschijnlijk efficiënter, en resulteren daarom minder in opeenstapelende veranderingen in de neutrale (niet voor eiwitten coderende) regionen van het DNA.

Als dit zo is zou je een 'pyramidevorm' kunnen krijgen waarbij 'hogere' dieren veel minder afwijken van hun oorspronkelijke versie dan 'lagere' dieren. Lagere dieren zullen ook onderling veel meer afwijken, dan hogere. Ik meen dit in de verschillenmatrix van cytochroom c te zien.

Op dit punt ben ik echter geheel niet zeker. Ik reik hier alleen maar een gedachtengang aan. zeester.gif (1231 bytes)Reparatiemechanismen

 

Nog een paar gedachten:

  • Je schrijft dat vervangingen "binnen de groep" moeten plaatsvinden. Maar dat is toch bijvoorbeeld bij cytochroom c al helemaal niet het geval? Er zijn vele vervangingen door niet-verwante aminozuren.
  • Hoe zit het met inserties en deleties? Die komen in je computermodel ook niet voor maar in de praktijk wel.zeester.gif (1231 bytes)Groepsvervangingen, inserties

Nog een paar bezwaren tegen het ontstaan van primordial naar optimal die in mij opborrelen:

  • Ik kom nergens de regulatie van genen tegen. Het gaat niet alleen maar om de functie van een gen zelf, maar juist ook om de regulatie ervan. Dat wil zeggen op het juiste moment in de juiste dosis, etc. zeester.gif (1231 bytes)Splicing
  • Er is geen verantwoording voor het ontstaan van splicing met introns en exons en de daarbijhorende enorm diverse regelmechanismes. Je computermodel is een behoorlijke versimpeling van de werkelijkheid en zou theoretisch voor hele simpele eiwitten misschien opgaan. zeester.gif (1231 bytes)Regulatie
  • Een vereiste voor dit proces is een constante selectiedruk erop voor miljoenen jaren. In een computermodel is dat eenvoudig op te stellen. Maar of dat in werkelijkheid realistisch is?
  • Misschien dat (in theorie dus) 1 eenvoudig eiwit met enige primitieve functionaliteit geoptimaliseerd kan worden als er gedurende miljoenen jaren op geselecteerd wordt. Maar genen staan niet op zich en werken samen. Zie blz. 70 voor de beschrijving van de twaalf genen die nodig zijn om een cel lichtgevoelig te maken. Ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat twaalf van zulke 'primordial' genen gewoon helemaal niets doen. En dat de sprong van niets naar heel-weinig dus toch veel groter is dan het 'stapje' van niets naar naar primordial.

Bovenstaande zijn meer wat losse opmerkingen bedoeld om de gedachten wat te prikkelen en niet zozeer om daar de discussie op toe te spitsen.

Wetenschap  & religie
Je schrijft nog ergens: "ik kan onmogelijk in een goedertieren god geloven". Ik begrijp dat zo moeilijk. Ik vind dat wetenschap per definitie agnostisch van aard zou moeten zijn, waarbij de waarde van de wetenschap vooral is dat ze het heden onderzoekt en in kaart brengt. Ze hoeft niet noodzakelijkerwijs het onstaan van deze wereld te verklaren om nuttig te kunnen zijn voor de wereld. Integendeel zelfs. Ik denk dat als wetenschappers dat wel doen (het onstaan verklaren), zij de aan de wetenschap gestelde grenzen overschrijden en op metafysisch terrein komen. Het kan de persoonlijke voorkeur van een wetenschapper zijn niet in een God of Schepper te geloven. Ik denk dat de wetenschap geen enkele belemmering hoeft te ondervinden als je wel in een God of Schepper gelooft (en niet in een macro-evolutie). Daarom vind ik dat wetenschappers hardop moeten zeggen dat hun ontstaansmodel een theoretische mogelijkheid is die geenszins alternatieven uitsluit, eenvoudigweg omdat het aan de wetenschap niet gegeven is om daar definitief uitsluitsel over te geven. Maar ja. Daar zal je het wel niet mee eens zijn. zeester.gif (1231 bytes)Wetenschap & religie

Met vriendelijke groet,

 

Peter Scheele

 

   

 

geef hier je feedback over deze pagina of op de inhoud
copyright © 1997-2003, Peter Scheele
een project van WEBinSIGHTs