Begeleidende brief bij het exemplaar voor Darwin

 

Dit is de begeleidende brief, die overhandigd werd aan de secretaresse van Charles Darwin, tijdens de presentatie van Degeneratie op 24 november in de Beekse Bergen. Dit naar aanleiding van het antwoord van Darwin op de brief aan hem.

 

Eindhoven, 24-11-97

Beste Charles Darwin,

Wat een bijzonder aangename verrassing dat ik van u op deze wijze een reactie mocht ontvangen. Ik heb al een keer eerder op vergelijkbare wijze (door verspreiding van een bericht in het land) geprobeerd een levende collega van u te bereiken, namelijk Midas Dekkers, maar dat heeft niet het gewenste resultaat gehad.

Het verheugt me vervolgens ten zeerste dat u vanuit de hemel schrijft. Is het dan toch waar dat u zich op uw sterfbed tot de Schepper gewend heeft? Of is dat nooit het probleem geweest, maar is de Schepper inderdaad zo vergevingsgezind als er van hem gezegd wordt? U moet namelijk weten dat uw ideeën door veel mensen aangegrepen zijn om zich van God af te keren en ze zijn door allerlei kwalijke ideologiën gebruikt en misbruikt. Maar daar kunt u misschien niet verantwoordelijk voor gehouden worden.

Ik denk dat vele van uw vragen beantwoord zullen worden in mijn boek en ik hoop dat u het met plezier en met aandacht zult lezen. Ik zal er in deze brief daarom dan ook niet al te diep op ingaan. Mocht een en ander na het lezen van het boek toch niet geheel duidelijk zijn, of mocht u op essentiële punten met mij van mening verschillen, dan zal ik graag de tijd nemen hierover met u te corresponderen.

Verder vind ik het uitermate sportief dat u juist op de dag van uitgifte van mijn boek, dat ik plagend op dezelfde datum geplaatst heb als de uitgiftedatum van uw The origin of species, uw secretaresse stuurt om uw exemplaar in ontvangst te nemen. Dat getuigt van karakter, zeker gezien het gegeven dat voornoemde collega het af laat weten. Heeft u dit in de hemel geleerd, of bent u van nature zo?

Wat betreft de gedachte dat er door recombinatie binnen een bestaande genenpoel nieuwe variatie kan ontstaan, ben ik dat helemaal met u eens. De wijze waarop u dat schetst laat zien wat voor een krachtig mechanisme de recombinatie is. Dergelijke natuurlijke biologische verandering wordt doorgaans toegeschreven aan het mechanisme van de mutaties, de reden waarom ik in het rollenspel in mijn boek de acteur Meesteroplichter Mutatie opgevoerd heb.

Bij 'positieve mutaties' gaat het in het meest 'positieve' geval om pure horizontale micro-evolutie, maar meestal ook gewoon om verlies van voor de levensvatbaarheid niet zo belangrijke genen. De poolvos heeft op die manier bijvoorbeeld door mutaties de genen verloren die in zijn voorouders het pigment voor de vacht maakten. Op soort-nivo was dat een voordeel, omdat hij dan beter hazen kan vangen in de sneeuw, maar op genetisch nivo is er iets verloren gegaan. Het gebruik van het woord positief is in dit verband daarom veel te verwarrend en filosofisch van aard.

U begrijpt mij verkeerd als u zegt dat ik een convergente theorie voorstel. Integendeel. Er waren slechts een paar oertypen, ongeveer per familie één. Vanuit deze oertypen is door variatie, genetische verarming en degeneratie een uitwaaiering tot standgekomen waardoor de huidige soortenrijkdom is ontstaan. Ieder van de ondersoorten die uit het oertype is ontstaan is genetisch armer dan het hoofdtype. Het is zelfs mogelijk dat degeneratie zo ver gaat dat ondersoorten van hetzelfde type niet meer kunnen kruisen. In mijn boek staat een mooie afbeelding in de kleurenkatern, waarin ik deze typologische differentiatie uitgebeeld heb.

Ik wil hier nog eens benadrukken dat ik van mening ben dat u een geweldige ontdekking hebt gedaan, welke u in The origin of species verwoord hebt. U hebt ontdekt dat er biologische verandering is en u hebt ontdekt waardoor dit tot stand kan komen. Echter u bent een stap te ver gegaan door te veronderstellen dat variatie oneindig doorgaat, dat er door natuurlijke selectie en aanpassing een ontwikkeling is van laag naar hoog en dat daarom AL het leven gemeenschappelijke voorouders heeft gehad en uit eencelligen is ontstaan. U hebt op een filosofische manier de lijnen doorgetrokken en in een groot universeel geheel geplaats, waar in principe voor God geen plaats meer hoeft te zijn. Hoogstens als toeschouwer aan de kantlijn misschien. Tegen uw ontdekkingen maak ik geen bezwaar, wel tegen het kader van de evolutionistische ontwikkelingsgedachte waarin u het geplaatst hebt.

Met vriendelijke groet en benieuwd naar uw bevindingen,

Peter M. Scheele

P.S. Ik heb begrepen dat uw secretaresse het boek ook wil lezen. Ik hoop dat u 'samen kunt doen'…

 

   

 

geef hier je feedback over deze pagina of op de inhoud
copyright © 1997-2003, Peter Scheele
een project van WEBinSIGHTs