|
Zoals dr Leo van Raamsdonk het boek van Scheele
(Degeneratie: het einde van de evolutietheorie; N&T
7/1998) als een mijlpaal naast de Origin of'species van
Darwin zet, zo zet ik het als aanfluiting naast Bedenkelijke
Wetenschap (pag. 51) en de grap van Sokal
(pag. 91) in hetzelfde nummer. Elk boek kan als een
kritische benadering worden beschouwd, maar zelfs op dat
terrein verdient Scheele een rode kaart. Voor de wetenschappelijke
gerechtigheid mag ik graag uit twee studentenbijbels
klappen:
"De genen voor myoglobine en voor de
alfa-, beta- en andere ketens van hemoglobine zijn variaties
op een fundamenteel thema. Deze genenfamilie
ontstond vrijwel zeker door genduplicatie en diversificatie.
|
Uit vergelijkingen van hun aminozuurvolgorden
blijkt dat de genen voor myoglobine en hemoglobine zo'n
700 miljoen jaar geleden uiteen zijn geweken. De genetische
verwantschap van de alfa- en beta-ketens weken 500 miljoen
jaar geleden uiteen." (Stryer, J., Biochemistry).
De oerglobine is myoglobine, een monomeer; de gespecialiseerde
(niet de gedevolueerde) vorm is hemoglobine die op haar
beurt nog divergeert in twee (alfa- en twee beta-ketens
(tetrameer). Er is nog een argument tegen devolutie: achtereenvolgens
worden specifieke embryonale, foetale en volwassen vormen
van hemoglobinegenen geactiveerd om in elk stadium maximaal
zuurstoftransport te garanderen.
De globinegenen zijn ook een mooi voorbeeld
om 'junk DNA' te weerleggen: "de creatie van nieuwe
genen door
|
diversificatie en specialisering van bestaande
genen is duidelijk van cruciaal belang geweest voor de evolutie
van complexe meereellige organismen (... ) Er zijn meer
gedupliceerde globine-DNA-volgorden in de alfa- en beta-globinegenclusters
die geen functionele genen zijn. Deze zogeheten pseudogenen
zijn in hoge mate homoloog met de functionele genen, maar
onwerkzaam gemaakt door mutaties die hun expressie verhinderen.
Het bestaan van zulke pseudogenen wijst erop dat niet elke
DNA-duplicatie tot een nieuw functioneel gen kan leiden.
Niet-functionele DNA-volgorden worden bovendien niet snel
verworpen, zoals blijkt uit de ruime overmaat niet-coderend
DNA in de genomen van zoogdieren." (Alberts B. et al.
Molecular Biology off the Cell).
Guido De Mey
Tervuren
|