Ingezonden brief in Natuur & Techniek september '98
 

In Natuur & Techniek verscheen column prof. dr. Arnold De Loof
Daarna deed dr. Leo van Raamsdonk een boekbespreking
Guido de Mey reageerde daarop met een ingezonden brief.
Peter Scheele reageerde daar weer op.

twijg.gif (3076 bytes)

Rode kaart

 

Zoals dr Leo van Raamsdonk het boek van Scheele (Degeneratie: het einde van de evolutietheorie; N&T 7/1998) als een mijlpaal naast de Origin of'species van Darwin zet, zo zet ik het als aanfluiting naast Bedenkelijke Wetenschap (pag. 51) en de grap van Sokal (pag. 91) in hetzelfde nummer. Elk boek kan als een kritische benadering worden beschouwd, maar zelfs op dat terrein verdient Scheele een rode kaart. Voor de wetenschappelijke gerechtigheid mag ik graag uit twee studentenbijbels klappen:

"De genen voor myoglobine en voor de alfa-, beta- en andere ketens van hemoglobine zijn variaties op een fundamenteel thema. Deze genenfamilie
ontstond vrijwel zeker door genduplicatie en diversificatie.

Uit vergelijkingen van hun aminozuurvolgorden blijkt dat de genen voor myoglobine en hemoglobine zo'n 700 miljoen jaar geleden uiteen zijn geweken. De genetische verwantschap van de alfa- en beta-ketens weken 500 miljoen jaar geleden uiteen." (Stryer, J., Biochemistry). De oerglobine is myoglobine, een monomeer; de gespecialiseerde (niet de gedevolueerde) vorm is hemoglobine die op haar beurt nog divergeert in twee (alfa- en twee beta-ketens (tetrameer). Er is nog een argument tegen devolutie: achtereenvolgens worden specifieke embryonale, foetale en volwassen vormen van hemoglobinegenen geactiveerd om in elk stadium maximaal zuurstoftransport te garanderen.

De globinegenen zijn ook een mooi voorbeeld om 'junk DNA' te weerleggen: "de creatie van nieuwe genen door

diversificatie en specialisering van bestaande genen is duidelijk van cruciaal belang geweest voor de evolutie van complexe meereellige organismen (... ) Er zijn meer gedupliceerde globine-DNA-volgorden in de alfa- en beta-globinegenclusters die geen functionele genen zijn. Deze zogeheten pseudogenen zijn in hoge mate homoloog met de functionele genen, maar onwerkzaam gemaakt door mutaties die hun expressie verhinderen. Het bestaan van zulke pseudogenen wijst erop dat niet elke DNA-duplicatie tot een nieuw functioneel gen kan leiden. Niet-functionele DNA-volgorden worden bovendien niet snel verworpen, zoals blijkt uit de ruime overmaat niet-coderend DNA in de genomen van zoogdieren." (Alberts B. et al. Molecular Biology off the Cell).

Guido De Mey
Tervuren

 

commentaar:

 

   

 

geef hier je feedback over deze pagina of op de inhoud
copyright © 1997-2003, Peter Scheele
een project van WEBinSIGHTs