|
Guido De Mey maakt op aansporen van zijn 'studentenbijbels'
in de moleculaire biologie, een fundamentele fout, in zijn
commentaar op mijn boek Degeneratie (N&T 9/1998).
Een fout die in het interpreteren van genetische en biochemische
data zo gemeengoed is geworden, dat zij vrijwel niemand
meer opvalt. Het betreft namelijk de aanname dat
overeenkomst een gemeenschappelijke afstamming bewijst.
En dat is niet zondermeer waar. Een vergelijking van myoglobine
met hemoglobine laat zien dat de laatste grofweg uit vier
keer de eerste bestaat. Wanneer je probeert dit gegeven
evolutionistisch te interpreteren, dan kan je niet anders
dan tot de conclusie komen dat door verdubbelingen (duplicatie)
in het myoglobine-gen een hemoglobine-gen is ontstaan, dat
daarna door mutaties (divergentie) zijn huidige vorm heeft
gekregen. De Mey's studiebijbels komen dan ook tot de uitspraak
dat "deze genenfamilie vrijwel zeker door genduplicatie
en
|
diversificatie ontstonden" (cursivering
toegevoegd), maar laten hem daarmee toch in de steek. Men
weet het namelijk niet. Het is een veronderstelling,
een reconstructie, die hout snijdt als je er bij
voorbaat vanuit gaat dat er een macro-evolutionaire ontwikkeling
geweest is van al het leven. Echter, een (automatische)
conclusie op basis van een aanname kan niet later gebruikt
worden om te bewijzen dat de aanname klopt.
Overeenkomst, zoals in het geval van de globine-genen,
duidt op overeenkomstige functionaliteit, niet zozeer
op afstamming. Omdat de functionaliteit vergelijkbaar is,
daarom zijn de sequenties vergelijkbaar, desnoods vier keer
de eerste. Omdat de functionaliteit niet dezelfde is, daarom
zijn de sequenties niet dezelfde. De zuurstofbindende karakteristieken
van de diverse globines en hun oligomeren zijn ieder anders
en daarom wijken hun sequenties af. Die functionaliteit
is de reden voor zowel de overeenkomst als de verschillen.
|
Een programmeur maakt ook gebruik van standaardbibliotheken
van routines en wijzigt daarin wat noodzakelijk is om tot
het doel te komen dat hij voor ogen heeft. Overeenkomst
in programmacode wordt door geen enkel weldenkend mens beschouwd
als veroorzaakt door een opeenstapeling van duplicatie,
kopieerfoutjes en menselijke selectie, alhoewel deze wél
voorkomen. Die gevallen leiden echter niet tot betere software,
maar juist tot de aftakeling ervan.
Daarom mag terecht de vraag eens gesteld worden
of het wel waar is dat door genoemde mechanismen duplicatie
en divergentie de constante aanmaak van nieuwe genen veroorzaakt
is, die nodig zou zijn voor macro-evolutie.
|