|

'Er is geen evolutie, alleen
degeneratie', stelt Scheele in zijn boek.
Het boek 'Degeneratie' van Peter Scheele heeft
behoorlijk de aandacht getrokken. De ondertitel 'het einde
van de evolutietheorie en een wetenschappelijk alternatief'
belooft veel. Als echter de inhoud ontdaan wordt van populariserende
taal, ontdekken we dan inderdaad een wetenschappelijk alternatief
voor de theorie van Darwin?
Kort samengevat beschrijft het boek het ontstaan
van soorten in het licht van de moderne genetica (1).
Er is een enorme verscheidenheid in het leven om ons heen.
Met veel boeiende voorbeelden laat de auteur zien dat die
verscheidenheid verklaard kan worden door variatie en verlies
van erfelijke informatie. Als er alleen variatie en verlies
van genen is vervalt het ontstaan van nieuwe erfelijke eigenschappen,
waar de evolutietheorie van uitgaat. Het boek Degeneratie
is daarmee een tegen hanger van On the Origin of Species
by Means of Natural Selection van Charles Darwin (1859).
Uitsterven
Het gevolg van degeneratie kan zijn dat zoveel
erfelijke eigenschappen verloren gaan dat soorten uiteindelijk
op de rand van uitsterven balanceren. De koalabeer bijvoorbeeld
leeft op een eenzijdig dieet van eucalyptusbladeren. Het
is goed mogelijk dat hij de genen verloren heeft die hem
vroeger de mogelijkheid gaven om er een gevarieerder dieet
op na te houden (p138). Een ander voorbeeld van balanceren
op de grens van levensvatbaarheid is de eendagsvlieg, die
als volwassen vlieg geen mond heeft. Tijdens die ene dag
hoeft de vlieg toch niet te eten, er hoeven alleen eieren
gelegd te worden waar nieuwe jonge larven uit komen. Waarschijnlijk
heeft deze soort zijn monddelen door degeneratie verloren
(p137).

Slangepoten: rudimentaire organen:
een teken van degeneratie.
Het doel van het boek
Waarom heeft Peter het boek geschreven? Het
ontstaan van de evolutietheorie had alles te maken met een
gunstige voedingsbodem. De tijd was rijp voor een nieuwe
theorie, los van God (atheïstisch) en op basis van het verstand
(rationeel). De theorie had in de tijd van Darwin direct
al effect op het maatschappelijk leven. Economisch en politiek:
marxisme, liberalisme en nationalisme.Sociaal: loslaten
van morele normen, verandering van het mensbeeld in de psychologie
en in de samenleving.Cultuur: feitelijk weergeven van de
werkelijkheid zonder taboes (realisme) als reactie op de
romantiek, die in een verder verleden het accent legde op
geest, emotie.Vandaag heeft het evolutionistische mens-
en wereldbeeld het hele leven doortrokken en als je je ertegen
verzet plaats je je al snel buiten de werkelijkheid (p17).
Dat brengt ons bij het doel dat de auteur heeft: een tegenwicht
bieden tegen de evolutietheorie in gesprekken met niet-gelovigen
(2). Het boek is bedoeld
voor een breed publiek (p216). Daarbij past de populair-wetenschappelijke
taal waarin het boek is geschreven, en ook de extroverte
stijl waarmee Peter de publiciteit zoekt. 'Let's beat Darwin',
en dat is breder bedoeld dan alleen het verkochte aantal
boeken op de dag van verschijning, en ook breder dan alleen
maar de wetenschappelijke theorie. Peter bestrijdt het bijbehoren
de mens- en wereldbeeld.

De quagga is een zebrasoort
van de Afrikaanse vlakten. Het laatste exemplaar stierf
in 1883. Wetenschappers proberen ze terug te fokken uit
gewone zebra's door generaties lang te selecteren op exemplaren
met een bruine, schaars gestreepte huid. Dit lukt niet als
zebra en quagga allebei dochtervarianten zijn van eenzelfde
moedertype.
|
Een gebruikstheorie
Behalve voor niet-christenen is de inhoud
van het boek ook waardevol voor christenen die zelf over
evolutie nadenken (3), of die daarover in gesprek raken met
niet-christenen. En wie overkomt dat niet? In dit verband
lijkt het vreemd dat Peter terughoudend is in contacten
met mede-creationisten. 'Creationisten zetten hun geloofsargumenten
tegenover de evolutietheorie'(4)
en: 'Creationisten zeggen alleen dat het niet klopt, ze
komen niet met een alternatief' (p126). Het is voor mij
opnieuw een aanwijzing dat het doel niet is om een wetenschappelijke
theorie te ontwikkelen. Peter wil de theorie gebruiken.
Ik wil nog een aanwijzing noemen: het boek
is opgedragen aan Midas Dekkers, 'de verpersoonlijking van
traditioneel evolutionistisch denken in Nederland' (p4).
Midas Dekkers wordt op de korrel genomen omdat hij heraut
is van de evolutietheorie, niet omdat hij als wetenschapper
meebouwt aan die theorie. Hij is alleen een rechtstreekse
tegenstander als Peter het tegenovergestelde wil: het grote
publiek op de hoogte brengen van het alternatief: degeneratie.
Daarbij heeft Peter het moeilijker, omdat hij, in tegenstelling
tot Midas, geen wetenschappelijk bouwwerk op grond van degeneratie
achter zich heeft. Hij heeft zelf zijn theorie moeten ontwikkelen.

De Lynx z'n staart is gedegenereerd.
In de evolutieleer is een rudimentair orgaan altijd een
sterk bewijs voor evolutie en gemeenschappelijke afstamming.
Theorie of concept?
Heeft het boek wetenschappelijke waarde? De
auteur onderbouwt zijn ideeën door uit te gaan van veel
voorbeelden uit recent genetisch onderzoek, door het doen
van voorspellingen die geverifieerd kunnen worden (p146)
en door te constateren dat tot nu toe nog niemand zijn theorie
weerlegd heeft (studiedag EH). Dat zijn inderdaad relevante
criteria, maar bevat het boek daarmee een wetenschappelijke
theorie? Wetenschap is, behalve de schriftelijke weergave,
ook een activiteit. Het is een worsteling met de werkelijkheid,
die telkens ingewikkelder blijkt dan onze ideeën daarover.
Het is ook een sociaal en politiek gebeuren, waarbij wetenschappers
eigen theorieën verder ontwikkelen en die van anderen kritisch
volgen (5). Het slagveld omvat toonaangevende tijdschriften
en wetenschappelijke conferenties. Peter geeft er nergens
blijk van dat hij zich op dit slagveld wil begeven, integendeel,
merkte hij op de EH-studiedag op. Daarom zal het concept
'Degeneratie' verder uitgewerkt moeten worden. Dat is ook
nodig: zonder verdere ontwikkeling is de kans groot dat
het ontkiemende zaadje geen stand zal houden en uiteindelijk
zal wegkwijnen (6).
Concrete vragen
Om duidelijk te maken wat ik met nader uitwerken
bedoel zal ik een aantal concrete vragen stellen. Allereerst
kwantificering: hoe snel gaat degeneratie? Zijn er verschillen
in degeneratie-snelheid voor verschillende soorten? Gaat
degeneratie ook sneller als zij al verder is voortgeschreden?
Hoe lang duurt het voordat soorten op de grens van levensvatbaarheid
aankomen ? Welke soorten zijn verwant, en welke niet, en
wat zijn daarvoor de criteria? Is er een verband tussen
de mate van degeneratie en de gemiddelde leeftijd van een
generatie? Gaan soorten meer op elkaar lijken naarmate de
degeneratie verder voortschrijdt? Hoe is vast te stellen
dat soorten in het verleden genetisch rijker waren? Peter
stelt zelf ook deze of vergelijkbare vragen, maar alleen
vragen stellen is nog niet voldoende. Het ontwikkelen van
antwoorden hoort er ook bij. Darwin had zijn theorie grondiger
uitgewerkt voordat hij zijn boek naar buiten bracht. Bovendien
biedt Degeneratie, in tegenstelling tot de theorie
van Darwin, geen verklaring voor de volgorde van de fossielen
in de geologische aardlagen.

De aalscholver die het vliegen verleerde:
degeneratie
Bekende en erkende feiten
Wat is er nieuw in het boek? De ingrediënten
zijn het niet, ook al kan de combinatie wel voor velen de
ogen geopend hebben. De voorbeelden van genetica komen uit
de literatuur.
|
Kansberekening om de onwaarschijnlijkheid
van het ontstaan van nieuwe genen te schatten ('Koning Entropie')
zijn in het verleden ook veelvuldig uitgevoerd (7).
Het ontstaan van maar één enkel nieuw gen dat bruikbaar
is voor het organisme is nog steeds niet waargenomen, maar
dat wordt ook door wetenschappers erkend (8) Dat complexe biologische systemen niet
geleidelijk ontstaan kunnen zijn (p. 70) is recent nog eens
duidelijk uitgelegd door Behe (9). Degeneratie is een algemeen aanvaard
en redelijk ontwikkeld onderdeel van de populatie-genetica
(10). De populatie-genetica
omvat zowel evolutie (mogelijke verklaringen voor het ontstaan
van nieuwe genen) als degeneratie. Peter ontkent dat het
deel evolutie mogelijk is: er is geen evolutie, alleen degeneratie
(p.127). Waarin verschilt deze stelling van het verwijt
aan creationisten dat zij alleen maar zeggen dat wat een
ander vindt niet klopt (p.126)?

Uitbeelding van een 'typologische
variatie' met links het oertype (het oerrund). Van daaruit
gaan verschillende variaties (lijnen), die uitkomen op een
plateau (-succesvolle ondersoort, die goed weet stand te
houden en zich vermenigvuldigt). Van daaruit vertrekken
ook weer een of meerdere lijnen. Dat zijn b.v. individuen
of varianten in een ander milieu die op hun manier weer
succesvol kunnen zijn en zodoende ook weer op een plateau
eindigen. Zij zijn wel genetische verarmingen, daarom staan
de plateaus lager dan de vorige. Op het plaatje: het oerrund,
de wisent en koe.
Geen evolutie: degeneratie
Tenslotte: heeft het boek werkelijk vat op
de evolutietheorie ? Ik denk dat dat zeker het geval is
voor de klassieke evolutietheorie, zoals die algemeen in
de gedachten van mensen leeft. Echter, Eldridge en Gould
hebben een jaar of 10 geleden de variant van 'punctuated
equilibrium' ontwikkeld (11). Zij beweren dat soorten lange tijd
stabiel aanwezig blijven totdat zij uitsterven en dat het
ontstaan van nieuwe soorten ineens, plotseling optreedt.
Dat gebeurt met name direct nadat een grote ramp de aarde
getroffen heeft, waarbij op grote schaal soorten zijn uitgestorven
en de aarde vrijwel leeg is. Zoogdieren worden bijvoorbeeld
na het uitsterven van de dinosauriërs in toenemende mate
in de geologische aardlagen gevonden. Binnen deze variant
is het prima mogelijk dat soorten in een voor ons waarneembaar
tijdbestek aan degeneratie onderhevig zijn, zonder dat van
ontstaan van nieuwe genen sprake is. Die degeneratie wordt
beschreven door de (experimentele) populatie-genetica en
er is geen sprake van een tegenstelling met het boek Degeneratie.
Het plotselinge ontstaan van nieuwe soorten blijft nog een
raadsel en is nu nog niet verklaard door de wetenschap.
Voor deze moderne vorm van de evolutietheorie biedt het
boek mijns inziens geen tegenwicht. Zeggen dat punctuated
equilibrium niet klopt is uiteraard mogelijk en dat doet
Peter dan ook (p.55).
Afgezien van mijn standpunt dat het boek alleen
een concept bevat, dus nog geen uitgewerkte en op congressen
verdedigbare theorie, ben ik positief over het boek. De
kern is: er is degeneratie, geen evolutie. Dat mag wat mij
betreft met veel poeha in de publiciteit gebracht worden.
Het is een standpunt waar de huidige stand van de wetenschap
geen speld tussen kan krijgen.
Noten
1. P.M. Scheele, Degeneratie,
het einde van de evolutietheorie en een wetenschappelijk
alternatief, Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 997.
2. Peter Scheele, EH studiedag,
8 mei 1998.
3. Vgl H. Wiegers, Bij
de Tijd, 6e jaargang, nr. 9, mei 1998:
evolutionistische
barrières, die het onbevangen lezen van de bijbel verhinderen,
(zullen) verdwijnen.
4. Peter Scheele, EO gids
'Visie', week 46, 9 - 5 november 1997.
5. A. van den Beukel, Met
andere ogen. Over wetenschap en het zoeken naar zin,
Ten Have, Baarn, 1994.
6. T. Zoutewelle, EH studiedag,
8 mei 1998. Overigens is het mijn standpunt dat experimenteel
onderzoek wel gewenst, maar niet noodzakelijk is. Er bestaat
uitstekend wetenschappelijk onderzoek op grond van enkel
literatuurgegevens.
7. A. E. Wilder Smith, Die
Naturwissenschaften kennen keine Evolution, Schwabe,
Basel, 1980.
8. John Postgate, The
Outer Reaches of Life, Cambridge University Press, 1994;
L. Margulis, Symbiosis in Cell Evolution, 2nd ed.,
Freeman, New York, 1993.
9. M.J. Behe, De zwarte
doos van Darwin, Ten Have, Baarn, 1997.
10. D.L. Ilartl en A.G.
Clark, Principles of Population Genetics, 2nd ed.,
Sunderland, Massachusetts, 1989.
11. S.J. Gould, Wonderful
Life, Penguin books, London, 1989.
Uit: Bijbel en Wetenschap, augustus/september
1998, nr. 205
|