|
vervolgartikel in Bijbel & Wetenschap
drs. H.R. Murris
Op 't spoor van de oorsprong
De Degeneratietheorie en de Basistypenbiologie

Fig. 1: Interpretatiewijze van objectieve
gegevens binnen een bestaande theorie of hypothese (naar Junker
en Scherer, 1986)


Fig. 2: Dezelfde objectieve gegevens kunnen zo
(zie fig. 1) in verschillende theorieen betreffende de oorsprong
worden geinterpreteerd. De taxonomie is de naamgevingskunde (naar
Junker en Scherer, 1986)


Fig. 3: Voorstelling van de Baramins
(geschapen arche- of basistypen) van de Mens en de Paardachtigen
(volgens F.L. Marsh, 1947).


Fig. 4: Bij de basistypenbiologie gaat het onder
meer om de vraag welke groepen organismen tot de oorspronkelijk
geschapen eenheden kunnen worden gerekend.


Fig. 5: Voorbeeld van een cladogram in de
moleculaire biologie. De aminozuur- samenstelling en volgorde van
Alfa-hemoglobine binnen de Vogels laat de nauwere verwantschap zien
binnen de Eendachtigen als basistype (enige voorbeelden van boven
naar beneden: Anser: gans; Cygnus: zwaan; Anas: eend; Struthio:struisvogel;
Gallus: kip; Sturnus: merel).


Fig. 6: Het verband tussen de verschillende
type-namen volgens P.M. Scheele. Geheel links met de meeste oorspronkelijke
genen en de meeste variatie op het moment van de schepping: het
oertype. Dit is op 100 gesteld. In de loop van de tijd (van links
naar rechts) neemt de variatie af en ontwikkelen zich verschillende
moedertypen etc. Onderlinge kruisingen van nazaten van moedertypen
zouden het hoofdtype, genetisch het dichtst bij het oertype komend,
terug kunnen brengen (a.w.p. 180).
|