
Peter M. Scheele. Degeneratie:
het einde van de evolutietheorie.
Amsterdam: Buijten & Schipperheijn,
1997, 240 pag.,
f 39,90/798 Bfr.,
ISBN 9060649389.
Op 24 november 1859 verscheen de eerste
druk van The origin of species van
Charles Darwin in een aantal van 1250 exemplaren. Binnen
één dag was de eerste druk uitverkocht. Precies 138 jaar
later, op 24 november 1997, publiceerde Peter Scheele zijn
boek Degeneratie: het einde van de evolutietheorie.
Zijn doel was het aantal verkochte boeken van
Darwin te overtreffen. De eerste dag werden 5105 exemplaren
van zijn boek verkocht.
In Degeneratie: het einde van de evolutietheorie
vertelt Peter Scheele het proces van evolutie in de vorm
van een biokosmisch koningsdrama. Hoofdrolspeler is koning
Entropie, want in natuurlijke systemen speelt de toename
van chaos een grote rol. Daarnaast is er meesteroplichter
Mutatie. Hij doet alsof hij de variatie tot stand brengt,
maar mutaties zijn eigenlijk foutjes. Dan is er engel Natuurlijke
Selectie. Verder spelen oom Van Duplicatie tot Divergentie
en tante Adoptie belangrijke rollen. Hij maakt genenvermeerdering
mogelijk, terwijl zij ervoor zorgt dat een nieuw gen vervolgens
een functie krijgt. Hoewel van huis uit geen bioloog is
Scheele niet bang om ook zaken als springende genen te behandelen.
De namen van de spelers zijn nogal insinuerend. Dat heeft
de auteur ook zo bedoeld. Hij wil de lezer prikkelen om
kritisch over zijn voorstellingen na te denken en daarmee
ook eens zorgvuldig naar de evolutietheorie te kijken. Het
is echter wel zo dat van het begin af aan bepaalde 'spelers'
(lees: mechanismen) al in een hoek worden gezet, zoals mutatie.
Scheele lijkt hiermee naar een bepaalde conclusie toe te
werken.
Jammer eigenlijk, want hij heeft het niet nodig.
Peter Scheele noemt verschillende aspecten die inderdaad
als argumenten kunnen worden gebruikt om de evolutietheorie
nog eens
|
kritisch te bekijken. Hij geeft
bijvoorbeeld aan dat enkele mutaties al voldoende zijn om
een gen zijn functie te laten verliezen. Maar als een gen
niet meer bijdraagt aan het functioneren van een individu,
dan kan er ook geen natuurlijke selectie meer plaatsvinden
en werkt voor dat 'dode' gen alleen nog het toeval via mutaties.
De kans dat het gen door toeval weer een functie krijgt, is
verwaarloosbaar klein.
Een ander aspect vormt het mechanisme van genduplicatie en
divergentie. Bij dupticatie wordt een stukje DNA (een gen)
gekopieerd en ergens anders als duplicaat weer ingebouwd.
Het oorspronkelijke gen en zijn duplicaat zullen niet dezelfde
mutaties ondergaan. Ze veranderen ieder in een andere richting
en dat noemen we divergentie. Het nieuwe gen moet uiteindelijk
een andere functie krijgen om zijn bijdrage aan de verschijning
van het individu, waarin het zit, te kunnen leveren. Dit mechanisme
noemt Scheele adoptie. Vaak lukt dit niet en ontstaan er slechts
pseudo-genen. Verder maakt Scheele gebruik van de inzichten
van Michael Behe zoals uiteengezet in diens boek Darwin's
black box (zie de boekbespreking in het oktobernummer
van Natuur & Techniek 1997) en haalt hij passages aan
uit het werk van Richard Dawkins.
Spiritualiteit
De invloed van mutatie en de keten van de mechanismen
duplicatie, divergentie en adoptie passen in het idee dat
evolutie zich op drie niveaus afspeelt. Het eerste niveau
is natuurlijk de macro-evolutie, die bijvoorbeeld de mutatie
van fossielen van eenvoudig naar complex moet verklaren.
Het tweede niveau is de micro-evolutie. Deze evolutie omvat
alle veranderingen van soorten en is ook een aantoonbaar
proces, want hierbij horen zaken als natuurlijke selectie,
genduplicatie en divergentie. Daarnaast beschouwt Scheele
de moleculaire evolutie als een apart niveau. Hier speelt
mutatie een grote rol. Macro-evolutie kan niet simpelweg
als extrapolatie van micro-evolutie worden gezien. En zo
is moleculaire evolutie niet de verklaring van micro-evolutie,
want het gaat bij die twee verschillende niveaus om andere
zaken. Scheele legt wel verband tussen de twee niveaus van
moleculaire en micro-evolutie, want een verliesmutatie op
moleculair niveau kan leiden tot een
|
betere aanpassing aan lokale omstandigheden.
Met andere woorden: het lijkt evolutie, maar is op moleculair
niveau degeneratie.
Scheele blijft zitten met het feit dat hij niet kan verklaren
waar al die variatie vandaan komt. De belangrijkste mechanismen
werken namelijk op bestaande variatie, zoals natuurlijke
selectie, of verminderen de functionele variatie, zoals
mutaties. Starten op een nulpunt en zelforganisatie als
verklaring nemen van de toenemende complexiteit, zoals Stuart
Kauffman doet, is niet voldoende, want daarmee zijn allerlei
voorbeelden van niet-reduceerbare complexiteit niet verklaard.
Scheele laat in Degeneratie: het einde van de evolutietheorie
zien dat hij geen moeite heeft met veel mechanismen uit
de huidige (micro-)evolutie. Zijn uitgangspunt is echter
anders: een Creator is de bron van een grote hoeveelheid
variatie. Van hieruit start de evolutie waarin de aantoonbare
micro-evolutionaire mechanismen functioneren. Dit lijkt
veel op het creationisme, maar Scheele wil een wetenschappelijk
alternatief aandragen en hij daagt de lezer uit om allerlei
voorspellingen op basis van zijn degeneratietheorie te toetsen.
Hij zet daarbij de bètawetenschap én zijn theorie in een
kader van bewijsbaarheid, herhaalbaarheid en oorzaak en
gevolg, en hij accepteert een metafysische omgeving buiten
dat kader. Dit beeld past in de beleving van spiritualiteit
in onze huidige samenleving en ieder is vrij om dit verder
in te vullen. Ook wetenschappers kunnen pogingen doen om
de bron en ontwikkeling van het leven te analyseren en in
modellen onder te brengen. De wetenschap mag echter niet
al bij voorbaat dit nog steeds gedeeltelijk metafysische
terrein claimen.
Gezien de discussie in vakbladen bereikt Scheele zijn doel:
kritisch bezig zijn met de evolutietheorie. Goede wetenschappers
kunnen hiermee geen probleem hebben, want wetenschapsfilosofisch
gezien is de evolutietheorie als geheel een werkhypothese,
al geldt dit niet voor sommige specifieke onderdelen. We
gebruiken deze werkhypothese tot er een beter of meer uitgebreid
alternatief tot onze beschikking komt. Scheeles boek over
degeneratie is uitstekend geschikt om het wetenschappelijk
denken aan te scherpen en de zwakke punten in de evolutietheorie
te leren kennen.
Dr Leo van Raamsdonk,
CPRO-DLO,
Wageningen
|