Publicaties, Natuur & Techniek maart '98
boekbespreking van Dr Leo van Raamsdonk

 

In Natuur & Techniek verscheen column prof. dr. Arnold De Loof
Daarna deed dr. Leo van Raamsdonk een boekbespreking
Guido de Mey reageerde daarop met een ingezonden brief.
Peter Scheele reageerde daar weer op.

twijg.gif (3076 bytes)

 

Een wetenschappelijk alternatief?

voorkant.jpg (120950 bytes)

Peter M. Scheele. Degeneratie:
het einde van de evolutietheorie.
Amsterdam: Buijten & Schipperheijn,
1997, 240 pag.,
f 39,90/798 Bfr.,
ISBN 9060649389.

Op 24 november 1859 verscheen de eerste druk van The origin of species van Charles Darwin in een aantal van 1250 exemplaren. Binnen één dag was de eerste druk uitverkocht. Precies 138 jaar later, op 24 november 1997, publiceerde Peter Scheele zijn boek Degeneratie: het einde van de evolutietheorie. Zijn doel was het aantal verkochte boeken van Darwin te overtreffen. De eerste dag werden 5105 exemplaren van zijn boek verkocht.

In Degeneratie: het einde van de evolutietheorie vertelt Peter Scheele het proces van evolutie in de vorm van een biokosmisch koningsdrama. Hoofdrolspeler is koning Entropie, want in natuurlijke systemen speelt de toename van chaos een grote rol. Daarnaast is er meesteroplichter Mutatie. Hij doet alsof hij de variatie tot stand brengt, maar mutaties zijn eigenlijk foutjes. Dan is er engel Natuurlijke Selectie. Verder spelen oom Van Duplicatie tot Divergentie en tante Adoptie belangrijke rollen. Hij maakt genenvermeerdering mogelijk, terwijl zij ervoor zorgt dat een nieuw gen vervolgens een functie krijgt. Hoewel van huis uit geen bioloog is Scheele niet bang om ook zaken als springende genen te behandelen.
De namen van de spelers zijn nogal insinuerend. Dat heeft de auteur ook zo bedoeld. Hij wil de lezer prikkelen om kritisch over zijn voorstellingen na te denken en daarmee ook eens zorgvuldig naar de evolutietheorie te kijken. Het is echter wel zo dat van het begin af aan bepaalde 'spelers' (lees: mechanismen) al in een hoek worden gezet, zoals mutatie. Scheele lijkt hiermee naar een bepaalde conclusie toe te werken.
Jammer eigenlijk, want hij heeft het niet nodig.
Peter Scheele noemt verschillende aspecten die inderdaad als argumenten kunnen worden gebruikt om de evolutietheorie nog eens

kritisch te bekijken. Hij geeft bijvoorbeeld aan dat enkele mutaties al voldoende zijn om een gen zijn functie te laten verliezen. Maar als een gen niet meer bijdraagt aan het functioneren van een individu, dan kan er ook geen natuurlijke selectie meer plaatsvinden en werkt voor dat 'dode' gen alleen nog het toeval via mutaties. De kans dat het gen door toeval weer een functie krijgt, is verwaarloosbaar klein.
Een ander aspect vormt het mechanisme van genduplicatie en divergentie. Bij dupticatie wordt een stukje DNA (een gen) gekopieerd en ergens anders als duplicaat weer ingebouwd. Het oorspronkelijke gen en zijn duplicaat zullen niet dezelfde mutaties ondergaan. Ze veranderen ieder in een andere richting en dat noemen we divergentie. Het nieuwe gen moet uiteindelijk een andere functie krijgen om zijn bijdrage aan de verschijning van het individu, waarin het zit, te kunnen leveren. Dit mechanisme noemt Scheele adoptie. Vaak lukt dit niet en ontstaan er slechts pseudo-genen. Verder maakt Scheele gebruik van de inzichten van Michael Behe zoals uiteengezet in diens boek Darwin's black box (zie de boekbespreking in het oktobernummer van Natuur & Techniek 1997) en haalt hij passages aan uit het werk van Richard Dawkins.

Spiritualiteit
De invloed van mutatie en de keten van de mechanismen duplicatie, divergentie en adoptie passen in het idee dat evolutie zich op drie niveaus afspeelt. Het eerste niveau is natuurlijk de macro-evolutie, die bijvoorbeeld de mutatie van fossielen van eenvoudig naar complex moet verklaren. Het tweede niveau is de micro-evolutie. Deze evolutie omvat alle veranderingen van soorten en is ook een aantoonbaar proces, want hierbij horen zaken als natuurlijke selectie, genduplicatie en divergentie. Daarnaast beschouwt Scheele de moleculaire evolutie als een apart niveau. Hier speelt mutatie een grote rol. Macro-evolutie kan niet simpelweg als extrapolatie van micro-evolutie worden gezien. En zo is moleculaire evolutie niet de verklaring van micro-evolutie, want het gaat bij die twee verschillende niveaus om andere zaken. Scheele legt wel verband tussen de twee niveaus van moleculaire en micro-evolutie, want een verliesmutatie op moleculair niveau kan leiden tot een

betere aanpassing aan lokale omstandigheden. Met andere woorden: het lijkt evolutie, maar is op moleculair niveau degeneratie.
Scheele blijft zitten met het feit dat hij niet kan verklaren waar al die variatie vandaan komt. De belangrijkste mechanismen werken namelijk op bestaande variatie, zoals natuurlijke selectie, of verminderen de functionele variatie, zoals mutaties. Starten op een nulpunt en zelforganisatie als verklaring nemen van de toenemende complexiteit, zoals Stuart Kauffman doet, is niet voldoende, want daarmee zijn allerlei voorbeelden van niet-reduceerbare complexiteit niet verklaard.
Scheele laat in Degeneratie: het einde van de evolutietheorie zien dat hij geen moeite heeft met veel mechanismen uit de huidige (micro-)evolutie. Zijn uitgangspunt is echter anders: een Creator is de bron van een grote hoeveelheid variatie. Van hieruit start de evolutie waarin de aantoonbare micro-evolutionaire mechanismen functioneren. Dit lijkt veel op het creationisme, maar Scheele wil een wetenschappelijk alternatief aandragen en hij daagt de lezer uit om allerlei voorspellingen op basis van zijn degeneratietheorie te toetsen. Hij zet daarbij de bètawetenschap én zijn theorie in een kader van bewijsbaarheid, herhaalbaarheid en oorzaak en gevolg, en hij accepteert een metafysische omgeving buiten dat kader. Dit beeld past in de beleving van spiritualiteit in onze huidige samenleving en ieder is vrij om dit verder in te vullen. Ook wetenschappers kunnen pogingen doen om de bron en ontwikkeling van het leven te analyseren en in modellen onder te brengen. De wetenschap mag echter niet al bij voorbaat dit nog steeds gedeeltelijk metafysische terrein claimen.
Gezien de discussie in vakbladen bereikt Scheele zijn doel: kritisch bezig zijn met de evolutietheorie. Goede wetenschappers kunnen hiermee geen probleem hebben, want wetenschapsfilosofisch gezien is de evolutietheorie als geheel een werkhypothese, al geldt dit niet voor sommige specifieke onderdelen. We gebruiken deze werkhypothese tot er een beter of meer uitgebreid alternatief tot onze beschikking komt. Scheeles boek over degeneratie is uitstekend geschikt om het wetenschappelijk denken aan te scherpen en de zwakke punten in de evolutietheorie te leren kennen.

Dr Leo van Raamsdonk,
CPRO-DLO,
Wageningen

 

commentaar:

Hè hè. Eindelijk eens een gewone nuchtere bespreking, waar het vooroordeel niet vanaf druipt.
Zie ook de ingezonden brief in Natuur & Techniek naar aanleiding van deze bespreking.

 

   

 

geef hier je feedback over deze pagina of op de inhoud
copyright © 1997-2003, Peter Scheele
een project van WEBinSIGHTs