|
Het is toch telkens weer triest als je leest
hoe primitief of primordial - sommige
reacties van overigens hoogbegaafde heren zijn, als de opdringerigheid
van hun eigen evolutionistische levensovertuiging hen kwalijk
genomen wordt. In het artikel God moet terug in het
biologie-examen van 27-05-98 vergelijkt prof. Plasterk
het standpunt dat God de Schepper van het leven is met het
idee dat de maan van kaas zou zijn?! Jonathan van der Sluis
spreekt in een ingezonden reactie over dat Scheele
zijn adepten blijmaakt met een dode mus, over dat
ik zou beweren dat de evolutietheorie de bron van alle
kwaad zou zijn, en dat ik meewerk aan de kloof tussen wetenschap
en geloof en dergelijke.
Zouden wetenschappers zich nu maar gewoon
bezig houden met hun werk, dat is het onderzoeken en in
kaart brengen van de werkelijkheid. En niet zozeer
pogen het ontstaan van de werkelijkheid te willen verklaren,
omdat dat per definitie onwetenschappelijk, want
niet door experimenten te bevestigen is. Op dát terrein
moeten wetenschappers, theologen en zelfs leken elkaar vrij
laten, of ze het met elkaar eens zijn of niet.
|
Evolutionistische wetenschappers kunnen hele
goede wetenschappers zijn, zoals evolutionistische postbodes
hele goede postbodes kunnen zijn. Bedenkelijk is het als
de postbodes, bij de brief die ze toch al moesten bezorgen,
een foldertje stoppen waarin ze hun eigen metafysische geloofsovertuiging
uiteenzetten. Echte problemen ontstaan, als de postbodes
die persoonlijke brief bij de andere brief in de
envelop doen, en zo de suggestie wekken alsof hun toevoeging
van de afzender zou zijn!
Zo zijn ook de problemen tussen wetenschap en geloof ontstaan,
omdat nu na zon 150 jaar de wetenschappelijke postbodes
inmiddels structureel op het postkantoor alle pakketjes
(lees: wetenschappelijke ontdekkingen) van een evolutionistisch
pakpapiertje voorzien, inclusief begeleidende brief van
hoe de inhoud evolutionistisch te interpreteren. Soms openlijk,
soms onderhuids wordt daarmee de suggestie gewekt dat er
helemaal geen Afzender van die pakketjes is.
Tegen dat soort verlakkerij gaat Scheele tekeer.
Scheele betoogt dat
|
het pakpapier en de begeleidende brieven niet
overeenstemmen met de inhoud van de pakjes. En dat die dus
niet origineel van de Afzender komen, maar latere (gratis,
maar door velen ongewenste) toevoegingen zijn van het postkantoor.
Het is logisch dat de postbodes en hun directie tegen dergelijke
burgelijke ongehoorzaamheid met scherpe bewoordingen
tekeer gaan, en dingen roepen als "Wat weet jij er
nou van, je bent geen postbode. Je kan wel zeggen dat onze
dozen van koek zijn.".
Het is echter ook geen oplossing, zoals andere brievenschrijvers
suggeren, dan maar te beweren dat de Afzender de aandeelhouder
van het postbedrijf is en het dus zelf allemaal zo gewild
heeft!
Ik stel voor dat wetenschappelijke ontdekkingen
voortaan gescheiden aangeleverd worden van hun metafysische
(al dan niet) evolutionistische beschouwingen. Of, als dat
te hoog gegrepen is, het anderen tenminste niet kwalijk
genomen wordt dat zij het pakpapier en de begeleidende brief
in de papierversnipperaar doen.
|