|
Opening
Om 15.15 opende de voorzitter van de Evangelische Hogeschool,
dr. Herman Bos, de studiedag, die werd gehouden in de zeer
warme kantine van de EH. Hij memoreerde dat het onderwerp
sterk in de belangstelling stond, gezien de 12.000 exemplaren
die van het boek inmiddels zijn verkocht, de 15.000 maal
dat er iemand op de degeneratie-website had gekeken, en
de 110 deelnemers aan de studiedag.
Lezing Peter Scheele
Peter Scheele begon zijn lezing met het vertellen van de
achtergronden, waarom hij met dit project was begonnen.
Vanaf zijn zestiende jaar had hij al interesse in de wel-of-niet
evolutie discussie en in biologie. Toen hij een paar jaar
geleden voor de EO het discussieprogramma "De Bushalte"
maakte, merkte hij hoeveel invloed de evolutietheorie had
op het denken over de zin van het leven, normen, waarden,
seks, enzovoorts. Ook veel mensen die de theorie zelf nauwelijks
kennen zijn er sterk door beïnvloed.
Hij merkte dat er sinds Darwin in de evolutietheorie
een goed overkomend argument bestaat om niet in God te geloven.
Deze theorie wordt daar veel voor gebruikt, door sommigen
zelfs met als doel religie totaal uit te bannen. De evolutietheorie
is de basis van het atheïsme in de westerse samenleving,
en Scheele besloot er in te duiken. Enkele punten uit zijn
verhaal:
Een bacterie heeft zon 6.000 genen,
een mens zon 100.000. Evolutie zou dus een enorme
toename in het aantal genen moeten inhouden. Maar de eiwitten
die volgens die genen worden gemaakt zijn veel te ingewikkeld
om te evolueren; veel eiwitten moeten minstens een bepaald
aantal verschillende functies hebben om te kunnen functioneren.
Ze moeten minimaal al heel complex zijn, en kunnen dus niet
uit simpeler voorgangers zijn ontstaan.
Het tegengestelde van evolutie, namelijk
degeneratie, is wel mogelijk. En in tegenstelling tot evolutie
wordt dit ook waargenomen. Zie bijvoorbeeld de ijsbeer,
die het pigment in zijn vacht is kwijtgeraakt en die het
daardoor in het poolgebied heel goed doet. Of zie de niet-vliegende
aalscholver op de Galapagos eilanden, of de blinde waterschorpioen
uit een grot. Die zijn ook eigenschappen kwijtgeraakt, die
ze niet langer voordeel boden. Het ergste voorbeeld
is de eendagsvlieg: die leeft na het larvestadium maar een
enkele dag als vlieg om te paren en eitjes te leggen, en
heeft niet eens monddelen om te kunnen eten.
Deze en andere overwegingen leiden tot
een conclusie, die je de degeneratiewet kunt noemen: Een
soort of populatie neigt ertoe die eigenschappen of genen
te verliezen die niet nodig zijn om te overleven. De ondergrens
aan degeneratie is de reproductieve leeftijd: een organisme
dat niet meer aan voortplanting toekomt draagt ook niet
bij tot verdere degeneratie van een soort.
|
Lezing Henk Murris
De kritiek op het boek van Peter Scheele, die via
BIOnieuws, Intermediair, verscheidene kranten en Internet
is geuit, werd door Henk Murris besproken. Uit een chaotische
stapel paperassen zocht hij naar citaten, die hij vervolgens
voorlas. Henk stelde dat veel kritiek emotioneel van aard
is, en niet gebaseerd op redelijke argumenten. Veel kritiek
wordt ook geuit op het feit dat Scheele geen wetenschapper
is. Het voordeel wat Murris daaraan gaf was dat je er dan
ook niet uitgeknikkerd kunt worden. Het aardige
in die kritiek is dat er een verschuiving in zit, wat Murris
noemde van primordiaal naar optimaal,
oftewel men probeert het boek eerst domweg af te schieten
zonder er kennis van te hebben genomen, en ontdekt daarna
dat er toch wel wat inzit, en wordt serieuzer en inhoudelijker.
De wijze waarop met gebruikmaking van de moderne communicatiemiddelen
zoals het internet het onderwerp aan de orde gesteld is
noemde Murris met de woorden van prof. van den Berg "een
metabletisch moment", een soort markeerpunt in de geschiedenis.
Murris had zelf ook nog wat kritiek, of
misschien ook meer een vraag naar zichzelf toe: "Hoe
gaan we zorgvuldig met woordgebruik om?" Als Scheele
het in zijn boek over oertype i.p.v. oersoort
heeft, dan is hij het daar wel mee eens, maar om nou te
zeggen dat de Creator dit of dat doet? Murris vindt dat
je daar voorzichtig mee moet zijn. En waarom gebruikt Scheele
degeneratie en variatie in plaats
van micro-evolutie, een term die onder creationisten
gebruikelijker is?
Hierop antwoordde Scheele later dat hij
deze term misleidend vindt, het is alsof het om evolutie-in-het-klein
gaat, terwijl dit juist niets te maken heeft met evolutie,
die alleen zou kunnen werken via groei van genen, terwijl
bij variatie en degeneratie de hoeveelheid functionele genen
constant blijft of afneemt.
Lezing Tom Zoutewelle
Om tien over vijf begon Tom Zoutewelle zijn lezing.
Een vraag in het algemeen was of het nodig is de schijn
te wekken, wetenschap te bedrijven. Hij vond dat Scheele
de indruk wekte wetenschappelijk bezig te zijn, terwijl
hij eigenlijk als wetenschapsjournalist bezig was (wel een
heel goede). Dit geldt volgens Tom ook voor veel andere
pleitbezorgers van het creationisme. Ze hebben geen wetenschappelijke
vooropleiding, hebben geen contact of maken geen deel uit
van de wetenschappelijke gemeenschap, en hebben geen eigen
research, ze kijken met de ogen van een ander, ze citeren
citaten. Zo kan menig creationist worden bestempeld als
een niet gekwalificeerde beunhaas.
De resultaten hiervan blijven niet uit.
Tom noemde enkele argumenten die creationisten lange tijd
hebben gebruikt en waarmee ze een verschrikkelijke reputatie
hebben opgebouwd. Het vinden van moderne stuifmeelkorrels
in oude aardlagen - was een geval van onzorgvuldig werken.
Het vinden van versteende voetstappen van mensen en dinosauriërs
bij elkaar - was vervalst.
|