Verslag Studiedag Evangelische Hogeschool

door Esther de Wit & Folkert de Jong

 
‘Degeneratie, het einde van de evolutietheorie?’ was het thema van de studiedag die de Evangelische Hogeschool in Amersfoort vrijdag 8 mei organiseerde. Niet toevallig is dit ook (behalve het vraagteken) de titel van het boek, geschreven door Peter M. Scheele, dat sinds 24 november 1997 in de boekenwinkel ligt; de schrijver gaf zelf een lezing over zijn ‘degeneratietheorie’. Daarna behandelde drs. H.R. Murris, o.a. docent biologie aan de Evangelische Hogeschool, de kritiek die verschillende mensen op het boek hebben. Ook drs. T. Zoutewelle, geoloog, en verbonden aan de Loma Linda universiteit in de Verenigde Staten, kwam aan het woord, over ‘wetenschap versus pseudo-wetenschap’. De studiedag werd afgesloten met een forumdiscussie, waarbij alle drie de heren op het podium vragen uit het publiek beantwoordden.

EH6.jpg (54417 bytes)
Peter Scheele en Henk Murris vertellen hun verhaal

EH5.jpg (50653 bytes)
Peter demonstreert het Haasje-Over-eiwit met de hulp van een bezoeker.

Opening
Om 15.15 opende de voorzitter van de Evangelische Hogeschool, dr. Herman Bos, de studiedag, die werd gehouden in de zeer warme kantine van de EH. Hij memoreerde dat het onderwerp sterk in de belangstelling stond, gezien de 12.000 exemplaren die van het boek inmiddels zijn verkocht, de 15.000 maal dat er iemand op de degeneratie-website had gekeken, en de 110 deelnemers aan de studiedag.

Lezing Peter Scheele
Peter Scheele begon zijn lezing met het vertellen van de achtergronden, waarom hij met dit project was begonnen. Vanaf zijn zestiende jaar had hij al interesse in de wel-of-niet evolutie discussie en in biologie. Toen hij een paar jaar geleden voor de EO het discussieprogramma "De Bushalte" maakte, merkte hij hoeveel invloed de evolutietheorie had op het denken over de zin van het leven, normen, waarden, seks, enzovoorts. Ook veel mensen die de theorie zelf nauwelijks kennen zijn er sterk door beïnvloed.

Hij merkte dat er sinds Darwin in de evolutietheorie een goed overkomend argument bestaat om niet in God te geloven. Deze theorie wordt daar veel voor gebruikt, door sommigen zelfs met als doel religie totaal uit te bannen. De evolutietheorie is de basis van het atheïsme in de westerse samenleving, en Scheele besloot er in te duiken. Enkele punten uit zijn verhaal:

Een bacterie heeft zo’n 6.000 genen, een mens zo’n 100.000. Evolutie zou dus een enorme toename in het aantal genen moeten inhouden. Maar de eiwitten die volgens die genen worden gemaakt zijn veel te ingewikkeld om te evolueren; veel eiwitten moeten minstens een bepaald aantal verschillende functies hebben om te kunnen functioneren. Ze moeten minimaal al heel complex zijn, en kunnen dus niet uit simpeler voorgangers zijn ontstaan.

Het tegengestelde van evolutie, namelijk degeneratie, is wel mogelijk. En in tegenstelling tot evolutie wordt dit ook waargenomen. Zie bijvoorbeeld de ijsbeer, die het pigment in zijn vacht is kwijtgeraakt en die het daardoor in het poolgebied heel goed doet. Of zie de niet-vliegende aalscholver op de Galapagos eilanden, of de blinde waterschorpioen uit een grot. Die zijn ook eigenschappen kwijtgeraakt, die ze niet langer voordeel boden. Het ‘ergste’ voorbeeld is de eendagsvlieg: die leeft na het larvestadium maar een enkele dag als vlieg om te paren en eitjes te leggen, en heeft niet eens monddelen om te kunnen eten.

Deze en andere overwegingen leiden tot een conclusie, die je de degeneratiewet kunt noemen: Een soort of populatie neigt ertoe die eigenschappen of genen te verliezen die niet nodig zijn om te overleven. De ondergrens aan degeneratie is de reproductieve leeftijd: een organisme dat niet meer aan voortplanting toekomt draagt ook niet bij tot verdere degeneratie van een soort.

Lezing Henk Murris
De kritiek op het boek van Peter Scheele, die via BIOnieuws, Intermediair, verscheidene kranten en Internet is geuit, werd door Henk Murris besproken. Uit een chaotische stapel paperassen zocht hij naar citaten, die hij vervolgens voorlas. Henk stelde dat veel kritiek emotioneel van aard is, en niet gebaseerd op redelijke argumenten. Veel kritiek wordt ook geuit op het feit dat Scheele geen wetenschapper is. Het voordeel wat Murris daaraan gaf was dat je er dan ook niet ‘uitgeknikkerd’ kunt worden. Het aardige in die kritiek is dat er een verschuiving in zit, wat Murris noemde van ‘primordiaal’ naar ‘optimaal’, oftewel men probeert het boek eerst domweg af te schieten zonder er kennis van te hebben genomen, en ontdekt daarna dat er toch wel wat inzit, en wordt serieuzer en inhoudelijker.
De wijze waarop met gebruikmaking van de moderne communicatiemiddelen zoals het internet het onderwerp aan de orde gesteld is noemde Murris met de woorden van prof. van den Berg "een metabletisch moment", een soort markeerpunt in de geschiedenis.

Murris had zelf ook nog wat kritiek, of misschien ook meer een vraag naar zichzelf toe: "Hoe gaan we zorgvuldig met woordgebruik om?" Als Scheele het in zijn boek over ‘oertype’ i.p.v. ‘oersoort’ heeft, dan is hij het daar wel mee eens, maar om nou te zeggen dat de Creator dit of dat doet? Murris vindt dat je daar voorzichtig mee moet zijn. En waarom gebruikt Scheele ‘degeneratie’ en ‘variatie’ in plaats van ‘micro-evolutie’, een term die onder creationisten gebruikelijker is?

Hierop antwoordde Scheele later dat hij deze term misleidend vindt, het is alsof het om evolutie-in-het-klein gaat, terwijl dit juist niets te maken heeft met evolutie, die alleen zou kunnen werken via groei van genen, terwijl bij variatie en degeneratie de hoeveelheid functionele genen constant blijft of afneemt.

Lezing Tom Zoutewelle
Om tien over vijf begon Tom Zoutewelle zijn lezing. Een vraag in het algemeen was of het nodig is de schijn te wekken, wetenschap te bedrijven. Hij vond dat Scheele de indruk wekte wetenschappelijk bezig te zijn, terwijl hij eigenlijk als wetenschapsjournalist bezig was (wel een heel goede). Dit geldt volgens Tom ook voor veel andere pleitbezorgers van het creationisme. Ze hebben geen wetenschappelijke vooropleiding, hebben geen contact of maken geen deel uit van de wetenschappelijke gemeenschap, en hebben geen eigen research, ze kijken met de ogen van een ander, ze citeren citaten. Zo kan menig creationist worden bestempeld als een niet gekwalificeerde beunhaas.

De resultaten hiervan blijven niet uit. Tom noemde enkele argumenten die creationisten lange tijd hebben gebruikt en waarmee ze een verschrikkelijke reputatie hebben opgebouwd. Het vinden van moderne stuifmeelkorrels in oude aardlagen - was een geval van onzorgvuldig werken. Het vinden van versteende voetstappen van mensen en dinosauriërs bij elkaar - was vervalst.

EH2.jpg (35301 bytes)
Een aantal van de deelnemers aan de studiedag.

Het vinden van menselijke voorwerpen in oude aardlagen - zijn afkomstig van mijnbouw. Het afnemend aardmagnetisch veld zou een limiet opleveren voor de ouderdom van de aarde - maar het veld blijkt te fluctueren. De tweede hoofdwet van de thermodynamica werd gebruikt om te bewijzen dat evolutie niet zou kunnen - maar die wet is veel te algemeen om in dit soort discussies te kunnen worden gebruikt.

Ook is de motivatie van creationisten vaak niet zuiver: ze doen niet aan wetenschap uit interesse, om antwoorden te vinden op vragen, maar om het geloof te verdedigen; dus met de nodige vooringenomenheid. Dit leidt er ook vaak toe dat hun interesse van tijdelijke aard is. Tom noemde als voorbeeld de Evangelische Omroep, die in de jaren ’70 veel aandacht schonk aan creationisme, in de jaren ’80 niets, en onlangs een programma uitzond waarin het ontstaan van aardlagen zonder commentaar op een evolutionistische manier werd gepresenteerd. Zijn eerste vraag aan Scheele was, wat hij nu eigenlijk verder wil. Het antwoord bleef uit.

Tom Zoutewelle gelooft zeker in God die de aarde geschapen heeft en dat Hij een wereldwijde vloed veroorzaakte. Maar omdat je zo’n uitspraak niet kunt testen, moeten we op het vakgebied waar we mee bezig zijn in de wetenschap zelf research doen etc. en niet kijken met de ogen van anderen. Maar hij geeft ook toe dat het lastig is wetenschappelijk onderzoek te bedrijven. Je hebt er onderwijs voor nodig, geld, publicaties etc. Dus wat moeten we doen als creationisten? Toms wens is dat er meer christenen komen die onderzoek doen als bioloog, geoloog, noem maar op. Onderzoek doen, waarnemen, en dan pas publiceren als je helemaal in het onderwerp zit, voor de geloofwaardigheid. Hij vindt dat Scheele dat te weinig heeft gedaan. In dit verband vindt hij het wel een goede keuze van Scheele dat die zijn onderwerp duidelijk heeft afgebakend door bij de genetica te blijven en zich daarin te verdiepen. Anderzijds zit de overtuigingskracht van de evolutietheorie in praktijk veel meer in de geologie/paleontologie dan in de biochemie/genetica. Een laatste puntje van kritiek op het boek van Scheele is dat de Bijbel niet genoemd wordt. Aan degeneratie zit

veel meer vast, namelijk de zondeval en dat moet genoemd worden. Volgens Tom kun je dat niet los van elkaar zien.

Forumdiscussie
Uit het publiek rezen opmerkingen dat dit degeneratiemodel bepaald geen compliment is voor een goede creator; die zou wat moois maken en het vervolgens maar laten degenereren om wat variatie te krijgen. Maar dat valt volgens Scheele mee; de degeneratie is juist een gevolg van de zondeval. Voor de zondeval waren er in geslachtelijke voortplanting en recombinatie van genen al heel goede, door de creator bedoelde, mechanismen om voor variatie te zorgen zonder dat daarbij degeneratie optrad.

Zoutewelle ervoer zelf debatten en forumdiscussies als negatief; hij wisselt liever van man tot man informatie uit. De debatten in den lande waren Scheele juist uitstekend bevallen. Zijn tegenstanders vond hij over het algemeen zwak; prof. Rörsch was de enige die met goede toegespitste argumenten kwam. Alhoewel het niet echt te meten is wat het effect van dergelijke debatten is, had Scheele de indruk dat het in ieder geval de christelijke studentengroepen sterk had geruggesteund.

Sommigen vonden Scheeles taalgebruik in zijn boek niet wetenschappelijk genoeg, en zijn publicitaire aanpak nog minder. Maar Scheele vroeg zich af wat je eigenlijk bereikt met de heel onopvallende, meer wetenschappelijke manier van onderzoek doen en publiceren. "Als we moeten wachten met onze stem te laten horen totdat het hele wetenschappelijke apparaat hervormd is, dan gebeurt er nooit wat", was zijn argument, "maar ondertussen wordt de leer wel opgedrongen in het onderwijs." Zijn aanpak van veel poeha, schreeuwen, confrontatie en niet te moeilijk taalgebruik maakte wel degelijk wat los, terwijl het werk stevig genoeg in elkaar zat om de eerste storm van kritiek te doorstaan.
Dr. Herman Bos, die in zijn aankondiging al had genoemd "zeer blij" te zijn met de aandacht die het onderwerp door het boek heeft gekregen, eindigde de dag met Scheele te melden dat hij zijn presentatie en toelichting "van academisch nivo" vond.


Nagesprekken.


Er konden gesigneerde exemplaren van 'Degeneratie' gekocht worden.

 

commentaar:

 

   

 

geef hier je feedback over deze pagina of op de inhoud
copyright © 1997-2003, Peter Scheele
een project van WEBinSIGHTs