|
'Vergun mij een laatste commentaar naar
aanleiding van het boek van Peter Scheele over de degeneratie-theorie
als altematief voor Darwinistische evolutie',1.
schrijft bijna-emeritus Moleculaire Genetica Arthur die
morgen in de Leidse Pieterskerk zijn afscheidscollege geeft.
'Scheele is met zijn kritiek op Dawkins en Dekkers, op een
te laag integratieniveau in ons hedendaagse wetenschappelijk
denken blijven steken.
Eind vorig jaar vond er in BIOnieuws een heftige
discussie plaats over bovengenoemd boek, waarin de evolutietheorie
van Darwin naar het rijk der fabelen werd verwezen. Aanvankelijk
heb ik mij slechts zijdelings met die discussie bemoeid,
op uitnodiging van F. Steeman, die in een commentaar (BIOnieuws
20/97) een moleculair bioloog uitnodigde uit te leggen hoe
een nieuwe eigenschap kan ontstaan. Na daarop te zijn ingegaan
(BIOnieuws 1/98), werd ik door de behoudende Christelijke
Studenten Vereniging Ichthus te Rotterdam uitgenodigd publiekelijk
in debat met Scheele te gaan. Dit dwong mij er toe Scheele's
boek ook zelf te gaan lezen. De haren rezen mij daarbij
ten berge. Het is mijns inziens een opeenstapeling van misvattingen
hoe de resultaten van recent moleculair-biologisch onderzoek
moeten worden geďntepreteerd. Niettemin, bij het debat in
Rotterdam en de daarop volgende uitvoerige briefwisseling
die we hebben gevoerd, heb ik Scheele als een eerlijke discussiant
leren kennen. Bovendien breng ik bewondering voor hem op
omdat hij, zonder experimentele ervaring, zich diepgaand
in de moleculair-biologische literatuur heeft verdiept.
In onze voortgezette schriftelijke discussie heeft hij mij
ook enige malen op intelligente wijze terecht gewezen dat
ik zijn teksten soms onjuist heb geďnterpreteerd. De oorzaak
is, dat ik bij het lezen van Scheele's boek, door de agressieve
en insinuerende toonzetting, vele malen mijn geduld verloor.
Vele biologen zal hetzelfde zijn overkomen. Dit is echter
geen adequate reactie voor wetenschapsbeoefenaren die bereid
zijn met de samenleving te discussiëren.
Hierbij nodig ik alle overtuigde Darwinisten uit om in deze
ook de hand in eigen boezem te steken. Men kan kritiek op
theorieën niet - zonder argumentatie - als 'domheid' afdoen.
Hooggeleerde steun
Voorts moest ik constateren dat de niet in wetenschappelijk
onderzoek geschoolde Scheele in zijn opvattingen gesteund
werd door hooggeleerden. Met name betreft dit prof. J. Bruinsma,
emeritus-hoogleraar Plantenfysiologie te Wageningen, die
in 1996 een artikel schreef in Kunst en Wetenschap over
'Het einde van de Darwinistische evolutietheorie'. De tweede
is prof. M.J. Behe (hoogleraar in de biochemie aan een niet
al te bekende universiteit in de VS) die een boek schreef
'Darwin's black box. The biochemical challenge to evolution',
dat in Amerika veel indruk heeft gemaakt.
|
Scheele lijkt veel van zijn ideeën aan deze
auteurs te hebben ontleend, maar nogmaals, hij heeft zelf
ook degelijk over de verschillende 'issues' nagedacht. Scheele's
ogenschijnlijk grondige studie leek mij een goed handvat
om de misvattingen die over de moleculaire biologie zijn
gedebiteerd, af te tikken, en wel aan de hand van zijn laatste
hoofdstuk 'The Quick Tour' Het is in het bijzonder dit hoofdstuk
waardoor de lekenlezer de stellige indruk krijgt met een
wetenschappeiijk onderbouwde aanval op de evolutietheorie
te maken te hebben.
Scheele protesteerde echter tegen deze benadering van mij
omdat hij ook zelf vond dat zijn 'conclusies' daarin zonder
voldoende nuances zijn weergegeven, die hij in zijn andere
teksten wel aanbrengt.2.
Onzekerheidsprincipe
Scheele heeft mij door een aantal van zijn kritische
opmerkingen geďnspireerd tot nader onderzoek van enkele
specifieke aspecten van de biologische evolutie, in het
bijzonder over de betekenis van het verschijnsel dat er
in de natuur zo verschrikkelijk veel gestorven wordt.
Lezing van Behe's boek en ampele discussie met een theoloog
en een christelijk evolutiebioloog hebben mij duidelijk
gemaakt wat creationisten beweegt tot felle bestrijding
van de Darwinistische evolutietheorie. Dat is het onvermogen
om te leven met het onzekerheidsprincipe dat in de moderne
complexiteitstheorie is vastgelegd.3.
Het valt hen moeilijk te aanvaarden dat zoveel gebeurtenissen
uitsluitend door toeval worden bepaald. Deze constatering
leidde tot een uitgangstelling voor mijn afscheidscollege:
men dient enige persoonlijke levenservaring te hebben met
onzekerheden in sociale organisaties, alvorens men de schoonheid
van de evolutietheorie kan waarderen.
De theoloog merkte voorts op dat creationisten wel degelijk
terecht wijzen op lacunes in de evolutietheorie, maar dat
zij voor de opvulling van die lacunes geen rationeel alternatief
aandragen in de traditie van de westerse wetenschapsbeoefening.4.
Meer zorgen baart mij echter wat de leidraad van de gedachtegang
is van mensen zoals Bruinsma en Behe, die geacht worden
wetenschapsbeoefenaren te zijn. Het argument van hen dat
prominent naar voren komt, luidt: Wij kunnen ons niet voorstellen
dat de complexe structuur van de levende cel zoals die recentelijk
door de moleculaire biologie is onthuld, zonder de inbreng
van een 'Mastermind' is ontworpen.5.
Wel, er zijn veel meer natuurlijke verschijnselen waarmee
ik moeite heb om mij er een voorstelling van te maken.
Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat in een ééncellige bacterie
met een volume van 10-9 kubieke millimeter een
DNA-molecuul van 1 mm lengte voortdurend met een snelheid
van 70 toeren per minuut om zijn as kan ronddraaien? Ik
verbaas me over het feit dat in datzelfde volume - bij pH
7 - niet meer dan 10 protonen aanwezig kunnen zijn. Wat
is op dit niveau nog de betekenis van pH?
|
Menig hedendaags wetenschapsbeoefenaar
is onvoldoende vertrouwd met de grondslag
van onze westerse wetenschapsbeoefening:
dat is de Socratische twijfel of de zaken
werkelijk zijn zoals ze lijken.'
|
Toch zijn dit proefondervindelijk stevig onderbouwde
feiten. Kortom, zich beroepen op gebrek aan voorstellingsvermogen
is een verwerpelijke wetenschappelijke benadering. Het is
juist het onvoorstelbare dat ons inspireert tot onderzoek.
Zoals Simon Stevin het in de 17de eeuw verwoordde: 'Wonder
en is geen wonder', als men waarnemingen op logische wiize
interpreteert.
Volksverlakkerij
In een van Behe's voordrachten (te vinden op Internet)
heb ik bij hem voorts een nog schrikbarender misvatting
over wetenschapsbeoefening, met name theorievorming, aangetroffen.
Hij stelt: een natuurwet is alleen van betekenis als zij
onbetwistbaar kan worden bewezen. Dit is volksverlakkerij.6.
Met het bewustzijn dat het twijfelachtig is dat we ooit
een volledige en exacte weergave van de natuurlijke werkelijkheid
kunnen geven, beschouwen we iedere natuurwet en theorie
als een metafoor, waarmee we de werkelijkheid beschrijven
zo goed als we kunnen. Echter met het, besef dat een metafoor
altijd een benaderde weergave van de werkelijkheid is. Dit
is mijns inziens de essentie van de bedrieglijke voorstelling
die creationisten van de huidige stand van de wetenschap
geven. De tegenwerping van Scheele is, dat mensen als Dawkins
(van 'The Blind Watchmaker') en Midas Dekkers op
|
overeenkomstige wijze de fout in gaan,
door evolutietheorie aan te voeren als 'bewijs' dat
er geen Creator bestaat.
Ik moet Scheele nagegeven dat menig hedendaags "wetenschapsbeoefenaar
ook onvoldoende vertrouwd is met de grondslag van onze westerse
wetenschapsbeoefening, dat is de Socratische twijfel of
de zaken werkelijk zijn zoals ze lijken. En zich daardoor
tot ongenuanceerde constateringen laat verleiden.
Biologische evolutietheorie levert als zodanig geen bewijzen.
Het is een werkhypothese voor onderzoek. Zoals Paul Ehrlich
(winnaar Heinekenprijs voor Milieu 1998) het in zijn leerboek
'The process of Evolution' (1975) uitdrukte: 'The great
unifying concept of biology'. Stevig onderbouwd nu door
de wiskunde van de niet-lineaire verschijnselen in de complexiteitstheorie
die Scheele cs. met uitsluitend fenomenologische beschouwingen
negeren.
Scheele is, met zijn kritiek op Dawkins en Dekkers, op een
te laag integratieniveau in ons hedendaags wetenschappelijk
denken blijven steken.7.
Het is niet de biologische evolutietheorie die ons doet
twijfelen aan de inbreng van een Creator bij de schepping
van de fysische wereld; dat is de complexiteitstheorie,
want deze verklaart het spontaan ontstaan van complexe systemen,
onder invloed van door toeval geďnduceerde variatie en selectie.8.
|
A. Rörsch, emeritus
Moleculaire Genetica
Hortus Botanicus, RU Leiden
commentaar:
Behalve veel complimenten tot zelfs het openlijk toegeven
van foute beoordelingen, bevat het artikel uiteraard ook weer
stevige kritiek. Ditmaal niet alleen maar op mijn persoon/verhaal,
maar ook op die van prof. Bruinsma en Behe. Behe is zelfs niet
eens een echte creationist, omdat hij in zijn boek voorstelt dat
eigenlijk 'alles van de evolutietheorie behouden kan worden',
behalve als het gaat om onreduceerbaar complexe biochemische systemen.
Dat er nu andere personen in betrokken worden, is enerzijds aardig
(ik sta kennelijk niet alleen in mijn kritiek op het evolutie-denken),
anderszijds ook weer net zoveel lastiger. Hoe moet ik me verdedigen
tegenover uitspraken van Behe, waar de zwaarste afrekening op
komt ("volksverlakkerij")?
Kortom, ik heb 'gemengde gevoelens' zoals dat dan heet, waarbij
de balans vooralsnog doorslaat naar het positieve: kennelijk is
de kritiek die ik geuit heb in Degeneratie toch van dien
aard dat er een 'officiële' afrekening nodig is...
(De met een
aangegeven
links verwijzen naar de opmerkingen in de correspondentie die
ik hierover met prof. Rörsch voerde, maar die hij genegeerd heeft.)
1. Voor wie weet hoe het werkelijk
gegaan is, slaat dit wel alles! Zie de mededeling
van 26-02-98 in het dagboek. BIOnieuws heeft zelf
aan prof. Rörsch gevraagd een artikel te schrijven 'om met
Scheele af te rekenen', omdat er 'veel biologen zijn die zich
kwaad maken over jouw publicatie', terwijl ze een waarderende
recensie van prof. Bruinsma niet
geplaatst hebben.
Wat Rörsch letterlijk schreef (in zowel het concept als de definitieve
versie die hij mij toestuurde) was namelijk dit: "Een laatste
commentaar naar aanleiding van het boek van ...." etc. De
redactie van BIOnieuws heeft opzettelijk het woordje
'Vergun' toegevoegd, als zou het gaan om een verzoek van prof.
Rörsch. Hoezo 'bedrog'?
2. Wat ik werkelijk
gezegd heb kan je hier terugvinden:
Quick
Tour
3. Prof. Rörsch heeft
er de voorkeur aan gegeven zijn eigen interpretatie van wat tot
'fel verzet' leidt in het artikel te noemen, ondanks een vrij
letterlijk voorzetje-geven van mij. Zie
motief
tot fel verzet
4. Je kan mij verwijten
dat ik niet kom met een geldig alternatief, maar niet
dat ik niet kom met een alternatief! Zie
Alternatief
5. Een ronduit onjuiste
voorstelling van zaken. Het is niet zomaar het gebrek aan voorstellingsvermogen,
maar de uitgebreide en onderbouwde argumenten (zoals onreduceerbare
complexiteit, statistische onmogelijkheid, onherleidbare afstammingssequenties
etc.) waarop geen weerwoord komt, die laten zien dat het onmogelijk
is, niet slechts onvoorstelbaar. Het probleem met de voorbeelden
die Rörsch vervolgens noemt is dat dat zaken zijn die nadrukkelijk
waargenomen worden. Macro-evolutie wordt niet waargenomen.
Zie
gebrek
aan voorstellingsvermogen?
6. De zwaarste beschuldiging
wordt niet aan mijn adres gedaan. (Dat geeft hoop...) Ik heb er
wel zware kritiek op gegeven, maar dat heeft weinig mogen baten.
Zie
volksverlakkerij
7. Tsjonge jonge jonge.
Een "te laag integratienivo". Dawkins en Dekkers zijn
de aanleiding niet de inhoud tot de kritiek.
8. Het is niet de biologische
evolutietheorie, maar de complexiteitstheorie, die ons van de
Creator verlost. Dat is weer een nieuwe variant. Het is dus niet
langer de biologie, genetica, of zelfs ook maar de paleontologie,
maar de wiskunde die laat zien dat God niets te vertellen
heeft (gehad) over het (ontstaan van het) leven.
En wat is "toevallige variatie + selectie" anders dan
de biologische evolutietheorie?
Prof. Rörsch is een 'zwaargewicht'. Het is leuk dat een zwaargewicht
zich met mijn boek bemoeit. Het is nog leuker dat dit hem kennelijk
zodanig heeft weten te prikkelen dat hij er zijn afscheidsrede
door heeft laten inspireren. De waardering die hij voor mijn persoon
opbrengt is vleiend. Hij is de eerste 'tegenstander' geweest tijdens
forumdiscussies die mij zwaar aan het denken gezet heeft over
'nieuwe' zaken (Vrijwel alle overige opponenten kwamen met 'oude
koeien'). Uiteindelijk heeft dat ook bij mij geleid tot een dieper
spitten in de materie - tot aan sequentievergelijkingen maken
toe - waarvan het artikel over de Geslachtsbepalende Systemen
het resultaat is geweest. Een zaak die Rörsch's idee over genen
die er 100 miljoen jaar over doen om 'optimaal' te worden, of
om zelfs naar een andere functie te verschuiven, danig om zeep
helpt. Een zaak waar ik geen commentaar meer op ontvangen heb.
Wat mij betreft een patstelling. En dan toch dit zware taalgebruik:
"bedrog", "een opeenstapeling van misvattingen",
"volksverlakkerij", "een te laag integratienivo".
Dat blijft hangen. En Rörsch kan het weten, want hij heeft zich
met Scheele bemoeid.
De biologen in Nederland kunnen weer rustig gaan slapen en hoeven
verder zelf niet meer over deze kwestie na te denken...