|
Evolutie
door
degeneratie
Nederland heeft iets met de evolutietheorie.
De jongste verhitte discussie - inmiddels ook op het web
- is ontstaan naar aanleiding van Peter Scheele's boek Degeneratie
- het einde van de evolutietheorie. In feite hebben
neodarwinisten de goddelijke voorzienigheid in de genen
gestopt. Daarmee is niet iedereen gelukkig.
De ontwikkeling van het zoogdierembryo in het lichaam van
de moeder is mijn favoriete voorbeeld van een 'revolutie'
door verlies van genetische informatie. Zoogdieren stammen
af van reptielen met dooierrijke eieren. Er is dus ooit
iets gebeurd waardoor het leggen van dergelijke eieren ophield.
Met onze huidige kennis van de eivorming kunnen we alleen
maar vaststellen dat er iets is misgegaan met de expressie
van het gen dat codeerde voor de aanmaak van dooiereiwitten.
Onder invloed van oestrogenen maakt de lever reserve-eiwitten
aan die via het bloed bij de eicel belanden. Er heeft dus
een mutatie plaatsgevonden waardoor functioneel genetisch
materiäal verloren ging. lntuitief zou iedereen dit een
'slechte' mutatie en 'degeneratie' noemen.1.
Blijkbaar beschikten die bevruchte, maar dooierloze eitjes
toch over alle mechanismen om de ontwikkeling van het embryo
te continueren. De eitjes overleefden op een parasitaire
wijze in de baarmoederwand. Functioneel gezien was het verlies
van het dooiereiwitgen een succes: de gemuteerde wijfjes
hoefden niet meer te broeden. Overleven ondanks het wegvallen
van een gen kon echter alleen als er
|
vooraf al latent een compleet systeem
voor baarmoeder-embryocommunicatie bestond, eventueel met
bijbehorend aangepast gedrag van het wijfje.2.
Het totstandkomen van een communicatiesysteem van hogere orde
is de ware revolutie in macro-evolutie. De uitschakeling van
het dooiereiwitgen maakt alleen zichtbaar dat die stap in
de macro-evolutie al eerder was gerealiseerd.
Keulen
Degeneratie als een drijvende kracht van macro-evolutie
gaat mij wat te ver. Degeneratie is een element. De term
macro-evolutie zou ik overigens willen voorbehouden aan
die fundamentele stappen in de evolutie waarbij telkens
een nieuw systeem van
De eitjes overleefden
op parasitaire wijze
communicatie wordt geintroduceerd op een steeds hoger organisatieniveau.
Velen horen het nu vast donderen in Keulen. In mijn boek
Wat is Leven? De onstoffelijke dimensie (Garant,
1996) analyseer ik 'het leven' en zijn evolutie vanuit de
invalshoek van communicatie. Zo'n analyse leidt al gauw
tot minstens vijftien niveaus van toenemende complexiteit
van compartimentele organisatie, met bijbehorende communicatiesystemen.
Daaruit volgen vanzelf de simpele mechanismen die steeds
opnieuw worden gebruikt om die hogere niveaus te bereiken,
zoals het samenklitten van compartimenten. Stappen die telkens
gepaard gaan met aangepaste communicatiesystemen. Waarom
zouden we het onnodig moeilijk maken?3.
|