Recensie Bijbel & Wetenschap febr. '98

 

Originaliteit met
kracht van
argumenten



Peter Scheele's 'Degeneratie-theorie` als
alternatief voor de evolutietheorie


`Let's beat Darwin'. Dat is de slogan waarmee Peter Scheele zijn boek aankondigde en waarmee hij alle moderne massacommunicatiemiddelen bereikte. Hij verscheen op radio, op tv, op Internet. Inmiddels zijn er al diverse reacties geleverd op het boek, die varie ren van `een grootse prestatie' (dr.ir H.J. van Eck, Landbouwuniv. Wa,geningen, op pers. titel) tot `een exercitie in pseudo-wetenschap'. Wat is ervan waar? In hoeverre is het boek revolutionair? En tenslotte: verslaat Scheele Darwin? Dit artikel is een eerste reactie waarin de redactie alvast haa,r instemming wil betuigen met het boek. In volgende artikelen zal uit gebreid op verschillende aspecten van het boek wor den ingegaan. Hieronder volgt de reactie van drs. H.R. Murris.

Drs. H.R. Murris

Inderdaad zijn er al diverse reacties op Scheele's boek verschenen, negatief kritische, positief kritische, meelevende en afbrekende. Het argument, als zou de auteur geen wetenschappelijke opleiding hebben gehad, wordt veel gehoord. Het kan tot gevolg hebben dat hij daarom niet geaccepteerd zal worden door de wetenschappelijke wereld. Dit argument is niet ter zake, omdat hij - hoewel geen vakspecialist - de basis van Darwins evolutietheorie met de in de biologische literatuur geaccepteerde modernste inzichten aanvalt. Darwin was ook geen geclassificeerd wetenschapper in de moderne zin. Hij werd voor vol aangezien omdat hij van goede komaf was. Echte wetenschappers in de tijd van Darwin waren meer hobbyisten die zich geen zorgen om hun levensonderhoud hoefden te maken.

Gelukkig zijn er ook enthousiaste blijken van waardering. In Bionieuws nr 14 (sep.'97), het vakblad voor biologen, is, na aankondiging van het boek op Internet met uitvoerige informatie van de auteur - een boeiende discussie losgebrand tussen voor- en tegenstanders. Ook Scheele kan daarin z'n antwoorden kwijt (nr.16 en 20). Dat is heel verheugend en dat verdient hij zeker door zich in dit onderwerp zo grondig te verdiepen en de moed te hebben er een zeer zinnig boek over te schrijven. Z'n zwakte, niet tot een gevestigde groep van wetenschappers te behoren is tevens z'n kracht: hij kan dan ook niet als een ketter worden uitgeworpen, maarjuist als mediaman `de gewone mensen van de middelbare school en de straat' doeltreffend bereiken. Onze maatschappij draagt een zwaar stempel van een materialistische wetenschapsreligie, gebaseerd op de evolutieleer. De wetenschappers aan de top zijn de goeroes. die bepalen wat wel of niet gepubliceerd wordt op het terrein van, in dit geval, de oorsprong van het leven en het ontstaan van de soorten. Als de goeroes Scheele negeren, zal dat uiteindelijk weinig effect hebben hoop ik, omdat de media de grote massa bereiken. Ze kunnen er niet omheen, hun `religieuze' bouwwerk staat op instorten! Als de basis, het breedste deel van de piramide, zou beseffen dat het geloof van de top, de hooggeachte wetenschappers, de goeroes, geen enkele rationele en natuurwetenschappelijke grond heeft, zou Scheele's doel bereikt zijn.

Pittig
De stof die behandeld wordt, is niet makkelijk en gaat soms ver uit boven het niveau van de hoogste klassen van de middelbare school of eerste jaren universiteit. Dat probleem wordt ook door hem onderkend. Daarom geeft hij in z'n boek diverse aanwijzingen. Bovendien schrijft hij zoals hij is, met een grote dosis humor, soms wel erg bijtend voor evolutionistische gelovigen. Dat zal het er niet makkelijker op maken deze groep mensen te bereiken. Toch zouden ook zij de hen toegeworpen handschoen moeten opnemen. Scheele heeft een boek geschreven, waarvan de sterkste kanten van fundamenteel belang zijn. Daarmee wil hij in het strijdperk treden en met z'n argumenten de wetenschappelijke wereld uitdagen. Daarom draagt hij zijn boek op aan Midas Dekkers, voor Scheele de verpersoonlijking van het evolutionistische denken in de Nederlandse media.

Koning Entropie, wordt beschermd door engel 'Natuurlijke selectie'.

Er zitten ook zwakke kantjes aan het boek. Soms gaat hij al te enthousiast door op het spoor wat volgens hem geacht wordt geloofwaardig of logisch te zijn. Dan bedreigt hem het gevaar dat Paley's Natural Theology in de vorige eeuw de das om heeft gedaan. Darwin en z'n aanhangers negeerden het hoofdargument van Paley aangaande het functionele ontwerp van een levend wezen, naar analogie van het gevonden horloge, als bewijs van een horlogemaker. Omdat Paley minder zinnige voorbeelden naar voren bracht kon men hem daarop aanvallen en met het badwater het voor hen gevaarlijke kind weggooien. Michael Behe brengt dat naar voren in De zwarte doos van Darwin (besproken in B&W199). Scheele's boek gaat fundamenteel verder dan Behe's boek. Kan dat omdat hij als bijbelgetrouw christen beter afstand kan nemen van de evolutieleer dan Behe?

Originaliteit in lagen
Het boek bestaat uit twee ongeveer gelijke delen. In het eerste deel legt Scheele de huidige stand van zaken op het door hem gekozen terrein uit: de biologie met haar allesoverheersende stempel van het neo-darwinisme, maar zonder in te gaan op de geologie en de paleontologie als aardwetenschappen in relatie met catastrofentheorieen. In het tweede deel presenteert hij zijn degeneratietheorie; hierbij ontkomt hij er niet aan steeds weer het conflict met de evolutieleer aan te moeten gaan. Je kunt geen nieuwe theorie beschrijven of poneren zonder de heersende aan te vallen of te verwerpen.
Evolutionisten menen dat zij het alleenrecht hebben op het predikaat wetenschappelijk, en andersdenkenden zijn dan per definitie gelovigen in onbewijsbaarheden, zelfs pseudowetenschappers. Heel origineel en verhelderend pakt Scheele dat aan. Aanhangers van Darwin geloven namelijk heilig in de krachten van mutatie en selectie: deze krachten hebben immers de evolutie van oercel tot mens tot stand gebracht. De auteur laat duidelijk en overtuigend zien dat deze macro-evolutie, het hart van het darwinisme als leer, volstrekt onmogelijk is tegen het licht van de feiten van de moderne moleculaire biologie en genetica. Hiertoe laat hij zelf de meest recente uitspraken van bekende evolutionisten voor zich zelf spreken. Die voor darwinisten heilige krachten, die alles tot stand hebben gebracht, worden door Scheele tot personificaties teruggebracht en als acteurs opgevoerd in het kosmische drama dat evolutie heet. Meesteroplichter Mutatie kan alleen beschadigen en niets nieuws geven, al wordt hij soms tegen koning Entropie beschermd door engel Natuurlijke Selectie. Er zijn diverse familieleden die niet met elkaar blijken te kunnen huwen, zoals tante Adoptie en oom Transposon. Tante Adoptie zou toch voor nieuwe erfelijke eigenschappen in de opklimmende evolutie moeten zorgen. En de springende genen (transposonen) doen eerder

Zijn degeneratietheorie bevat allerlei allerlei krasse voorspellingen!

kwaad dan goed. Scheele's argumenten krijgen door deze humor, die echte wetenschappers toch niet voor het hoofd kan (?) stoten, bijzondere zeggingskracht. De auteur stijgt hierin boven de materie, waar materialistische wetenschappers niet in slagen, want voor hen is deze materie met zijn krachten van met name mutatie en selectie bijna goddelijk. Die krachten kunnen toch bijna alles? Als er maar genoeg tijd is?!

Degeneratie
Op dit terrein zet Scheele de puntjes op de i. Veel gegevens en hypothesen zijn creationisten en eerlijke evolutionisten en lezers van Bijbel en Wetenschap al bekend. Wat dat betreft is het jammer dat de auteur niet zoveel goede creationistische literatuur heeft gebruikt. (Hij gebruikt wel de term oertype, maar geen basistype bijvoorbeeld.) Het zij hem vergeven. In dit deel van z'n boek heb ik vele kantlijnnotities gemaakt, als zijnde minder relevante `Paley argumenten', waardoor hij genegeerd zou kunnen worden. Dit deel van z'n werk bevat ook allerlei voorspellingen sommige niet zo duidelijk, andere onnodig kras , die de falsificeerbaarheid van z'n theorie moeten toetsen. Op dergelijke wijze schrijven is wel gedurfd, belangrijk. Zo wordt - broodnodige - discussie mogelijk. Een voorbeeld: "Darwin heeft beslist iets ontdekt en het juist weten te verwoorden: natuurlijke selectie op het niveau van het ontstaan van nieuwe variatie. Alleen, Darwin is te ver gegaan. Hij moet teruggefloten worden nu we meer te weten zijn gekomen over het DNA genen en erfelijkheid. Ik denk dat ik ook iets ontdekt heb en juist heb weten te verwoorden: er is degeneratie. Maar ongetwijfeld zit ik er op onderdelen naast. Maar ik sta open voor correctie. Wie mij verbeteren wil, mag mij terugfluiten." (p.216)

Veel zeer interessante en fundamentele gegevens worden door hem aangedragen. Ook gaat hij de theologie in het slot hoofdstuk `De mens is geest' niet uit de weg en blijft hij niet in het vage hangen zoals Behe aan het slot van zijn boek De zwarte doos van Darwin, ook al schrijft hij op zijn eigen soms onthutsende en choquerende wijze.
Bedankt Peter, je hebt belangrijk werk gedaan. Een boek om van te genieten. Laten we voortgaan.

N.a.v. P.M. Scheele, Degeneratie, het einde van de evolutietheorie. Amsterdam: Buijten & Schipperheijn ,1997. Prijs fl. 39,50; met inhoudsopgave, relevante literatuurlijst, ook internet, geen index (helaas). Internet-site: Degeneratie, http://peter-insite.nl./degeneratie/

 

commentaar:

Ook bedankt!

 

   

 

geef hier je feedback over deze pagina of op de inhoud
copyright © 1997-2003, Peter Scheele
een project van WEBinSIGHTs