De column van Marcel Hulspas staat op http://www.bpa.nl/intermediair/Weekblad/januari98/hulspas2.html
Commentaar van Peter Scheele daarop staat hier.
Twee ingezonden brieven staan hier
Mijn ingezonden brief staat hier
Een vierde ingezonden brief staat hier

Een stinkend voornemen
Marcel Hulspas (Intermediair, 8 januari
1998) schrijft dat Peter Scheele het begrip mutatie verwart met
heterozygotie (het bestaan van verschillende genen
voor uiterlijke kenmerken).
Met groeiende teleurstelling las ik deze column.
De analyse van Degeneratie van Peter M. Scheele is Hulspas
onwaardig. Als hij stelt dat Peter een koe van een fout
maakt omdat hij natuurlijke variatie niet zou relateren aan heterozygotie,
heeft hij iets gemist. Scheele legt die relatie wel (blz. 151).
Hulspas heeft daardoor de kern van het boek niet helemaal meegekregen.
Scheele legt ook uit dat de oorzaak van heterozygotie
het door mutatie teloorgaan van niet-essentiële genen is. Omdat
kapotte niet-essentiële genen in het nageslacht terecht kunnen
komen via de erfelijkheidswetten, is niet alleen variatie het
gevolg, maar kunnen na verloop van tijd ook eigenschappen in een
complete populatie verloren gaan. Degeneratie (inteelt) is het
gevolg. Uiteindelijk zal een populatie op de rand van levensvatbaarheid
balanceren en eventueel uitsterven.
Verlies van genen is niet erg als daar andere
eigenschappen, dus nieuwe genen, voor in de plaats komen. De evolutietheorie
leert dat dat het geval is, zelfs in zo ruime mate dat vooruitgang
van soorten het gevolg is. Echter, het spontaan ontstaan van ook
maar één enkelnieuw gen is nog steeds niet aangetoond en is bovendien
uitermate onwaarschijnlijk. Scheele trekt daaruit de mijns inziens
onontkoombare conclusie dat, bij afwezigheid van generatie, de
verscheidenheid in de levende wereld om ons heen het gevolg is
van alleen maar degeneratie.
Het kan ook Hulspas niet ontgaan zijn dat het
tegenwoordig weinig moeite kost om vooraanstaande populatiegenetici
of evolutiebiologen te citeren die erkennen dat het volledig duister
is hoe een werkzaam en voor de cel bruikbaar gen spontaan zou
kunnen ontstaan. Om nog maar te zwijgen over het spontaan ontstaan
van leven.
E. van der Heide, Hilversum.

Ook al maakt Scheele volgens Hulspas vermakelijke
fouten, toch geeft hij toe dat deze auteur een kiertje in het
pantser van de evolutie-theorie gevonden heeft; zonder overigens
te vermelden wat dat kiertje is. Kern van de evolutietheorie is
de stelling dat het toeval orde kan scheppen, terwijl volgens
de natuurwetenschappen het toeval elke orde uiteindelijk verandert
in de grootst mogelijke chaos. Het door Scheele gevonden kiertje
('evolutie of degeneratie') is niet een kiertje, maar een paradigmaconflict
tussen evolutie-theorie en natuurwetenschappen.
W.M. de Jong, Delft.