Reactie prof.dr. W. Verraes BIOnieuws 17-01-98

 

Dit zijn alle artikelen uit de BIOnieuws-discussie:
 groen_pootje.gif (933 bytes) Bespreking internetsite door Sander Voormolen
 groen_pootje.gif (933 bytes) Ingezonden brief Peter Scheele
 groen_pootje.gif (933 bytes) Ingezonden brief dr. ir. Herman van Eck
 groen_pootje.gif (933 bytes) Open brief dr. Jan van Daal
 groen_pootje.gif (933 bytes) Evolutie verdient open discussie, drs. Fedor Steeman
 groen_pootje.gif (933 bytes) Reactie op Open brief door Peter Scheele
 groen_pootje.gif (933 bytes) Darwin Moleculair, prof.dr.ir. Arthur Rörsch
 groen_pootje.gif (933 bytes) Verliesmutaties zijn geen degeneratie, prof. dr. W. Verraes
 groen_pootje.gif (933 bytes) Het 'bedrog' van de creationisten, prof. A. Rörsch

 

 

'Door selectie behouden gevolgen
van verliesmutaties zijn functioneel,
en niet ontstaan door degeneratie'

De Belgische zooloog prof.dr. W. Verraes reageert op enkele punten in de antwoordbrief van Peter Scheele aan Jan van Daal in BIOnieuws 20/97. Scheele moet rekening houden met de toetssteen van de wetenschappelijke onderzoeksmethode, wil hij au sérieux gehouden worden, vindt Verraes.

Indien men onder het woord `god' een buitennatuurlijke (ondefinieerbare direct of indirect onmeetbare) entiteit verstaat, kan dit begrip in geen enkel kennismodel voorkomen dat zich baseert op de natuurwetenschappelijke onderzoeksmethode. Op grond van onze ervaring is deze methode de minst onzekere om kennismodellen over de ervaarbare werkelijkheid op te bouwen in een niet dogmatisch, open proces. Terzijde: de congruentie tussen de wetenschappelijke modelwereld en de extra-mentale werkelijkheid (Kant) is ultiem niet bepaalbaar (Wittgenstein), en de vraag daarnaar derhalve cognitief volstrekt zinledig.1. Daarnaast is het duidelijk dat esthetische en ethische uitspraken evenals hun fundering buiten het wetenschappelijk kennisveld vallen (behalve wanneer ze zelf het voorwerp van wetenschappelijk onderzoek bij studieobjecten uitmaken). Hoe mensen buiten dit kennismodel persoonlijk met hun concepten omspringen, is hun zaak. Wanneer ze evenwel kennismatige uitspraken willen doen, dan zullen ze  terdege rekening moeten houden met de

toetssteen van de wetenschappelijke onderzoeksmethode, indien ze au sérieux willen genomen worden.

Door natuurlijke selectie behouden gevolgen van verliesmutaties hebben in een bepaalde omgeving functioneel-efficiënte betekenis, en kunnen derhalve niet als degeneraties worden gekwalificeerd.2. Het gaat in alle gevallen om evolutieve transformaties. Deze term is overigens in het algemeen prefereerbaar omdat hij géén waarde-oordeel over het evolutie-effect uitdrukt.3.

De graad van gelijkheid van homologe structuren en van genen is onbetwistbaar een maat voor de graad van gemeenschappelijke afstamming. Dit is wel degelijk zeer goed bewijsbaar door bijvoorbeeld het bouwplan en de genen van Peter Scheele met die van zijn biologische ouders te vergelijken, en met die van mezelf en mijn biologische ouders, enz.4.

Micro- en macro-evolutie kunnen misschien het best beschouwd worden vanuit de effecten van mutaties in HOX- en homeobox-genen versus mutaties in andere genen, en de natuurlijke selectie hieropvolgend in rekening brengend.5.

Prof.dr. W. Verraes
Onderzoeksgroep Morfologie
van vertebraten
Universiteit Gent

 

 

commentaar:

1. Dat is nou wat ik met de wet van Midas bedoel (zie intermezzo tussen deel 1 en deel 2 van het boek). Allereerst beperken we datgene dat we empirisch kunnen onderzoeken tot het terrein van de wetenschap. Vervolgens zeggen we dat er buiten dat terrein niets meer bestaat, omdat het dan namelijk niet wetenschappelijk meer is. Liefde is niet wetenschappelijk en bestaat toch. Het is niet te meten en toch behoort het tot de ervaringswereld van elk mens. Sterker nog: de meeste verschijnselen gebeuren gewoon, maar niemand weet (nog) waarom. Waarom kan in het oneindige kennisgebied dat nog niet wetenschappelijk 'ontdekt' is geen God bestaan? Of waarom zien we door de bomen eenvoudig het bos gewoon niet? Waarom hadden en hebben erg veel wetenschappers geen enkele moeite om wetenschap te bedrijven én in een God te geloven? Het 'wetenschappelijke' proces is in ieder geval niet zó open en derhalve wel zó dogmatisch, dat wanneer het Grote Verhaal niet geaccepteerd wordt, men dan ook niet in staat geacht wordt tot enige zinvolle 'wetenschappelijke' bijdrage.

2. Dat hangt van de definitie van degeneratie af. Degeneratie is het verlies van (wezenlijke) genetische informatie, ook al leidt dat op fenotypisch niveau tot (overlevens-)voordeel. Dan te spreken van 'evolutie' is misleidend, omdat daarmee de indruk gewekt zou kunnen worden dat toename van genetische informatie, of zelf de generatie van geheel nieuwe genen, óók mogelijk is.

3. De term 'evolutie' zelf heeft een waarde-oordeel. Ze heeft de betekenis van 'ontwikkeling' en de associatie van 'vooruitgang'. Door termen als 'survival of the fittest' (het overleven van de geschikste of beste), 'aanpassing aan de omstandigeheden'  en 'goede mutaties gedijen' krijgt 'evolutie' een positief waarderende klank. Op die manier wordt door sommigen (Sander Voormolen van BIOnieuws en dr. Hans Roskam van de universiteit in Leiden) zelfs sikkelcel-anemie nog als een positieve evolutionaire ontwikkeling gezien en niet als een degeneratieve, omdat het beschermt tegen malaria en zo de overlevingskansen vergroot, terwijl homozygose van het beschadigde gen tot de dood leidt, en heterozygose allerlei andere ongemakken geeft. De term dévolutie of degeneratie is daarom zeker niet onterecht. Óf, als de term degeneratie niet gebruikt mag worden, dan de term evolutie ook niet.

4. Ja, natuurlijk. Bij individuen die van elkaar afstammen en tot hetzelfde type behoren wel ja. Dat spreekt voor zich. Maar dat kan toch niet zomaar als argument gebruikt worden om er de afstamming van niet-verwante soorten mee te bewijzen?

5. Nee, absoluut niet. Een mutatie in een regulator-gen kan grote uiterlijke veranderingen geven, maar is in geen enkel opzicht een verklaring voor het ontstaan van de structurele genen. Het onstaan van nieuwe genen is een absolute voorwaarde voor macro-evolutie. Dergelijke mutaties mogen derhalve niet als een macro-evolutionair mechanisme beschouwd worden.

 

   

 

geef hier je feedback over deze pagina of op de inhoud
copyright © 1997-2003, Peter Scheele
een project van WEBinSIGHTs