Peter Scheele
Dat het boek Degeneratie van Peter Scheele verdeelde
reacties zou oproepen, stond bij voorbaat vast. Met name de
directe manier waarop hij zijn theorie aan de man brengt, wordt
wisselend gewaardeerd en zijn wetenschappelijke pretentie zou
inderdaad als publicistisch, of misschien beter: als wetenschaps-
journalistiek te karakteriseren zijn. Dit niet vanwege de afwezigheid
van eigen experimenteel onderzoek, maar meer vanwege de stijl
van zijn boek.
Inhoudelijk echter is het boek de moeite waard. Voor het overgrote
deel zijn de gebruikte gegevens ook onder evolutionisten geen
taboe. Degeneratie is een belangrijk onderdeel van de populatie-genetica
en is als zodanig een geaccepteerd gegeven. Generatie, al was
het slechts het spontaan ontstaan van één enkel werkend gen,
is een uitgangspunt van evolutionisten, maar is nog nooit waargenomen.
Als generatie wegvalt ('De keizer heeft geen kleren aan'), |
blijft degeneratie over als belangrijkste
verklaring voor het ontstaan van de verscheidenheid in het leven
om ons heen. Als Peter Scheele deze conclusie trekt, lijkt mij
dat volstrekt logisch en het lijkt mij niet verkeerd deze boodschap
onderbouwd en met veel publiciteit naar buiten te brengen.
Er blijven genoeg vragen over. Het spontaan ontstaan van leven
is buitengewoon onwaarschijnlijk en vraagt een groot geloof,
maar de kans is (ook na het verschijnen van het boek) niet helemaal
nul. Zou de onmogelijkheid van van het spontaan ontstaan van
leven niet aan te tonen zijn? Verder is Darwin's theorie nauw
verbonden met het geologische verleden, terwijl de degeneratie-theorie
daar als zodanig los van staat. Het biedt dan ook geen antwoord
voor het ontstaan van de aardlagen. Ik denk dat wetenschappelijk
actieve creationisten elkaar ook in de toekomst hard nodig zullen
hebben.
E. van der Heide, Hilversum |
|