Artikel Eindhovens Dagblad 25-11-97

 

Eindhovenaar Scheele presenteert boek contra Darwin

EO-coryfee poogt evolutietheorie te weerleggen

Door Martijn Hover

HILVARENBEEK - Peter Scheele en zijn uitgever vonden het maar 'jammer'. Dat Vara- bioloog Midas Dekkers niet was komen opdagen, bedoelden ze. Terwijl ze hem toch zo vriendelijk hadden uitgenodigd om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen dat zijn EQ-collega Scheele over de evolutie- theorie heeft geschreven.
De presentatie vond gisteren toch plaats in Safaripark Beekse Bergen. Het was (volstrekt ontoevallig) op de kop af 138 jaar geleden dat Charles Darwin zijn 'On the origin of species' publiceerde, de eerste blauwdruk van de evolutie- theorie.
Eindhovenaar Peter Scheele is een overtuigd Creationist. Dat betekent dat hij letterlijk gelooft

dat God de wereld met mens en dier en al in zes dagen heeft geschapen. Darwin leert daarentegen dat alle leven op aarde het product is van een lange en gestage evolutie die is begonnen met eencellige levensvormen.
Dat is een 'geloof als elk ander, meent Scheeie, en dus gaat hij Darwin met diens eigen wapens te lijf. Hij heeft een eigen 'theorie' opgesteld die het tegenovergestelde moet beweren van wat Darwin bedacht heeft en die hij 'degeneratie' heeft genoemd.
Scheele presenteerde zijn pennenvrucht in het Safaripark omdat ze daar jachtluipaarden hebben. Het jachtluipaard zit genetisch nogal armoedig in elkaar; erfelijkerwijs gesproken zijn alle cheeta's neefjes en nichtjes van van elkaar.
Biologen menen dat dat komt doordat jachtluipaarden een paar duizend jaar geleden ooit bijna moeten zijn uitgestorven. De paar die er over waren, zijn zich weliswaar weer gaan verme- nigvuldigen, maar het grootste deel van de genetische variatie was toen al verdwenen.

Oerkat
Scheele beweert daarentegen dat de cheeta 'gedegene- reerd' is. God zou een 'oerkat hebben geschapen die een soort ongespecia- liseerd ideaal vertegen- woordigde met het genetisch potentieel, om jachtlui- paarden, leeuwen, tijgers en huiskatten te produ- ceren. Die oerkat is vervolgens 'gedegenereerd' tot de minderwaardige vormen die we vandaag de dag kennen.
Scheele noemt zijn 'theorie'

 

(feitelijk een hypothese, want iets is wetenschap- pelijk pas een 'theorie' als de bewijzen als onweerlegbaar worden beschouwd) met veel nadruk 'falsificeerbaar'. Dat is de wetenschappelijke voorwaarde die erop neerkomt dat een hypothese proeven of voorspellingen moet opleveren die haar kunnen bewijzen dan wel ontkrachten.
Het probleem met Scheele is, dat hij zijn hypothese wel 'falsificeerbaar' kan noemen, maar dat datzelfde niet geldt voor zijn geloof. Met andere woorden: ook al blijkt straks dat de voorspellingen van de degeneratie-hypothese niet kloppen, dan zal dat Scheele niet van zijn Geloof doen vallen. Als hij een oprechte wetenschapper was, zou dat wel het geval moeten zijn.
Scheele lijdt aan ernstige
begripsverwarring. Hij scheert zijn 'Geloof' in een Schepper over een kam met het 'geloof' van een bioloog in de evolutietheorie. Scheele's Geloof in God en de Bijbel is echter gebaseerd op een subjectieve openbaring. Het wetenschappelijke 'geloof' in de Evolutietheorie is daarentegen van dezelfde orde als mijn 'geloof' dat de stoel waarop ik dit zit te schrijven echt bestaat. Dat is iets heel anders dan Scheele's 'Geloof' in God. De schrijver lijkt dat zelf desgevraagd echter niet zo door te hebben. Scheele herhaalt slechts dat zijn 'theorie' 'falsificeerbaar' en lijkt daarmee te impliceren dat hij vanzelf gelijk zal krijgen.
Eén ding staat vast: als hij gelijk heeft, krijgt hij dat vroeg of laat ook. Dat is het mooie van de wetenschap.


Commentaar:

 

   

 

geef hier je feedback over deze pagina of op de inhoud
copyright © 1997-2003, Peter Scheele
een project van WEBinSIGHTs