Graag wil ik reageren op het artikel Lets beat Darwin,
van Sander Voormolen in BIOnieuws.
Ik wil mijn waardering erover uitspreken dat er in uw blad aandacht
gegeven wordt aan de internet-site en de uitgave van mijn boek
Degeneratie. Sander Voormolen heeft mij verrassend correct
geciteerd, maar er zitten een aantal foutjes in het artikel, waar
ik graag op wil attenderen.
De betiteling dat ik journalist zou zijn is te veel eer, dat
ben ik niet. Dat ik echter geen wetenschappelijke achtergrond
zou hebben is te weinig eer. Als hij bedoeld dat ik geen doctor
of ingenieur ben dan klopt dat, maar tussen geen wetenschappelijke
achtergrond en doctor is ook nog wel het een en ander mogelijk.
Vervolgens heeft Voormolen het over een beperkt aantal van slechts
twaalf literatuurreferenties waar ik gebruik van gemaakt zou hebben.
Hij moet dit vernomen hebben uit de lijst die genoemd is in hoofdstuk
5, omdat de bibliografie helemaal nog niet gepubliceerd is. In
dat ene hoofdstuk heb ik bewust een selectieve keuze gemaakt uit
de beschikbare bronnen, om die als spreekbuis van de evolutietheorie
op te voeren, en de lezer zo een indruk te geven van de huidige
stand van zaken. Het leek mij in dit geval beter om een wat beperkter
aantal woordvoerders uitgebreider aan het bod te laten komen,
dan vele een klein beetje. Het kan ter discussie gesteld worden
of die keuze voor dat specifieke hoofdstuk terecht is, maar de
totale bibliografie bestaat uit een veelvoud van die twaalf literatuurreferenties
en in de andere hoofdstukken wordt ook uitgebreider geciteerd.
In hoofdstuk 5 heeft dus als het ware een bottleneck
gezeten
Met verbazing heb ik het citaat uit de mond van dr. Hans Roskam
gelezen. Hij stelt daarin dat hij in mij iemand tegenover zich
had die niet ter zake komt en hij daarom liever inhoudelijk
discussieert met een vakgenoot. Een citaat van een student die
de discussie gevolgd heeft en daarover op de newsgroup van de
TUE met anderen correspondeerde mag misschien opheldering verschaffen
over deze zaak:
"Professor Roskam vertelde meer over de geschiedenis van
de evolutie-theorie dan dat hij liet zien wat de bewijzen en
de argumenten ervoor waren. Wat dat betreft was het verhaal
van Peter Scheele eigenlijk beter omdat hij tenminste nog met
argumenten en redeneringen aan kwam zetten, ook al ben ik het
dan grondig met ze oneens."
De stijl waarvoor Hans Roskam koos tijdens het forum, en de stijl
die ook de teneur van het artikel is, is die van de spot. Spot
is bij uitstek de manier van argumenteren waarbij geen
redelijke argumenten (meer) gebruikt worden en het is daarom dan
ook opmerkelijk dat dat míj nu juist verweten wordt. En natuurlijk
is het kort door de bocht als een uiteenzetting van
meer dan honderd paginas in drie zinnetjes wordt samengevat,
zeker als die (niet helemaal juist geformuleerde) conclusies niet
van nature aansluiten bij een algemeen aanvaard gedachtengoed.
In alle bescheidenheid meen ik toch wel een punt aan de orde
te stellen. Een totaal veronachtzaamd aspect van de levende natuur
om ons heen is namelijk dat er degeneratie en genetische verarming
is. En dat voorbeelden van degeneratie juist vaak gebruikt worden
als voorbeelden van evolutie. De macro-evolutie-gedachte
is een filosofisch interpretatiekader voor biologische
gegevens én de persoonlijke levensovertuiging van de meeste wetenschappers
die je gratis bij hun wetenschap krijgt. Omdat het ten diepste
om de persoonlijke levensovertuiging van mensen gaat is het niet
verwonderlijk dat het felle reacties oproept als iemand daar vraagtekens
bij zet.
Peter Scheele
Auteur van Degeneratie: het einde van de evolutietheorie