|
Dit zijn alle artikelen uit de BIOnieuws-discussie:
Bespreking internetsite door Sander Voormolen
Ingezonden brief Peter Scheele
Ingezonden brief dr. ir. Herman van Eck
Open brief dr. Jan van Daal
Evolutie verdient open discussie, drs. Fedor
Steeman
Reactie op Open brief door Peter Scheele
Darwin Moleculair, prof.dr.ir. Arthur Rörsch
Verliesmutaties zijn geen degeneratie,
prof. dr. W. Verraes
Het 'bedrog' van de creationisten, prof.
A. Rörsch

| 'Het moet maar', dacht EO-programmamaker
Peter Scheele, nadat hij de zobeelste evolutionist moest overtuigen
van het bestaan van de Schepping. Onder het motto: 'Let's beat
Darwin', schreef hij een creationistisch populair-wetenschappelijk
boek. Volgens de Eindhovense journalist 1.
is de evolutietheorie de basis van het atheïstisch en niet-christelijk
denken in Nederland. 'Sinds Darwin hebben mensen die niet in
God willen geloven een verstandelijk argument om zich te verdedigen.'
Met zijn boek 'Degeneratie, het einde van de evolutietheorie'
wil Scheele voor eens en voor altijd afrekenen met de ketterse
evolutiegedachte.
Je moet de slang bestrijden met zijn eigen venijn, moet Scheelegedacht
hebben, en daarom probeert hij de evolutietheorie te bestrijden
met 'wetenschappelijke' argumenten. Met het boek wil hij naar
eigen zeggen 'God de Schepper' (op wetenschappelijke gronden)
teruggeven aan de mensen. Alleen het bestaan van evolutie
ontkennen heeft weinig zin als er niet tegelijk een alternatief
voor de evolutietheorie van Darwin geboden wordt.
Omgekeerde evolutie, oftewel degeneratie, is Scheele's alternatief.
Hij stelt dat het leven begonnen moet zijn met de schepping
van 'oertypen'. Dat zijn in complexiteit van elkaar verschillende
organismen, die bij de schepping een overdaad aan genetische
informatie bezaten. Vanuit deze oertypen is een geweldige
hoeveelheid en zeer uiteenlopende variatie ontstaan, waarvan
elke ondersoort op zich genetisch armer is dan de soort waaruit
het ontstaan is. Zo zouden alle katachtigen uit één, misschien
twee of drie oertypen zijn ontstaan en alle wolven, coyotes,
vossen en honden uit één oerwolf. 2.
De genetische samenstelling van een soort neemt in de
loop der eeuwen af in plaats van toe. Natuurlijke selectie
zorgt er daarbij voor dat de degeneratie niet al te hard toeslaat.
3. Hoewel 'Degeneratie'
pas op 24 november in boekvorm verschijnt, is de tekst van
het wat kinderlijk geschreven boek bijn volledig op internet
te lezen (http://peter-insite.nl/degeneratie/welkom.html).
De verschijningsdatum is met opzet gekozen omdat Darwin's
'On the origin of species' in 1859 ook op 24 november uitkwam.
De oplage van 1250 stuks was toen op dezelfde dag al uitverkocht.
Ook daarin wil Scheele Darwin evenaren: een notaris zal op
25 november vaststellen of hij deverkoopcijfers van zijn aartsrivaal
heeft overtroffen. Persoonlijk lijkt mij dat stug, temeer
omdat vrijwel het hele boek ook op internet te lezen is.
Scheele heeft geen wetenschappelijke achtergrond.4.
Hij zegt dat hij voor zijn kruistocht 'veel dikke pillen'
heeft gelezen, maar in zijn bronvermelding tel ik slechts
twaalf literatuurreferenties. 5.
Zoals vaak het geval is met creationistische literatuur kan
een geschoolde bioloog er bijna blindelings grote gaten in
schieten. Maar dat is ook de bedoeling
|
redt Scheele zich er in de inleiding van zijn boek snel en gemakzuchtig
uit: 'De degeneratie-theorie is bedoeld om door de mangel genomen
te worden: verworpen, bijgeschaafd of geaccepteerd worden daar
waar het kan of nodig is. De theorie is niet bedoeld om als
dogma over ons denken gelegd te worden, maar wel om als kapstok
voor verdere discussie te dienen.' 6.
Onbedoeld geeft Scheele vervolgens zelf aan waar hij de fout
in gaat en de lezers de valse indruk geeft dat het hier om een
gefundeerde theorie gaat: 'Alle gegevens over de levende natuur
(...) zijn gebaseerd op en vrijwel altijd ook geciteerd uit
boeken die de evolutionistische gedachte aanhangen! Er is namelijk
niets mis met het waarnemen van feiten. Er kan wel iets aan
de hand zijn met de manier waarop feiten uitgelegd worden in
een groter verband'... 7.
Scheele gaat aan de haal met een ratjetoe aan gegevens uit
de wetenschappelijke literatuur. Zo leidt hij af uit het feit
dat tachtig procent van de zoogdiergenen geen mutaties toestaan,
deze (zonder mutatie geen evolutie) ook niet kunnen evolueren.
Dat gelijksoortige genen in niet-verwante soorten verschillen,
ontlokt hem de conclusie dat zij geen gemeenschappelijke voorouders
gehad kunnen hebben. En dan nog korter door de bocht (alsof
zelforganisatie en eiwitchemie niet bestaan) beweert Scheele
dat eiwitten onmogelijk door 'vrije' mutaties kunnen zijn
ontstaan. Naïef stelt hij dat er 20300 mogelijkheden
zijn om een gemiddeld eiwit van driehonderd aminozuren lengte
te maken. 8.
De voorspelbare conclusie van Scheele luidt uiteindelijk:
'Het is 20300 keer eenvoudiger om aan te nemen
dat een intelligent, buitenaards wezen het DNA en dus het
leven heeft ontworpen.' en 'De Creator® moet een
intelligent, niet-organisch, ongeslachtelijk en persoonlijk
wezen zijn.' 9.
De leidse evolutiebioloog dr. Hans Roskam heeft de degens
wel eens gekruist met Scheele, tijdens een discussieavond
van een christelijke vereniging. Hij kwam van een koude kermis
thuis. Verontwaardigd zegt Roskam: 'Ik wordt er zo langzamerhand
een beetje moe van om telkens weer tegenover iemand te staan
die niet ter zake komt en die steeds weer vervalt in de gebruikelijke
redeneertrant van zus en zo klopt niet, dus was er creatie.
Dan discussieer ik liever inhoudelijk met een vakgenoot. Zo
zou ik emeritus-hoogleraar Bruinsma nog wel eens de oren willen
wassen.' 10. Hij
vervolgt: 'Ik weiger er nog meer van mijn tijd in te steken.
Het is een zinloze exercitie in een strijd die in Nederland
toch al in het voordeel van de evolutietheorie beslecht is.
Vooral nu de evolutie eindelijk en terecht onderdeel van het
biologie-examen uitmaakt'.
Sander Voormolen
plaatsvervangend hoofdredacteur
|
Commentaar:
In de eerste plaats vind ik dat Sander Voormolen behoorlijk
goed journalistiek werk afgeleverd heeft. Hij heeft de persberichten,
de internetsite en (delen van) het boek goed bestudeerd. Hij heeft
kennelijk Hans Roskam om een reactie gevraagd en dus wat persoonlijk
onderzoek gedaan. Hij citeert verrassend correct. Prima dus, maar
dat neemt uiteraard niet weg dat ik er geen reactie op zou hebben.
Zijn toon is fel, evenals die van Roskam. Dat noodzaakt tot een
(uitgebreid) weerwoord. Ik zal dat in onderstaande noten doen.
1. Journalist ben ik niet.
Schrijver, publicist, programmamaker zouden betere woorden geweest
zijn.
2. Een koppeltje dan.
Een mannetje en een vrouwtje. Ik hoop dat Sander niet werkelijk
denkt dat ik denk dat het in het geval van de oertypen om slechts
één individu zou gaan. Op die manier lijk ik inderdaad wel behoorlijk
naïef.
3. Onder andere.
4. Zoals de betiteling
'journalist' te veel eer is, zo is de bewering 'geen wetenschappelijke
achtergrond' te weinig eer. Het is jammer dat op dit nivo discussie
gevoerd moet worden (ik zou liever op het nivo van inhoudelijke
argumenten een discussie voeren), maar kennelijk kom ik er niet
onderuit. Ik had ook niet anders verwacht overigens, maar goed.
Ik kom uit een familie van huisartsen. Ik heb Voortgezet Wetenschappelijk
Onderwijs gevolgd, met een volledig B-pakket. Ik heb 2 jaar Elektrotechniek
gestudeerd aan de Technische Universiteit van Eindhoven, maar besloot
om bepaalde redenen andere dingen te gaan doen. Vanaf mijn zestiende
houdt de kwestie van de evolutietheorie mij al bezig en volg ik
het onderwerp nauwzettend. Dit boek is in zeer nauwe samenwerking
met een chemicus geschreven, waarna er een socioloog (betreffende
wetenschapsvorming) een bioloog en een geneticus naar gekeken hebben
door wie ik mij uitvoerig heb laten adviseren. Het klopt dat ik
geen graad heb en geen titels. Op basis van authoriteit moet niemand
dus iets van mij aannemen (al had ik die authoriteit, dan zou men
het nog niet aannemen). De enige basis voor discussie is dus op
grond van argumenten.
5. Hier gaat Voormolen
de mist in. De bibliografie is nog nergens gepubliceerd. Hij heeft
waarschijnlijk in hoofdstuk 5 de referenties geteld. Echter in dat
specifieke hoofdstuk is bewust een selectie gemaakt uit
de totale literatuurlijst die dan als woordvoerders voor de evolutietheorie
dienen. Hij gebruikt een onjuiste voorbarige conclusie tegen mij.
6. Het is ook niet
gauw goed! Een zwaarwegend argument tegen het creationisme, dat
herhaaldelijk in de literatuur gebruikt wordt, is: jullie komen
niet met een falsificeerbaar model dat voorspellingen doet en desnoods
te weerleggen is. Ik ben tegemoet gekomen aan dat argument, omdat
ik het daar wel mee eens ben, wat betreft het onderwerp Biologische
Verandering. Ik geef dus een alternatief model voor biologische
verandering. Ik doe voorspellingen en doe suggesties voor experimenten
die het degeneratie-model kunnen bevestigen of weerleggen. Zonder
dat soort elementen heb je geen wetenschappelijke theorie. Dat soort
elementen MAKEN dat het om een wetenschappelijke theorie gaat! Met
andere woorden, door de voorspellingen is er een model dat in de
bankschroeven geplaatst kan worden en getest kan worden op zijn
betrouwbaarheid. Dat nu juist dit (wetenschappelijke) karakter van
het degeneratie-model tegen mij gebruikt wordt, verbaasd mij.
7. Wat van belang
is, is dat vooronderstellingen rondom de interpretatie van feiten
opgehelderd worden. De macro-evolutie-gedachte is de persoonlijke
geloofsovertuiging van de meeste wetenschappers, die je gratis bij
hun wetenschapsbeoefening krijgt en er helemaal mee verweven is.
Structurele evolutie vindt niet plaats, maar is een vooronderstelling
en is zelfs in tegenspraak met micro-evolutie en (natuurlijke) selectie,
welke juist op den duur genetische verarming of zelfs degeneratie
inhouden. In de praktijk van alledag is er geen enkele (micro-)bioloog
die met een evolutie-model, dat pas structurele veranderingen laat
zien over periodes van tienduizenden tot miljoenen jaren, uit de
voeten kan. Er is geen enkel experiment uitvoerbaar dat dergelijke
veranderingen aan kan tonen. Kortom: het moet bij die ontwikkeling
van eencelligen tot hogere dieren en mensen gaan om een filosofisch
interpretatiekader voor biologische gegevens. Een interpretatiekader,
geen Biologische Waarheid. Ik probeer, als 'buitenstaander' die
tegen deze materie aankijkt, een frisse kijk op de zaak te geven.
Een TOTAAL veronachtzaamd aspect van de levende natuur om ons heen
is dat er degeneratie is. En degeneratie is tot nog toe
altijd uitgelegd als bewijs voor evolutie. Natuurlijk is het niet
fijn dat een 'buitenstaander' die conclusie moet trekken. Een objectieve
kijk op dit soort biologische gegevens kan echter niet tot een andere
conclusie leiden: er IS degeneratie en voorbeelden van degeneratie
mogen niet gebruikt worden als bewijs voor macro-evolutie.
8. Tja,
als (deel)conclusies van een hoofdstuk van meer dan honderd bladzijden
in drie zinnen samengevat worden, kan ik mij voorstellen dat dat
'kort door de bocht is'.
9. Dat
is namelijk ook het ergste dat er is, dat er een Creator®
zou zijn. Het zal ook het belangrijkste argument blijken te zijn
om mijn theorie te verwerpen. De wetenschappelijke onderbouwing
is namelijk ineens totaal niet relevant meer, als de conclusies
eruit leiden tot het bestaan van een Schepper...
10. Dit is opmerkelijk!
Dat ik niet ter zake zou komen. Als reactie op het forum kwam er
een discussie op de newsgroup van de TUE, waarbij iemand het volgende
zei:
"Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat ook vond.
Professor Roskam vertelde meer over de geschiedenis van de evolutie-theorie
dan dat hij liet zien wat de bewijzen en de argumenten ervoor
waren. Wat dat betreft was het verhaal van Peter Scheele eigenlijk
beter omdat hij tenminste nog met argumenten en redeneringen aan
kwam zetten, ook al ben ik het dan grondig met ze oneens."
Meer informatie over de gang van zaken op dit forum
kan ook op deze website onder Nieuws- Actualiteiten gevonden worden,
waaronder een tien minuten durend ongemonteerd deel van de discussie.
Het valt mij tegen dat in dit artikel gekozen is voor
de benadering van de-spot-drijven-met. Spot is de laagste manier
van argumenteren, waarbij echte inhoudelijke argumenten er niet
meer toe doen. En dat terwijl MIJ het verwijt wordt gemaakt dat
er niet inhoudelijk gediscussieerd wordt. Mijn boek staat vol van
alleen maar inhoudelijke argumenten die vragen om een gefundeerd
weerwoord.
|